Midden op een zandvlakte op de Veluwe staat Radio Kootwijk. Dit unieke gebouw was aan het begin van de twintigste eeuw de kern voor de communicatie met Nederlands-Indië. Overheden, maar ook families hadden voor het eerst contact met mensen zo’n 12.000 km verderop. Zendstation Radio Kootwijk vormde de basis voor veel technische ontwikkelingen in Nederland en is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse geschiedenis van de twintigste eeuw. Harold Jaartsveld is gids bij Radio Kootwijk en vertelt over het bijzondere gebouw en de geschiedenis.
Het iconische hoofdgebouw van Radio Kootwijk werd in 1920-1923 ontworpen door Julius Maria Luthmann (1890-1973), een architect die was geïnspireerd door het oude Egypte. Een radiostation in de vorm van een sfinx was het gevolg. Harold: “In de tijd dat Luthmann bezig was met het ontwerp voor Radio Kootwijk, werd het graf van farao Toetanchamon ontdekt. Egypte was toen echt een hot item.” De twee kleinere gebouwen die aan de voorkant bij de vijver zijn geplaatst, moeten de voorpoten voorstellen van de sfinx. “Het past ook nog eens goed bij de omgeving, want Radio Kootwijk stond vroeger op een zandverstuiving, wat weer aansluit bij de woestijn waar de oude Egyptische sfinxen staan.” Vanwege het gevaar voor oververhitting door de straling van de zenders is de abstracte sfinx volledig gemaakt van gewapend beton.
Geschiedenis Radio Kootwijk
Goed contact met Nederlands-Indië was in de vorige eeuw van groots belang voor Nederland. Zodoende gaf de Nederlandse staat de opdracht om een radioverbinding tussen de twee landen te creëren. “De overheid heeft toen een hoop geld bijgelegd en is op zoek gegaan naar een geschikt terrein. Dat werd uiteindelijk een stille open vlakte op de Veluwe, waar honderd jaar geleden alleen een schaapskudde liep,” vertelt Harold.
Om het terrein klaar te maken voor de bouw en alles aan te leggen, werden honderdvijftig werkloze Amsterdammers naar die plek gebracht. Hun werk begon met het egaliseren van de grond waar het zendstation moest komen, waarna ze aan de slag gingen met de bouw van het nabijgelegen dorp. “In dit dorp moesten de werknemers komen te wonen. Dat was noodzakelijk vanwege de continuïteit van de radiozender. Als er calamiteiten waren, konden de medewerkers zo vanuit hun eigen keuken naar het zendstation worden gebracht.” Niet alleen woonhuizen stonden in dit dorp, ook gebouwen voor de zendinstallatie, werkplaatsen en een watertoren werden hier gebouwd. Al het materieel werd vervoerd per trein, via een speciaal daarvoor aangelegde treinverbinding. Het gehele dorp werd vernoemd naar zijn functie: Radio Kootwijk.

Contact met Nederlands-Indië
‘Hallo Bandoeng, hoort u mij?’ Met deze woorden van koningin-moeder Emma werd in 1929 de eerste verbinding gelegd tussen Nederland en Nederlands-Indië met behulp van een lange golf. Het was een grote technische vooruitgang die de communicatie met de rest van de wereld gemakkelijker maakte.
Niet alleen de overheid was hiermee geholpen, ook familieleden konden weer aan elkaar worden gekoppeld op deze manier. Via de postkantoren in de grote steden kon verbinding worden gemaakt met de postkantoren in Nederlands-Indië. “Maar daar moest je wel wat geld voor meenemen, want een telefoongesprek van drie minuten kostte ongeveer dertig gulden,” vertelt Harold. “Vaak kwam er bij de gesprekken ook veel emotie kijken, want ineens hoorden familieleden een stem die ze misschien wel twintig jaar niet gehoord hebben. Het waren geen gesprekken waar sterk werd bijgepraat.”
Van lang naar kort
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Radio Kootwijk bezet door de Duitsers, die intensief gebruik maakten van zending via de lange golf. Harold: “Dat heeft namelijk de eigenschap om door water heen te gaan. Dus de Duitsers hadden als missie om in een rechte lijn naar Radio Kootwijk te gaan en het gebouw in te nemen, want ze konden daarmee alle onderzeeërs in de Atlantische Oceaan bereiken en bedienen.”
Het gebruik van een lange golf voor radiozending kostte veel energie en zware apparatuur. “Er stonden zes grote zendmasten in een cirkel. Elke mast was maar liefst twee keer zo hoog als de Martinitoren.” Toen duidelijk werd dat er met een korte golf ook contact gemaakt kon worden met overzeese gebieden, verdween de lange golf uit het zendstation en waren de enorme zendmasten – die later zijn vernietigd door de Duitsers – niet meer nodig.
Toen de satellietverbinding in de jaren zeventig zijn intrede deed, werd de korte golf ook weer achterhaald. “Radio Kootwijk kreeg daardoor een meer beperkte zendfunctie en werd voornamelijk nog gebruikt voor het lucht- en scheepvaartverkeer.” Zo stevende Radio Kootwijk af op een uiteindelijke sluiting in 1998.

Vandaag de dag
Na een periode van leegstand, is Radio Kootwijk sinds 2009 in bezit van Staatsbosbeheer. “De dorpsbewoners wilden er alles aan doen om Radio Kootwijk uit handen te houden van de Engelse radiozender Delta,” vertelt Harold. “Delta was van plan om masten neer te zetten van bijna 330 meter hoogte, wat zou betekenen: heel veel straling. Daar hebben ze gelukkig een stokje voor kunnen steken.” Voor een symbolische € 1,00 is Radio Kootwijk overgedragen aan Staatsbosbeheer.
Nu wordt het gebouw onder meer gebruikt voor verschillende soorten bijeenkomsten om een kostenneutrale exploitatie te realiseren en wordt het bijzondere verhaal van Radio Kootwijk gedeeld met het publiek op locatie door vijftien gidsen. In de weekenden vinden er publieksexcursies plaats, waar men online (www.hierradiokootwijk.nl) voor kan reserveren.
Tevens wordt Radio Kootwijk jaarlijks opengesteld voor Open Monumentendag (dit jaar op 14 en 15 september), waarbij het zendstation dit jaar naadloos aansluit op het thema ‘Routes, Netwerken en Verbindingen’. Een perfecte gelegenheid om de bijzondere locatie te delen met het grote publiek, volgens Harold. “We willen ervoor zorgen dat iedereen van Radio Kootwijk kan genieten en het verhaal blijft doorgeven.”
In het kader van Open Monumentendag is er onlangs een podcastaflevering verschenen over Radio Kootwijk. Beluister de aflevering hier: https://www.openmonumentendag.nl/podcast/.

