Nederlandse identiteit Foto: Ziko-C en Rembrandt Bewerking: De Erfgoedstem

Regeerakkoord biedt sector ‘vertrouwen in de toekomst’

In het nieuwe regeerakkoord wordt aangekondigd dat het Wilhelmus op school gedoceerd gaat worden. Daarnaast moeten kinderen een bezoek brengen aan het Rijksmuseum en krijgen kinderen op hun achttiende levensjaar de canon van de Nederlandse geschiedenis uitgereikt. Die nieuwe canon wordt ook aan nieuwe Nederlanders uitgereikt. Dit alles om Nederland binnen een sterke internationale bedding ‘herkenbaar’ te houden. Het gaat dus om expressie geven aan de Nederlandse identiteit.

Bij het koffiezetapparaat leiden deze passages bij menigeen al snel tot schampere opmerkingen. De drie voorgestelde maatregelen, en al helemaal het verplichtende karakter ervan, geven immers onvoldoende de complexiteit en bewegelijkheid van de identiteit weer. En a propos: dé identiteit, net als dé Nederlander, bestaat natuurlijk helemaal niet. Dat wist koningin Maxima ons al in 2007 te vertellen.

Maar dan, als de koffie op is, resteert de vraag: wat nu? Te verwachten is dat de producenten van lesprogramma’s al in slaapzakken voor de Hoftoren in Den Haag klaar zullen liggen. En het Rijksmuseum en het Openluchtmuseum, dat net een eigen versie van de canon heeft gemaakt, zullen verwachtingsvol in hun handen wrijven. Dat gaat wel goed komen. Het Wilhelmus, de collectie van het Rijksmuseum of de vensters van de canon zijn immers ook een fantastische gateway naar heel veel goede, nieuwe en interessante gesprekken en activiteiten over de ontwikkeling van erfgoed en kunst. Alle complexiteit en bewegelijkheid van wat Nederland betekenis geeft, is hier aan te verbinden. Bovendien gaan alle scholen van Nederland ermee aan de slag: een fantastische kans voor nog meer verbinding tussen O, C en W.

Maar laten we als sector gelijk ook de kans grijpen om het begrip identiteit meer handen en voeten te geven. Want dat het kabinet ‘slechts’ met deze drie invullingen komt, geeft uiteraard te denken. Durven we in de spiegel te kijken? Zijn wij er als sector wel voldoende in geslaagd om de politiek meer en andere aangrijpingspunten te bieden? Is het niet juist aan de culturele sector om het ‘vertrouwen in de toekomst’ te duiden in termen van tijd, plaats en betekenis?

Want let wel: identiteit wordt naast veiligheid, economie en klimaat als vierde hoofdlijn van het akkoord opgevoerd. Vervolgens krijgt deze hoofdlijn vooral invulling binnen die ene, hele kleine paragraaf over cultuur. Daar ligt dus een enorme kans voor de sector. Het gesprek over wat identiteit behelst en wat je ermee kunt lijkt mij met dit regeerakkoord meer dan geopend.

The following two tabs change content below.

Frank Strolenberg

Laatste berichten van Frank Strolenberg (toon alles)