Op verzoek van onder andere de provincie Zeeland en de Tweede Kamer laat staatssecretaris Gunay Uslu een onderzoek uitvoeren naar de mogelijkheid om een aantal geschenkwoningen uit de periode na de Watersnoodramp als rijksmonument te classificeren. Het lijkt erop dat deze woningen deze status zullen krijgen. Dit zou een belangrijke erkenning zijn van het historisch belang van deze woningen en de waardevolle bijdrage die ze leveren aan het cultureel erfgoed van Nederland.
VVD-Kamerleden Jacqueline van den Hil (uit Goes) en Pim Van Strien hebben vragen gesteld over dit onderwerp.
In de nasleep van de Watersnoodramp van 1953 kreeg Nederland hulp vanuit de hele wereld in de vorm van voedsel, dekens en kleding. Uit Noorwegen, Finland, Zweden, Denemarken en Oostenrijk kwamen honderden prefabwoningen, ook wel bekend als ‘geschenkwoningen’. Deze houten bouwpakketten hebben hun weg gevonden naar Zeeland, waar meer dan tweehonderd van deze woningen staan, waarvan tachtig op Schouwen-Duiveland. Volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) hebben deze geschenkwoningen een hoge cultuurhistorische waarde en zijn ze van onschatbare waarde voor het cultureel erfgoed van Nederland. Hoewel veel van deze woningen tegenwoordig in particuliere handen zijn, zal het gemakkelijker worden om subsidies te krijgen voor verbouwingen en verduurzaming, als ze als rijksmonument worden aangemerkt. Momenteel zijn er nog 682 geschenkwoningen verspreid over drie provincies, waarvan 79 in goede en originele staat verkeren (‘zeer gaaf’). Vooral als de woningen in een groepje, oftewel een ‘ensemble’, staan, is de kans groot dat ze tot rijksmonument worden uitgeroepen. Op 45 locaties is nog zo’n gaaf ensemble te vinden, hoewel dat niet automatisch betekent dat de individuele woningen ook in een goede staat verkeren.

