Terwijl Zeeland in de Gouden Eeuw bloeiende en invloedrijke handels- en havensteden kende, wordt de provincie tegenwoordig vooral gezien als een afgelegen landbouwprovincie met een traditionele boerenbevolking. Uit het promotieonderzoek van cultuurhistoricus Arno Neele blijkt dat het platteland in de Zeeuwse cultuur tussen 1750 en 1850 een steeds grotere rol ging spelen. Hij constateert dat deze ‘ontdekking’ van het platteland niet alleen te maken had met het verval van de Zeeuwse steden, maar ook met veranderende denkbeelden over stad en platteland in heel Europa.

