Net buiten het centrum van Utrecht ligt het Spoorwegmuseum. Met een collectie van 125 treinen en bijna 250.000 prenten, foto’s, schilderijen, uniformen en andere gebruiksvoorwerpen toont dit museum de geschiedenis van de Nederlandse spoorwegen, de medewerkers en reizigers. Daarnaast kunnen bezoekers in het naastgelegen Maliebaanstation terug in de tijd stappen en zien hoe een station er vroeger uit zag. Dit jaar bestaat het Maliebaanstation 150 jaar, wat wordt gevierd met een uitgebreide tentoonstelling. Evelien Pieterse, conservator bij het Spoorwegmuseum, vertelt over de bijzondere geschiedenis van dit station.
Het Maliebaanstation opende in 1874 als onderdeel van de Oosterspoorweg van de Hollandsche IJzeren Spoorweg- Maatschappij (HSM). “Tegenwoordig kennen we vooral de NS, maar vroeger waren er veel verschillende spoorwegmaatschappijen die elkaar beconcurreerden, waaronder de HSM,” legt Evelien uit.
In Utrecht was de Nederlandse Rhijn Spoorweg-Maatschappij de eerste die een station opende aan de westkant van de stad, waar nu het Centraal Station zit. Daar vlakbij hadden ook de Staatspoorwegen een station, waardoor HSM niet achter kon blijven. In eerste instantie wilde de spoorwegmaatschappij zich bij de rest vestigen, in het westen, maar ze moest op zoek naar een eigen plek. “Na veel verschillende plannen en protesten van Utrechters, is het station uiteindelijk aan de oostkant van de stad gekomen, net buiten het centrum en uit de loop. Dat was ook de reden dat het uiteindelijk geen succesvol station is gebleken.”
Maar het Maliebaanstation was niet vanaf het begin al gedoemd te mislukken. In het begin maakte de Staatsspoorwegen veel gebruik van het station, omdat het een gunstige ligging had ten opzichte van hun spoorlijn naar het zuiden van Nederland. “Van 1874 tot 1890 hebben de Staatsspoorwegen, tegen betaling, mede gebruik gemaakt van het station. In die tijd vertrokken er ook internationale treinen naar Antwerpen, Luik en Parijs vanaf het Maliebaanstation, het was hartstikke succesvol in de beginjaren.”
Nadat de Staatsspoorwegen zich in 1890 terugtrokken uit het Maliebaanstation, daalde het aantal bewegingen enorm met HSM als enige exploitant. Toen de HSM in 1885 vlakbij het Maliebaanstation de nieuwe halte Biltstraat op de Oosterspoorweg bouwden, kozen steeds meer reizigers deze halte als opstapstation. De halte werd in 1892 uitgebreid tot station Biltstraat, en lag dichter bij het centrum van Utrecht. Bovendien stopten de tram naar De Bilt en Zeist er. De HSM besloot in 1908 het Maliebaanstation om te bouwen tot goederenstation, maar reizigers waren nog altijd welkom. Het station heeft lang gediend als goederenstation en ook een tijdje als nachtstation, waar ‘s nachts allerlei treinen stopten.

Beladen functie
Uiteindelijk kwam het Maliebaanstation toch leeg te staan, totdat het in 1940 in gebruik werd genomendoor de Duitsers. “Doordat het station redelijk afgelegen was van de stad, bleek het een ideale plek voor de Duitsers. Zij vestigden hier een zogeheten ‘Verpflegungsstelle’. Dit had niks met verpleging te maken.” Integendeel, het was een kantine voor Duitse militairen die met verlof op de trein naar Duitsland gingen. Ze verzamelden op het Maliebaanstation en kregen eten en drinken voordat ze teruggingen in speciale militaire verlof treinen”.
Maar er vonden ook transporten plaats vanaf het Maliebaanstation, van mannen die voor de Arbeitseinsatz (arbeidsinzet) werden gerekruteerd en in Duitsland moesten werken. “Verder is bekend dat er tenminste twee grote deportaties van Joodse Utrechters hebben plaatsgevonden vanaf dit station. Door de afgelegen en verlaten ligging konden de Duitsers hier ongestoord deportaties uitvoeren. Een deel van de geschiedenis van het Maliebaanstation is erg beladen, vandaar dat er vlak voor het station een monument staat met alle namen van de weggevoerde Utrechtse Joden,” aldus Evelien. Bovendien heeft het Spoorwegmuseum twee vaste presentaties en digitale dossiers over de rol van NS in de Tweede Wereldoorlog gerealiseerd.
Van station naar museum
Na de oorlog vonden er in het Maliebaanstation nog kleinschalige activiteiten plaats, totdat het in 1951 de zwervende collectie van het Spoorwegmuseum ging huisvesten. “De NS wilden hun eigen geschiedenis en die van hun voorgangers een permanente plek geven.” Zodoende kreeg het station een make over, geheel in de museale stijl van de jaren ’50. Muren werden wit gepleisterd en de grote stationsklok werd weggehaald, want “in een museum staat de tijd stil, dus dan heb je geen klok meer nodig.” Op de voorgevel werd in grote letters ‘Spoorwegmuseum’ geplaatst. Het gehele ensemble wat het Maliebaanstation vormde werd in die tijd niet belangrijk geacht en verdween. “De draaischijf waar de locomotieven op gedraaid werden, de loods waar ze dagelijks onderhoud kregen en veel spoorwegwoningen, van de stationschef en werkmeester, werden in de jaren ’50 tot en met ’80 gesloopt.”

Terug naar 1874
In 2003 werd er door architect Leo Wevers een poging gedaan om het station weer terug te brengen naar de oorspronkelijke staat van 1874. Wachtkamers en loketten kwamen weer terug en de witte pleisterlagen verdwenen. “Maar wat niemand toen wist, was dat er onder die pleisterlagen allerlei prachtige muurschilderingen uit de 19e eeuw verborgen zaten. Doordat er heel weinig beeldmateriaal was, wisten we niet van die muurschilderingen. Dankzij grondig kleuronderzoek zijn ze uiteindelijk tevoorschijn gekomen!”
In de tentoonstelling over het 150-jarige bestaan van het station wordt uitgebreid aandacht besteed aan de restauratie, en welke keuzes de architect heeft gemaakt. “Leo Wevers vertelt bijvoorbeeld dat de marmeren vloer in de hal op een tekening was vastgelegd, dus dat heeft hij precies zo terug kunnen brengen. Maar voor dingen die niet bekend waren heeft hij onderzoek gedaan naar huizen en stationsgebouwen uit de 19e eeuw en op basis daarvan keuzes gemaakt voor het Maliebaanstation.”
De tentoonstelling bestaat uit drie delen, vertelt Evelien. “In de wachtkamer van de eerste en tweede klassen vertellen we over de bouw en verbouwing van het station. Verder wordt er aandacht geschonken aan het wonen en werken in en rondom het Maliebaanstation, want het was echt een dorpje op zich.” En er komt een levensgrote kijkdoos in de bestelgoederengang, waar de zes verschillende functies van het station worden belicht. “We kunnen bezoekers zo een goed beeld geven van hoe het nou vroeger was.”
De tentoonstelling Maliebaanstation 150 jaar is vanaf 25 april te bezoeken in Utrecht.

