Rijksgebouwendienst stoot onder andere Trompenburg en Schotse Huizen af
De Vereniging van Architecten Werkzaam in de Restauratie neemt met grote zorg kennis van het voornemen van de Rijksgebouwendienst om monumenten, die aan de zorg van die dienst zijn toevertrouwd, te verkopen.
Zeer kwetsbare topmonumenten, zoals bijvoorbeeld het zeventiende eeuwse huis Trompenburg te s’Graveland, de Schotse Huizen in Veere of het Maarten van Rossumhuis in Zaltbommel, worden door de Rijksgebouwendienst niet langer als ‘eigen cultuurbezit van de overheid’ beschouwd. De onder de Ministerie van Binnenlandse Zaken ressorterende dienst draagt de cultuurbehoudstaak aan de min of meer toevallig aanwezige gebruikers ervan over.
Veel van de monumenten die betreft zijn ooit in handen van het Rijk gebracht juist omwille van de waarborging van het behoud ervan. Zo is de Trompenburg in 1936 aan de Staat als ‘ultieme kunstbeschermer’ nagelaten onder voorwaarde van passende instandhouding en bestemming horend bij de karakteristieken van het huis. Het Maarten van Rossumhuis kwam in 1881 door bemoeienis van Victor de Stuers in rijkshanden met datzelfde oogmerk. De Schotse Huizen kwamen vanaf 1907 op de zelfde manier onder de hoede van de Staat. Nadrukkelijk stond daarbij voorop dat dit gebouwde cultuurgoed geen marktconform rendement hoefde op te leveren en dat de instandhouding met overheidsmiddelen zou worden bekostigd. Het ging immers om het tot in lengte van jaren veiligstellen van dit voor ons land markante en belangrijke monumentenbezit.
De Vereniging van Architecten Werkzaam in de Restauratie is onthutst over het voornemen van de Rgd. Voorzitter ir. Evert Jan Nusselder vraagt zich af wat de dienst hiermee wil bereiken.
‘Als overheidsbezuiniging de motivatie vormt, moet bedacht worden dat die gebruikende instellingen over het algemeen nogal armlastig zijn en dus onmogelijk de vastgoedwaarde van de monumenten, noch de beheerskosten zullen kunnen opbrengen. Via “symbolische” aankoopsommen en subsidiëring van beheer en onderhoud zou het misschien nog lukken, maar daarmee bespaar je dan niks; sigaar uit eigen doos’.
Hij voegt hier aan toe dat ook in culturele zin een flinke uitglijder dreigt. ‘Vervreemding uit rijkshanden is zeer risicovol, vooral wanneer je bedenkt dat de nieuwe eigenaren-gebruikers niet anders kunnen doen dan zoeken naar middelen om de gebouwen beter renderend te krijgen, dus naar bezuinigingsmogelijkheden op het beheer en onderhoud, aanpassingen voor gebruiksverbetering en -intensivering etc. Het ongerept voortbestaan van de gebouwen loopt daarmee groot gevaar. Een negatieve eindscore dus en dat dan nog afgezien van het feit dat deze manier van monumentenzorg voor het Rijk geen enkele bezuiniging zal opleveren’.
De VAWR, betrokken bij verantwoord behoud en beheer van onze monumenten en vaak daadwerkelijk ingeschakeld bij restauraties van deze categorie Rgd-monumenten, pleit dringend voor behoud van dit kwetsbare cultuurgoed in goede rijkshanden en voor een rijksbeleid dat daarvoor de waarborgen levert. ‘Misschien kan Engeland hier voorbeeld zijn: daar is English Heritage namens de rijksoverheid het professionele beheers- en kwaliteitslichaam waaraan bijzondere monumenten met succes zijn toevertrouwd.’

