In de reeks Monumentale Verhalen uit ARTIS vertelt Wessel Broekhuis, historicus en medewerker Erfgoed bij ARTIS, over de historie en het erfgoed van de oudste dierentuin van Nederland. Met in aflevering drie aandacht voor Nederlandse natuur te ARTIS. Want hoewel velen ARTIS als dierentuin vooral associëren met exotische dieren, is aandacht voor inheemse natuur ook al lang verweven met het Amsterdamse instituut en haar erfgoed.
‘t Veentje
In 1911 werd bijvoorbeeld een van de drie vijvers, ontstaan na het dempen van de Nieuwe Prinsengracht, in ARTIS omgevormd tot een gebied dat ‘’t Veentje’ werd genoemd. De beplanting voor de ARTIS-vijver werd uit het Naardermeer gehaald: ’t Veentje moest een kopie van dit gebied worden. Aan de moerassige oever konden Nederlandse watervogels nestelen. Nog steeds leven hier reigers, kwakken en aalscholvers.
De totstandkoming van ’t Veentje hangt samen met het ontstaan van het eerste beschermde natuurgebied in Nederland, het eerder genoemde Naardermeer. Dit gebied werd door de gemeente Amsterdam in eerste instantie aangemerkt als vuilstortplaats, omdat het geen vruchtbare grond betrof. Er broedden wel veel lepelaars en andere vogels, maar voor de intrinsieke waarde van de natuur was toentertijd nog weinig politieke en maatschappelijke aandacht. Toch werd er een stokje voor dit plan gestoken. In 1905 werd tijdens een bijeenkomst in ARTIS de Vereniging Natuurmonumenten opgericht. Hun eerste daad voor natuurbescherming werd de aankoop van dit gebied. ARTIS was zo het middelpunt van de ontluikende natuurbehoudsbeweging in Nederland.
De Ruïne
Een ander voorbeeld van aandacht voor Nederlandse natuur is een schilderachtige kasteelruïne: geen echt overblijfsel van een kasteel, maar wel ontworpen naar het voorbeeld van het voormalige kasteel Brederode te Santpoort. Het was een ontwerp van A.F.J. Portielje (1886-1965), die bijna vijftig jaar lang Inspecteur van de Levende Have van ARTIS was. Portielje zou eigenhandig brokstukken van de Noord-Hollandse kasteelruïne naar ARTIS hebben overgebracht, waarna de bouw door ARTIS-medewerkers zelf werd uitgevoerd.
Deze Uilenruïne (1921) was bedoeld als een studietheater van de natuur: een breed, rechthoekig landschap vormde een toneel van land en water, de ruïne vormde de achtergrond. Het geheel lijkt bedoeld als een kasteelruïne met een slotgracht. Op dit toneel konden Nederlandse vogels gezien, gehoord en bestudeerd worden. Uilen werden geassocieerd met het verleden van Europa en werden in dierentuinen daarom wel vaker gehuisvest in gestileerde, kasteelachtige bouwwerken.
In 2019 werd de Ruïne vernieuwd als verblijf voor de Japanse kraanvogels en werd de naam gewijzigd van ‘Uilenruïne’ naar ‘Ruïne’.


Tentoonstellingen
ARTIS kent een lange traditie van museale tentoonstellingen. In de ARTIS-Bibliotheek, die tussen 1866 en 1872 gebouwd werd, werden in 1894 twee zalen ingericht met enkel preparaten van Nederlandse diersoorten. Dit museum, ‘Fauna Neerlandica’ genoemd, was vernieuwend vanwege deze inheemse focus. Fauna Neerlandica zou uitgroeien tot een landelijk centrum voor vogelstudie en tot 1965 konden er onder andere kleine diorama’s – natuurtaferelen in glazen vitrines, gemaakt door preparateur en vogelfotograaf P.L. Steenhuizen (1870-1940) – bewonderd worden. In het ARTIS-Aquarium (1881) werd in 1926 vervolgens het Heimans Diorama geopend, dat een Texels duinlandschap toonde, met opgezette zee- en strandvogels tegen een geschilderde achtergrond. De destijds nog ‘verre’ natuur van de Waddeneilanden werd zo dichtbij de Amsterdamse stedeling gebracht.
’t Veentje, de Ruïne en deze tentoonstellingen vloeiden voort uit nieuwe inzichten over, en meer aandacht voor, het Nederlandse landschap. Deze aandacht was te danken aan Eli Heimans (1861-1914), een onderwijzer die ontstemd was over het gebrek aan interesse in de natuur onder zijn stadse leerlingen. Samen met de gelijkgestemde collega Jac P. Thijsse (1864-1945) werd Heimans een drijvende kracht achter het ontluikende natuurbewustzijn en natuureducatie in Nederland. Zij werkten veel in ARTIS en stonden aan de wieg van Vereniging Natuurmonumenten. Het was het begin van een tendens die vandaag de dag (weer) zeer voelbaar is in de hoofdstedelijke dierentuin. Het park is met meer dan 800 bomen een aantrekkelijke broedplaats voor stadsnatuur, die het groene hart van Amsterdam in grote getale opzoekt. ARTIS faciliteert onderzoek naar lokale soorten, door het ringen van blauwe reigers en kwakken en als veldlocatie voor het ARISE-project, dat de lokale biodiversiteit in kaart brengt. Bovendien wordt bij elk nieuw bouwproject of monumentrestauratie ruimte gemaakt voor inheemse soorten, zoals roestplekken voor vleermuizen, broedplekken voor zwaluwen en groene daken die aantrekkelijk zijn voor insecten.
Het gedachtegoed van de eerste natuurbeschermers van Nederland is vandaag de dag misschien nog wel levendiger dan ooit!

