In de reeks Monumentale Verhalen uit ARTIS vertelt Wessel Broekhuis, historicus en medewerker Erfgoed bij ARTIS, over de historie en het erfgoed van de oudste dierentuin van Nederland.
Op 1 mei 1838 vond de oprichting van het Amsterdams zoölogisch genootschap Natura Artis Magistra plaats: in het Latijn ‘Natuur is de leermeesteres van kunst en wetenschap’. Hoofddoel was volgens het toenmalige missiestatement ‘het bevorderen van de kennis der natuurlijke historie op eene aangename en aanschouwelijke wijze’. Voor dat doel werd in de Plantagebuurt een dierentuin ingericht. De verschillende dierverblijven lagen daar als ‘eilandjes’ in het wandelpark. De dierentuin werd gerangschikt volgens de wetenschappelijke kijk op de natuur -soort bij soort- en zo had ARTIS een Vogelhuis, een Apenhuis, een Roofdierengalerij, een Fazanterie, enzovoort. Het voor kennisbevordering opgerichte genootschap richtte haar diergaarde in als levend museum. Kennis over dieren en hun behoeften stond nog in de kinderschoenen. In ongeveer 200 jaar geschiedenis is op dat vlak veel veranderd. Terwijl de negentiende-eeuwse dierverblijven werden gemaakt om dieren te laten zien, richten huidige ontwerpen zich op het bieden van het hoogst haalbare niveau van welzijn en mogelijkheden om soorteigen gedrag te uiten aan de dierlijke bewoners: van bouwen voor mensen die naar dieren kijken, naar bouwen voor dieren.
Als historische stadsdierentuin is het 186 jaar oude ARTIS-Park bijzonder goed bewaard gebleven. De 26 rijksmonumenten die het park rijk is, vormen een zeldzame weelde die ARTIS onderscheidt van veel andere dierentuinen. Maar het biedt ook uitdagingen: hoe moderniseer je als dierentuin in een stadspark dat volgebouwd is met monumenten?
Dankzij creativiteit en voortdurende reflectie, zijn in ARTIS meerdere gevallen van moderne dierhouderij in monumentale structuren te vinden. Bijvoorbeeld het Apenhuis. Bij oplevering in 1909 was dit gebouw, door het gebruik van nieuwe technieken en materialen zoals gietijzer, hypermodern. Het interieur van het Apenhuis bestond uit een gang met aan weerszijden betegelde verblijven voor vele verschillende apensoorten: een uiting van de encyclopedische visie op natuur.
Tijdens een grondige restauratie in 2010-2011 werden veel originele details, zoals de draagconstructen en de glas-in-lood ruitjes, weer hersteld. Maar de grootste verandering was wel dat er een jungle in het gebouw werd geplaatst! De verschillende verblijven en barrières verdwenen en als bezoeker ben je te gast in het domein van verschillende kleine aapjes en andere diersoorten, die zich vrijelijk door de ruimte bewegen.
Kerbertterras
Een ander belangrijk rijksmonument uit de ARTIS-geschiedenis is het Kerbertterras (1929), het voormalige leeuwenverblijf. Als voorbeeld diende het innovatieve dierenpark dat de Duitse circusmagnaat en dierenhandelaar Carl Hagenbeck (1844-1913) liet aanleggen nabij Hamburg. Toen nietsvermoedende bezoekers daar tijdens de opening in 1907 rondliepen, wisten ze niet wat ze zagen: er waren veel exotische dieren te zien, maar tralies, hekken en hokken waren in geen velden of wegen te bekennen. Nadere inspectie onthulde dat mens en dier van elkaar werden gescheiden door vernuftig aangelegde grachten en greppels en zich bewogen tegen een achtergrond van vakkundig geboetseerde kunstrotsen. Veel dierentuinen schiepen vervolgens eigen panorama’s en kunstrotsen, met het tralieloze Kerbertterras als vroegste voorbeeld in ARTIS. De leeuwen, die tot dan toe binnen in de nabijgelegen Roofdierengalerij (1859, gesloopt in 2015) hadden verbleven, kwamen op het Kerbertterras in aanraking met zand, steen, frisse lucht en zonlicht. Het Kerbertterras heeft, als theater van de natuur dat bijna honderd jaar lang de leeuwen een podium bood, monumentale status, omdat het als eerste tralieloze dierverblijf in ARTIS zo’n belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van de dierentuin vertegenwoordigt.
Inmiddels zijn bijna honderd jaar verstreken en voldeed het Kerbertterras niet meer aan de huidige standaard voor leeuwenverblijven. De leeuwen verhuisden in 2023 naar een veel ruimere en meer afwisselende habitat langs de Plantage Doklaan. Het Kerbertterras zal binnenkort een nieuwe invulling krijgen: het zal met luchtbruggen boven het bezoekerspad verbonden worden met het tegenover gelegen Lemurenland. Het nieuwe gebied dat hieruit ontstaat is bestemd voor kleinere diersoorten die al in ARTIS-Park leven: de rode vari’s samen met een andere halfapensoort, de ringstaartmaki, en de Madagaskar stralenschildpad. Deze herstructurering biedt meer ruimte en afwisseling voor de dieren en een multidimensionale ervaring voor de bezoekers. Want waar de ruimte in ARTIS schaars is, is er in de hoogte nog veel mogelijk. Zo is ARTIS altijd in beweging. Monumentale gebouwen kunnen voor historische stadsdierentuinen een uitdaging vormen, maar bieden ook kansen om iets unieks te creëren.



