Sinds zij aan de macht kwamen in 1933 maakten Adolf Hitler en zijn Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) op grote schaal gebruik van propaganda, om hun ideologieën in de Duitse samenleving te verankeren. Films, pamfletten, boeken en radioprogramma’s verheerlijkten het Naziregime en zetten de Joodse bevolking neer als de grote vijand. Een minder bekend middel in deze ‘propagandaoorlog’ was schilder- en beeldhouwkunst. De NSDAP leden kochten zelf veel kunst aan en organiseerden jaarlijks de Große Deutsche Kunstausstellung, waar kunst werd tentoongesteld die aansloot bij de ideologie van de Nazi’s. Museum Arnhem bracht deze kunstwerken samen in de tentoonstelling ‘Kunst in het Derde Rijk’. De tentoonstelling is inmiddels beëindigd, maar Jelle Bouwhuis, conservator moderne kunst bij Museum Arnhem, reflecteert op het maakproces en de uitdagingen.
Museum Arnhem is gespecialiseerd in moderne en hedendaagse kunst van de 20e eeuw tot en met nu, waarbij de focus voornamelijk ligt op het neorealisme. “Dat is de realistische kunst uit de eerste helft van de 20e eeuw, en het collectieonderdeel waar ik over ga,” aldus Jelle. Daarnaast heeft het museum ook nog een sieradencollectie, internationale hedendaagse kunst en een collectie kunst en keramiek uit de 17e eeuw.

Blinde vlek
De tentoonstelling Kunst in het Derde Rijk begon als interesse voor een blinde vlek in de kunstgeschiedenis, namelijk kunst die tijdens de naziperiode in Duitsland, van 1933 tot 1945 werd geproduceerd. “Wij wilden in deze tentoonstelling met een andere blik kijken naar wat nou per definitie foute kunstenaars zijn, en of al die kunst per se slecht was. Deze vragen waren ons uitgangspunt.”
Het politieke perspectief op kunst is al langer een aandachtspunt voor Museum Arnhem. In 2015 was er in het museum een tentoonstelling over kunst die in Nederland is aangekocht tijdens de bezettingsperiode van 1940 tot ’45 en na de verbouwing van het museum in 2022 ontwikkelde Jelle een tentoonstelling over politieke polarisatie, met gebruik van kunstwerken uit de eigen collectie. “Hierin werden linkse kunstenaars uit de jaren ’20 en ’30 opgesteld ten opzichte van rechtse kunstenaars. Het is voor ons dus niet alleen maar kijken of een kunstenaar goed kon schilderen, maar ook wat de context was waarin kunst werd geproduceerd en getoond.”
Het voorstel voor de tentoonstelling Kunst in het Derde Rijk ontstond naar aanleiding van de tentoonstelling Design van het Derde Rijk in Design Museum Den Bosch in 2019. “Het Deutsches Historisches Museum had nog zo’n 8000 kunstwerken in de collectie, die gemaakt waren in de periode van het Derde Rijk, en vroeg zich af of een deel daarvan niet ook in Nederland kon worden geëxposeerd. Uiteindelijk kwam het idee bij Museum Arnhem terecht en gingen we ermee aan de slag.”
De juiste context
Voor Jelle begon de ontwikkeling van Kunst in het Derde Rijk met veel vragen: wie waren nou deze kunstenaars? Wat maakten ze en wat gebeurde er in die periode? “Het was voor mij wel een eyeopener, want als je praat over het Derde Rijk en de nazi’s gaat het vooral over oorlog en niet over kunst. Maar er was in die periode zeker veel aandacht voor kunst en cultuur, vooral ook vanuit de overheid. Veel van de kunstwerken zijn kwalitatief erg goed, doordat de overheid het kunstleven stimuleerde en er veel geld voor beschikbaar had.”
Het werd voor Museum Arnhem een belangrijke taak om de juiste context te geven bij de kunstwerken. “Wij wilden de kunst nadrukkelijk aan het idee van het Derde Rijk en de nazi’s koppelen en dan krijg je al snel discussie over hoe je dat het beste aanpakt en inkadert.” Om op de juiste wijze aan de slag te gaan werden gesprekken gevoerd met de Joodse gemeenschap in Nederland, herdenkingsmusea als Kamp Westerbork en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. “We wilden de tentoonstelling graag bij deze partijen bekendmaken voordat we er zelf mee naar buiten kwamen. Tegelijkertijd hebben we samen gekeken naar onze ideeën voor de tentoonstelling en of we het goed aanpakten.” Het oorspronkelijke plan bleef na de gesprekken nog grotendeels staan, maar de nadruk op de kunstwerken als vorm van nazipropaganda werd sterker.
Landschappen en het gewone leven
Dat de kunst in de tentoonstelling werd ingezet om de nazi-ideologie te verspreiden is op het eerste gezicht niet te zien. In plaats van hakenkruizen en oorlog werden er vooral idyllische landschappen, stoere arbeiders en beeldschone vrouwen getoond, onderwerpen die men al eeuwenlang schilderde. “Maar nu werden deze op een voetstuk gezet door de nazi’s,” legt Jelle uit.
En dat was voor veel kunstenaars in Duitsland voordelig, want plotseling kregen ze veel meer mogelijkheden om hun werk te tonen en te verkopen. “Veel kunstenaars deden hun voordeel met het feit dat de nazi’s veel kunst aankochten, een aantal werd daardoor zelfs miljonair. Maar hoewel sommigen hun werk aanpasten om in de smaak te vallen, deden de meesten simpelweg wat ze altijd al deden. In de tentoonstelling stelden we bij de kunstwerken de vraag hoe de bezoeker zo’n werk moet beoordelen.”

Brede interesse
Alhoewel er bij het ontwikkelen van de tentoonstelling de nodige zenuwen waren over het gevoelige onderwerp en de reacties die daaruit voort zouden komen, werd Kunst in het Derde Rijk goed ontvangen door het publiek. “Er zijn eigenlijk alleen maar positieve reacties geweest, van zowel bezoekers als de media. De tentoonstelling werd paginagroot in de kranten beschreven en er werd zelfs in Duitsland een televisie item over gemaakt, primetime.”
Jelle wil het dan ook niet bij deze tentoonstelling laten. “We hebben iets aangekaart wat brede interesse heeft gewekt. Kunst is een goede manier om het naziregime en de kracht van propaganda bespreekbaar te maken, dus misschien moeten we dat voortaan meenemen in de permanente collectie van Museum Arnhem.”

