Archeologen zoeken naar puin en beerputten van Delftse Donderslag

Een explosie die zelfs op Texel te horen was, was op 12 oktober 1654 het gevolg van de ontploffing van 90.000 pond buskruit in Delft. Deze ramp, vergelijkbaar met de vuurwerkramp in Enschede, resulteerde in de verwoesting van meer dan 200 huizen, terwijl bij 300 andere huizen de daken werden weggeblazen. Het exacte aantal slachtoffers is onbekend, maar deze tragedie staat bekend als de Delftse Donderslag. Dankzij werkzaamheden aan het riool krijgen archeologen nu de kans om objecten uit die tijd op te graven.

Archeoloog Jasper Boelsma, uitgerust met een veiligheidshelm, fluorescerende jas, kaplaarzen en een grote schep, wijst naar de verschillende lagen in een recent gegraven kuil. “Hier zie je nog duidelijk de laag met puin van de Delftse Donderslag,” legt de archeoloog uit. Boelsma en collega-archeoloog Iris de Fuijt zijn verheugd dat de Paardenmarkt onder constructie is.

De werkzaamheden aan het riool vergroten de capaciteit van het systeem, waardoor de rioolzuivering niet langer tegen zijn maximumcapaciteit aanloopt. Tegelijkertijd kunnen de archeologen hun opgravingen uitvoeren. Ze hebben al verschillende muren gevonden van het voormalige kruitdepot, evenals fragmenten van Delfts blauwe schalen en een vermoedelijke koperen kruittrechter.

Een andere opmerkelijke vondst op de Paardenmarkt is een beerput. Vroeger werden de uitwerpselen daar gedeponeerd en naast ontlasting hebben de archeologen ook veel andere objecten ontdekt, zoals schalen en resten van borden. Op een gegeven moment werd de beerput vervangen door een rioolstelsel, waarbij alle woningen, regenwaterafvoeren en kolken op het riool werden aangesloten, aldus Maurice Simons van de gemeente Delft.

Vanwege de aanzienlijke hoeveelheid puin onder het straatniveau zijn de archeologen ervan overtuigd dat de ontploffing van het ‘Secreet van Holland’ inderdaad een enorme ramp was. “Het echte speurwerk begint pas als we alles hebben schoongemaakt en hebben kunnen dateren, maar daar gaat nog wel een tijdje overheen,” zegt archeoloog Boelsma.