Van een anker uit 1652 tot een knijpschaar uit 950 na Christus, en als kers op de taart een mammoetkies van 40 duizend jaar oud, allemaal ontdekt onder metrostation Blijdorp. Dit is slechts een kleine selectie van de meer dan 5000 archeologische vondsten die vanaf deze week online te bewonderen zijn op de website voor bodemvondsten van de gemeente.
Peter Kalkman, archeoloog en depotbeheerder bij de Gemeente Rotterdam (BOOR) fungeert als projectleider voor dit project: “De vondsten zijn van iedereen. Ik zie het als onze taak om deze dan ook te delen met de mensen. Met deze online collectie willen we niet alleen bijzondere voorwerpen laten zien, maar ook de geschiedenis van Rotterdam tonen.”
Een blik in het verleden
“Mensen denken dat Rotterdam pas is opgebouwd sinds het bombardement, maar de geschiedenis van Rotterdam gaat veel verder terug. De stad wordt niet echt gezien als een historische stad, terwijl Rotterdam dat wel zeker is!”, aldus Peter Kalkman. Rotterdam heeft een bijzonder rijk bodemarchief, dat een schat aan vondsten bevat uit verschillende periodes zoals de prehistorie, de Romeinse tijd, de Middeleeuwen en meer recente tijden. In het depot, waar alle opgravingen zorgvuldig worden bewaard, bevinden zich meer dan honderdduizend stukken die de geschiedenis van Rotterdam vertegenwoordigen.
In Rotterdam zijn enkele opmerkelijke vondsten gedaan die getuigen van een rijke geschiedenis. Zo is hier het oudste graf van Nederland ontdekt, evenals de oudste stadszegel en zelfs de oudste klomp van Nederland. Naast deze nationale vondsten zijn er door de jaren heen ook veel artefacten gevonden die niet uit Nederland afkomstig zijn. Deze vondsten weerspiegelen het multiculturele karakter van Rotterdam en dienen als indicatoren van de diverse culturele invloeden die de stad heeft gekend.
Hoewel niet alle vondsten op een positieve manier in Rotterdam terecht zijn gekomen, dragen ze wel bij aan het volledige verhaal van de stad. Een voorbeeld hiervan zijn de opgegraven suikerpotten uit Suriname, die tijdens het slavernijverleden naar Nederland werden verscheept, zoals Peter Kalkman benadrukt.
Over het digitaliseren van de collectie zegt Peter Kalkman: “Hiermee kunnen we de vondsten zichtbaar maken voor een breder publiek en komt er zo ook weer meer data beschikbaar voor studenten.”

