(Geschreven in opdracht van de gemeente Bernheze, verschenen in weekblad de Bernhezer, 4 september 2013)
Met elkaar delen! Deze wapenspreuk koos de Dintherse boeren priesterzoon met melkdiploma Marcel van de Ven toen hij in 1968 abt werd van de Abdij van Berne en daarna als abt-generaal norbertijnen wereldwijd zou inspireren om hun missie met elkaar te delen. Communicantes. Daar gaat het ook om op Open Monumentendag die we in Bernheze op 14 en 15 september vieren, met als landelijk thema ‘Macht en pracht’. Erfgoed is mensenwerk. Daarin zit de kracht.
Feest en boodschap
Monumentendag vieren? Jawel, we maken van alles een feest. Boomplantdag is Boomfeestdag geworden. Maar wordt er niet teveel gefeest, waardoor we de boodschap vergeten: met elkaar delen wat vorige generaties ons hebben overgedragen om het zelf weer goed door te geven aan de volgende?! Benutten we de verhaal- en verbeeldingskracht die ons erfgoed in zich heeft wel ten volle om dorpen leefbaar te houden? Zien we door het regelwoud het erfgoed nog wel? Zijn we monumenten niet als heiligen gaan adoreren, van wie we zijn vergeten dat het mensen waren?
Voor iedereen
In Bernheze draait het komend monumentenweekend om de mens. Zondag trekken vanuit Heeswijk, Dinther en Loosbroek boeren en burgers van weleer in optocht naar de net van buiten opgeknapte ‘abdij van Bernheze’ om de nieuwe (echte) abt Denis Hendrickx in te huldigen. Naast een ‘grutse’ museumboerin en een Kilsdonkse molenaar geven ook de Heeswijkse baron en barones acte de présence, vergezeld van meer hofdames en lakeien dan ooit op het kasteel werden gesignaleerd. Koren laten het ‘Domine, salvam fac Reginam nostram!’ klinken. Heemkundekring De Wojstap toont foto’s van eigen volk. Heeswijkse gildebroeders vendelen en showen hun pracht aan gildezilver, trots als ze zijn, dat hun gilde 50 jaar geleden door de baron werd heropgericht, nadat het eind 19e pastoor was opgeheven. Er werd teveel gefeest! En nu wordt warempel ook de constant feestvierende kasteeljonker Alberic met zijn Koosje op de abdij verwacht, tegen wie diezelfde pastoor fulmineerde: ‘… de verhouding, waarin U leeft met Uwe huishoudster, of ik weet niet hoe ik die noemen moet, is van dien aard, dat die heel wat opspraak verwekt; en daarin, Jonkheer, moet verandering komen, anders kan niet die vriendschappelijke verhouding tussen het kasteel en de Abdij blijven voortduren. En wanneer ik dit zeg, dan zeg ik het niet alleen uit mijnen naam, maar ook uit naam van de Prelaat en de Heren van de Abdij. Daarom, Jonkheer, breng daar verandering in; trouw ze of zend ze weg.’ (1895, Heeswijks parochiearchief). Nu is de Abdij van Berne er voor iedereen! eeuw op ‘advies’ van de Heeswijkse
Zeldzaam en doodgewoon
We mogen op monumentendag zelfs een blik werpen in het eeuwenoude Speelhuis van de abt, waarin de abdij in 1857 doorstartte. In de pandgangen en refter vinden we de abtengalerij: fraaie portretten van nederige dienaren tot hooghartige potentaten. We zien de eerste gemijterde abt Koenraad van Malsen (1528-1549), die zich (trots als een pauw?) als eerste liet schilderen, met achter zich zijn ‘maison de plaisance’. Hij liet bovendien een juweel van een staf voor zich smeden. We zien ook doodgewone mensen die uitblonken in gezond boerenverstand als abt Marcel. Hoe al die prelaten als mens ook waren, ze hebben als elke andere priester, novice, broeder of ‘leek’ van Berne, hun steentje bijgedragen aan de markante cultuurbiotoop, die de abdij is. Als we observeren wat op een plek allemaal is gebeurd, blijft erfgoed boeien. Met de focus op biotopen, als in de natuur, komt bij cultureel erfgoed alle mensenwerk in beeld, zeldzaam en doodgewoon.
Van iedereen
Zo krijgt ook de naoorlogse kerk van Heesch meer betekenis: geen monument, wel mensenwerk waar Heesch trots op mag zijn. Zonder kerk klopt een dorpshart niet! En al is de neogotische kerk in 1961 afgebrand, de contouren zijn nog te tekenen en het baarhuisje is er nog. In Heesch is het op Open Monumentendag vooral in de kerk te doen. Heemkundekring De Elf Rotten toont er samen met de parochie tal van kerkschatten, waaronder een drie-stel van goudbrokaat voor een ‘mis met drie heren’. De kerk als plek om ons verleden met elkaar te delen: een mooie vingeroefening voor simpel multifunctioneel gebruik van kerken die te groot of overbodig zijn. Het speelt ook in Bernheze. Te groot of overbodig als ‘theorielokaal’ voor praktiserende parochianen? Waarom er dan geen ‘praktijkhal’ van gemaakt voor alle dorpelingen? Kerkbanken eruit, voedselbank erin! En wat zouden we er niet meer met elkaar moeten mogen delen? Zou de nieuwe paus dat geen beter idee vinden dan kerken leeg laten of te gelde maken? Dat vraagt wel om stimulering van wat de overheid ‘burgerbetrokkenheid’ noemt. Die begint met zorg samen delen: wereldlijke en kerkelijke overheden, parochianen en andere dorpelingen samen. Dan wordt de kerk weer van iedereen. Financieel irreëel? Als overheden het basale doen en elke dorpeling de prijs van één dagje pretpark uitlegt voor een heel jaar dorpskerk, wordt (niet alleen) de jaarrekening gezond.
Oud & nieuw
Met man en macht is net in Vorstenbosch de oude kloosterkapel van de Zusters van Barmhartigheid nieuw leven ingeblazen. ‘Macht en pracht uit een rijk Vorstenbosch verleden’ is er op Open Monumentendag te zien. ‘…Uw volk dat zich hier bevindt zie ik met overgroote vreugde’, lezen we bij het oude Christusbeeld naast de kerk. Zou Vorstenbosch zonder molen, klooster, pastorie, kerk, café en boerderijen (nu Boeddhistisch centrum, heembiotoop en Western store) nog vreugde schenken? Durf ze eens te ‘slopen’ op Monumentendag! Ook met man en macht is net in Nistelrode bij cultuurcentrum Nesterlé oud en nieuw met elkaar verbonden. De oude jongensschool is spannend (er wordt over gepraat) gekoppeld aan eigentijdse architectuur, die is geïnspireerd op boerenschuren. Wel als een abstract schilderij dat om uitleg vraagt. Ga daarvoor naar de schurenbiotoop in de Harry van de Venstraat: hout, golfplaten en wat niet meer. Allemaal mensenwerk, alleen een architect zal er niet aan te pas zijn gekomen. Kijk – onderweg naar die mooie molen – op welke plekken je de Nistelrooise autoriteiten zou kunnen plaatsen die in het Monumentenweekend in het heemlokaal van Nistelvorst voor een ‘poppenshow’ zorgen. Waar woonde de burgemeester, waar de vroedvrouw?
Spontaan erfgoed
Het was ooit de bedoeling dat monumenten ingedeeld zouden worden in rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten, gekoppeld aan landelijke, regionale en lokale betekenis, maar dat is niet gelukt. Waarom geen sterren toekennen aan ons erfgoed zoals Michelin dat doet? Laten we eens beginnen met de drie Oordse hoeven aan de Loosbroekseweg, ooit pachtboerderijen van de Heeswijks kasteelheren. Met een monumentenbril op zou de eeuwenoude Eerste Oordse Hoeve met een jachtkamer, waar twee boeren gebroeders wonen en de tijd (door monumentenzorg?) lijkt stilgezet, als rijksmonument drie sterren krijgen. Eén of twee sterren voor de Derde Oordse Hoeve die nu een gazonrijke buitenplaats van een internist uit de stad is en onlangs gemeentelijk monument is geworden. En geen ster voor de ‘verknalde’ Tweede Oordse Hoeve van een lokale ondernemersfamilie, geen monument, omdat de eigen smaak er teveel is gevolgd?! Als mensenwerk verdient dit ‘spontaan erfgoed’ dat onbeschermd juist zijn levensloop laat zien, toch minstens een ster of stip. En de drie samen als cultuurbiotoop?
Eerst boeren, toen ridders
In 2010 werden bij het hermeanderingsproject bij het Heeswijks kasteel sporen van een fikse boerderij (24,5 bij 8 meter) uit de Romeinse tijd gevonden, Ze moet er tenminste 8 eeuwen eerder dan het kasteel zijn gebouwd. Volgens archeologen zou die boer zeker 14 runderen, 2 paarden, 4 schapen en 2 varkens hebben gehad. Het keuterboertje van de Looz-Corswaremhoeve boerde er zeker niet beter: 16 eeuwen stilstand… Hoe vaak zal die ‘Romeinse’ boer met de Aa recht voor zijn deur, die niet als vaarweg hebben gebruikt? En de kasteelheren? Archivaris Henk Buijks vond in een rentmeestersrekening dat in 1563 zo’n 50 platbodems vol bouwmateriaal over de Aa naar het kasteel koersten, waar (ook) toen flink werd verbouwd. Toen werden in de Aa boten geteld voor het sluisgeld, nu vissen ingevolge de Europese Kaderrichtlijn Water. Het archeologisch opgravingsrapport is klaar. Hoe gaan we de gevonden voorwerpen en sporen vol verbeeldingskracht met elkaar delen?!
Pachtboer wordt kasteelheer
We komen bij het machtige kasteel Heeswijk, dat zijn kracht ontleent aan zijn prachtige verhalen. Ze speelden zich af op de hoofdburcht en benedenplaats, rond het pootmeestershuis en tuinmanshuis, ook bij de ruim 75 pachtboerderijen. De binnentuin die de laatste baron en barones door Copijn liet aanpassen aan hun droomwereld is net opgeknapt. De tuinbeelden zijn na ontgroening maagdelijk wit teruggezet. Niet de bamboe. Daarvoor moeten we naar een slootkant in Schijndel. Tuinman Tony die daar voor zichzelf begon had er stiekem stekjes van meegenomen. Het werk van de Schaijkse architect Jan de Jong die het koetshuis tot adellijk buiten verbouwde en van het washok een salon maakte, zien we ‘overal’ terug in Bernheze. Als pionier van de Bossche School ontwierp hij in Nistelrode een woonhuis (Laar 15), het priesterkoor van de Lambertuskerk en de pastorie met parochiezaal. In Heesch woonhuizen als Kortven 6 en ’t Dorp 29-31 en 105. Ook tekende hij voor de eerste verbouwing van De Berkt, nadat de pachtboer het kasteeltje had kunnen kopen van ‘de Heeswijkse jonker’ en zichzelf kasteelheer mocht noemen. De pachtboerderij met bakkerij, grutterij en café, ooit ook stemlokaal, is weer buitenplaats. Zondag brengt een tableau vivant de jachtgeschiedenis van De Berkt spannend tot leven. Maak het mee! Je ziet er ook sporen van een sterrenbos, bedoeld om van jagen een feest te maken.
Van monument naar erfgoedbiotoop
Wanneer we leren denken in erfgoedbiotopen, krijgt alles meer betekenis. Als we de levensloop van plekken registreren, ter plekke leesbaar houden en creatief communiceren, gaat het niet meer alleen om macht en de pracht van enkele heilig verklaarde monumenten, maar om de verbeeldingskracht van al ons zalig erfgoed, dat een en al mensenwerk is en elk dorp en buitengebied zijn eigen karakter geeft. Daar kunnen we, zeker in Bernheze, ook garen bij spinnen. Laten we dus gauw en niet alleen op het ‘Feest van Open Monumentendag’ de raad van abt Marcel opvolgen en ons rijkgeschakeerde erfgoed met elkaar delen. Ingezonden bericht weekblad de Bernhezer
Persbericht Weekblad de Bernhezer

