De reddingsBOEi voor monumenten

Veel monumentale gebouwen in Nederland staan leeg. Het is voor eigenaren vaak een grote uitdaging om deze gebouwen te onderhouden, met alle regelingen en restauraties die erbij komen kijken. BOEi zorgt ervoor dat ze toch nog een nieuw leven krijgen. Van kerken tot oude fabrieken en boerderijen, ieder gebouw krijgt passende maatschappelijke functies, zodat ze weer bestemd zijn voor de toekomst. Arno Boon, directeur van BOEi, vertelt over de organisatie en uitdagingen waar het veld mee te maken krijgt.

BOEi ontstond halverwege de jaren ’90, toen de interesse voor industrieel erfgoed begon te groeien. De naam BOEi was in die tijd een afkorting voor de ‘Nationale Maatschappij tot Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van Industrieel Erfgoed’. “In het begin zeiden we eigenlijk tegen Nederland: ‘kom maar hier met je moeilijke industriële monumenten?’ Toen kregen we meteen de meest hopeloze gevallen voorgeschoven,” legt Arno uit.

In de afgelopen 30 jaar bouwde de organisatie veel ervaring op, en inmiddels kunnen Arno en collega-directeur Sylvia Pijnenborg bij de eerste scan van een gebouw al een passende functie bedenken. “Je krijgt bij het scannen van een gebouw en de nabije omgeving al snel het idee wat voor functies erin kunnen, door te kijken naar onderdelen als daglichttoetreding en de verdiepingshoogte. Op basis daarvan vallen veel dingen gauw af en hou je uiteindelijk een aantal functies over. Dat is een kwestie van 30 jaar ervaring.”

De geselecteerde  functies worden vervolgens uitgewerkt in een haalbaarheidsonderzoek. Daarbij benadrukt Arno dat het belangrijk is om het bedachte programma van het haalbaarheidsonderzoek te vertalen naar concrete gebruikers, waarin zowel de kwaliteit van het gebouw als kennis van de markt een rol spelen. “Het is ons regelmatig overkomen dat we aanbelden bij de buurman van een gebouw waar we mee aan de slag gingen, die dan een oud-medewerker bleek te zijn en nog allemaal tekeningen had liggen van het gebouw. Maar we doen ook heel veel met free-publicity en communicatie naar andere omwonenden en dan dienen zich altijd wel gebruikers aan.”

Vrijheidsmaaltijd op 5 mei in de Grote Markthal, Amsterdam

Het Nationaal Vrijheidskwartier

Een van de grote projecten waar BOEi nu mee bezig is, is een voormalige universiteitsaula in Wageningen. “Deze aula staat op een steenworp afstand van het bekende Hotel de Wereld, maar is nog onbekend in het verhaal van de bevrijding en capitulatie.” De capitulatieakte, die op 5 mei 1945 het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende, werd namelijk niet in Hotel de Wereld getekend, maar in de universiteitsaula.

Vijf jaar geleden won BOEi een tender van de Universiteit Wageningen, waarna ze het gebouw mochten overnemen en er een nieuw plan voor werd ontwikkeld. Het plan heeft, met de komst van 80 jaar vrijheid in 2025 en de huidige conflicten in de wereld, nog een extra belangrijke lading. “Bevrijding en vrijheid is weer een heel groot thema geworden in Nederland, dus we willen van de aula, Hotel de Wereld en het tussenliggende terrein een plek maken waar het hele jaar rond aandacht is voor het thema vrijheid.”

Met bijdragen van onder andere het vfonds en de provincie Gelderland wordt de inhoud van dit nieuwe ‘Nationale Vrijheidskwartier’ vormgegeven. Zo komt er onder andere een escaperoom voor jongeren en vinden er straks exposities en lezingen plaats. “We zijn dus bezig met gebouwen (hardware) maar ook software (inhoud).”

Universiteitsaula Wageningen

Pizzafinanciering

Naast bijdragen van fondsen en provincies heeft BOEi verschillende mogelijkheden om projecten te financieren. Arno gebruikt daarvoor de term pizzafinanciering. “De financiering van BOEi-projecten bestaat uit allemaal verschillende stukjes. We hebben een eigen vermogen dankzij  onze twaalf aandeelhouders, de stichting Vrienden van BOEi en een aantal grote partijen, maar we lenen ook een deel bij banken en halen middelen op door fondsenwerving en crowdfunding.”

Verdere financiering komt van overheidssubsidies, en dan niet alleen voor monumenten. “Bij een gemiddeld project komt 10 tot 15% uit monumentensubsidies. De rest komt uit subsidiegeld voor onderwijs, economie en cultuur. In veel gebouwen die we hebben herbestemd zitten namelijk ook cultureel-maatschappelijke functies als kinderdagverblijven, bibliotheken en theaters.”

Inzet voor een sterke sector

Al sinds het ontstaan van BOEi is verduurzaming een belangrijk thema binnen de organisatie. “We waren eind jaren negentig al bezig met warmtepompen in monumenten, terwijl bijna niemand wist wat dat nou eigenlijk was. Nog steeds proberen we in onze projecten zoveel mogelijk nieuwe verduurzamingstechnieken toe te passen en na te denken over circulariteit.”

Maar niet alleen binnen de organisatie wordt de nadruk gelegd op verduurzaming, ook in de gehele monumentale sector speelt BOEi een grote rol op dit gebied. “Als BOEi vinden we het belangrijk om te pionieren en om te kijken hoe we dit soort onderliggende problemen goed kunnen aanpakken.” Daarom is BOEi betrokken bij meerdere programma’s op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en erfgoedparticipatie en wordt er veel aandacht besteed aan kennisuitwisseling met het veld. “Ons adagium is dan ook ‘BOEi wordt sterker als de sector sterker wordt’. De sector is behoorlijk kwetsbaar, en we hebben er allemaal belang bij dat deze overeind blijft. Gelukkig wordt erfgoed niet genoemd in het regeerakkoord; dat is gek genoeg winst. De kunst is nu om meer restauratiegeld in de Rijksbegroting te krijgen en daar zijn we mee bezig met partners in het veld.”