Erfgoed als aanjager voor de circulaire economie

Mirjam Schmull is duurzaam ondernemer en Brokkenmáker. Samen met haar businesspartner Hylke Faber realiseert ze concrete circulaire projecten, zoals het verduurzamen van erfgoed en het inzetten van restmateriaal afkomstig van restauraties. Hierbij verbindt ze beleving, cultuurhistorische waarde en circulariteit met elkaar, waardoor het projecten zijn met een goed verhaal die bijdragen aan de circulaire economie.

‘In 2017 heb ik met twee anderen Utrecht Community (UCo) opgezet’, vertelt Mirjam. ‘Een duurzame gemeenschap die gevestigd is in een gerenoveerde monumentale treinloods van de NS aan de Tweede Daalsedijk in Utrecht. In deze loods van 1800 m2 werden vroeger treinen geschilderd. Nu zijn er werk-, workshop- en overlegruimtes in het pand gerealiseerd en biedt de loods plaats aan verschillende bedrijven en organisaties die zich richten op duurzaamheid.

Mirjam vindt het belangrijk om zorgvuldig met erfgoed om te gaan, omdat het identiteit geeft aan een plek: ‘Tijdens de renovatie van het gebouw waar UCo nu gevestigd is, kwamen verschillende buurtbewoners langs die nog in het pand gewerkt hadden. Zij vertelden wat deze plek voor hen had betekend, en zeiden blij te zijn dat het pand weer een bestemming kreeg. Ook was de loods een ankerpunt voor de omgeving, en omdat het er al zo lang stond heeft men binding hiermee. Wat ik heel gaaf vind, is dat je een pand dat voor een specifieke functie is gebouwd een nieuw leven kan geven en het kan mee-evolueren met de veranderende behoeften’, aldus Mirjam.

Kennis uit het verleden meenemen naar de toekomst

We zijn volgens Mirjam geneigd om het wiel opnieuw uit te vinden bij de verduurzaming van een pand, terwijl er vroeger al veel aan verduurzaming werd gedaan door het (her)gebruik van lokaal materiaal en natuurlijke elementen. Mirjam: ‘Een mooi circulair voorbeeld van lokaal materiaal dat een nieuwe bestemming heeft gekregen, zijn bijvoorbeeld de stenen van het middenschip van de Domkerk in Utrecht. Deze stenen zijn – na de ineenstorting van het middenschip van de kerk in 1674 – in heel veel panden in Utrecht verwerkt. Een voorbeeld van het werken met natuurlijke elementen in het verleden zijn het plaatsen van leibomen voor huizen die in de zomer de zon tegenhouden door hun dichte bladerdek natuurlijke zonwering. In de winter verliezen ze alle bladeren en zorgen ervoor dat de zon het huis kan verwarmen. Ik vind dat we deze kennis van duurzame energie en materiaalgebruik uit het verleden moeten meenemen en vertalen om de duurzaamheidsdoelen van de toekomst te behalen.’

Bij de realisatie van UCo hebben Mirjam en de andere mede-oprichters daarom gekeken hoe goede materialen die nog aanwezig waren in het pand hergebruikt konden worden. Zo is er van hout uit de voormalige treinloods een podium gebouwd. Ook zijn natuurlijke elementen van het pand weer in ere hersteld. Mirjam: ‘De daklichten van het sheddak (een dak met zaagtandvorm) zijn weer geopend, net als de dichtgemetselde deuren. Hierdoor komt er weer veel licht binnen in het pand. We onderschatten vaak hoe belangrijk daglicht is voor een prettige werkomgeving. Maar ook dat is niets nieuws onder de zon.’

(Dom)stenen met een verhaal

Net als vroeger worden door het project ‘Van Dom tot steengoed’ zoveel mogelijk stukjes van de Dom, hoe klein ook, hergebruikt. Mirjam: ‘De Domtoren staat momenteel in de steigers voor een grootschalige renovatie. Ik kwam erachter dat de 600 kuub steen die vrijkwam voornamelijk verwerkt zou worden tot puingranulaat en onder het asfalt zou verdwijnen. En de mooiste ornamenten gingen naar de afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht. Dat kan anders, want het restmateriaal van de Domtoren heeft wel degelijk waarde: emotioneel, cultuurhistorisch en economisch. Nu worden het puin, de stenen en grote ornamenten ingezet voor verschillende projecten in Utrecht met inwoners en kunstenaars.’

‘Ik dacht: hoe mooi zou het zijn om nu weer stenen van de Dom te hergebruiken voor nieuwe panden in Utrecht. Maar het materiaal was niet ideaal, de stenen waren kalkhoudend poreus. Bovendien was elke container met materiaal van wisselende samenstelling, terwijl het bij een recept voor bakstenen juist belangrijk is dat alles hetzelfde is.’ vertelt Mirjam. Uiteindelijk maakte New Horizon na heel veel testen het puin geschikt voor de bakstenen en gaat baksteenfabrikant Wienerberg een miljoen Domstenen produceren. Deze worden onder meer gebruikt voor de bouw van de duurzame wijk Merwede in Utrecht.

Oud en nieuw komen samen

Ook op een andere plek in Utrecht is er binnenkort een resultaat van het project ‘Van Dom tot steengoed’ te zien. In het Máximapark verrijst namelijk een nieuw kunstwerk met ornamenten van de Domtoren, gemaakt door kunstenaar Paul de Kort. Op 7 juli is de onthulling. Mirjam: ‘Het idee van dit kunstwerk is ontstaan omdat er sinds 2013 zes bomen heel anoniem in het park staan, die afkomstig zijn van het Domplein. Ze moesten wijken voor de bouw van de historische attractie DOMunder. Wij vonden het heel tof om de bomen zichtbaarheid te geven door om de bomen, die in een kruisvorm zijn geplaatst, ornamenten van de Domtoren te plaatsen.’

De locatie van het kunstwerk moet een plek voor bezinning worden, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en bewust worden van het erfgoed uit hun stad. Mirjam: ‘De Dom is het centrum van Utrecht en Máximapark hoort bij het nieuwe hart van Utrecht met al haar uitbreidingen. Ik vind het mooi dat bij dit moderne hart een stukje erfgoed te zien is. Zo komen oud en nieuw samen. Dit staat symbool voor Van Dom tot steengoed’.

Een icoon als aanjager voor de circulaire economie

‘Je hebt een aantal van dit soort projecten nodig om te laten zien hoe je circulariteit kan omarmen en welke waarde het heeft’, aldus Mirjam. ‘Zo is de Domtoren als icoon een aanjager voor de circulaire economie geworden. Dat is zo tof. We hebben circulariteit heel concreet en tastbaar gemaakt. Want één ding weten we zeker: een hele Dom of een beetje Dom, dat verbindt!’