Erfgoed als middel voor erkenning en heling

Still uit video-installatie van Dagmar Rijgersberg, 𝘋𝘦 𝘻𝘰𝘦𝘬𝘵𝘰𝘤𝘩𝘵 𝘯𝘢𝘢𝘳 𝘛𝘶𝘴𝘢𝘥𝘪𝘢𝘩. De installatie onderzoekt wat voor rol Indonesische voormoeders spelen in de identiteit van de derde en vierde generatie Indische jongeren aan de hand van voormoeder Tusadiah, een njai.

Twee jaar geleden lanceerde Vfonds de regeling Houd je erfgoed levend, een subsidie die het immateriële erfgoed van Indische, Molukse, Papoea en Peranakan gemeenschappen in Nederland zichtbaar moest maken. Tijdens een feestelijke afsluiting in de Stadsschouwburg in Utrecht werden vorige week de resultaten gepresenteerd. Programmamaker Dunja Colman reflecteert op het succes van de regeling, die niet alleen erfgoed tot leven bracht, maar ook zorgde voor erkenning en heling binnen gemeenschappen – met waardevolle lessen voor de erfgoedsector.

Vfonds, oorspronkelijk opgericht na de Tweede Wereldoorlog ter ondersteuning van veteranen, richt zich op thema’s rondom vrede, vrijheid en democratie. “Vanuit die veteranengeschiedenis is er een sterke connectie met de Nederlands-Indische en Molukse gemeenschappen en oorlogsherinnering,” legt Dunja uit. Als programmamaker van Houd je erfgoed levend vond zij in de regeling een bijzondere kans. “Voor mij kwamen een aantal heel belangrijke dingen samen,” zegt ze, verwijzend naar haar eigen Indische achtergrond.

Een regeling met bijzondere focus

De regeling werd gefinancierd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Dat verklaart mogelijk waarom de regeling minder bekend is binnen de erfgoedsector, die doorgaans nauwer samenwerkt met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). VWS zet zich al decennialang in voor erkenning en genoegdoening voor Indische en Molukse gemeenschappen en andere door de Tweede Wereldoorlog getroffen groepen.

Programmamaker Dunja Colman

In 2020, 75 jaar na de bevrijding van Nederlands-Indië, maakte VWS een budget vrij om erfgoed van deze gemeenschappen te behouden en door te geven. Omdat VWS zelf niet over de uitvoeringscapaciteit beschikte, werd Vfonds als partner aangewezen. “Hoewel het geen cultureel fonds is, was Vfonds vanwege bestaande relaties met Indische en Molukse gemeenschappen de logische keuze,” aldus Dunja.

De regeling kende een korte looptijd: slechts anderhalf jaar, van december 2022 tot juli 2024. Dit maakte de uitvoering uitdagend. “Je kunt in die tijd wel iets opzetten, maar om écht impact te maken, zou je eigenlijk meer tijd nodig hebben.” Toch wist Dunja en haar team 166 projecten te ondersteunen.

Diversiteit in projecten

De focus van de regeling lag op immaterieel erfgoed, waar in eerste instantie veel vragen over waren. Dunja: “We moesten hard werken om duidelijk te maken wat er werd bedoeld met immaterieel erfgoed. Veel mensen gingen terug naar de Tweede Wereldoorlog en intergenerationeel trauma, terwijl het juist gaat over de cultuur van nu.” De regeling heeft uiteindelijk een breed scala aan projecten ondersteund, variërend van spirituele rituelen en muziek tot culinaire tradities, dans en textiel. Veel projecten draaiden om het herontdekken en vernieuwen van immaterieel erfgoed, zoals traditionele weeftechnieken die door designers in een moderne context werden toegepast.

Opvallend was dat bij veel particuliere aanvragen er grote behoefte was aan dialoogtafels, vertelt Dunja. “Er zijn veel taboes, bijvoorbeeld over opvoeding, religie of levensstijlen. Jongere generaties wilden die onderwerpen bespreekbaar maken.” Dit was vooral belangrijk binnen de Indische en Molukse gemeenschappen, waar de zogenoemde ‘Indische zwijgcultuur’ zeer aanwezig is. “Gek genoeg wordt dat ook als immaterieel erfgoed gezien, maar dan als categorie met een minder mooie kant.”

Ook werden tentoonstellingen gesteund. Een memorabel project voor Dunja is Vogels van God in Missiemuseum Steyl, ontstaan in samenwerking met de Nederlandse Papoeagemeenschap. “Het heeft een lange aanloop nodig gehad voordat die gemeenschap zich aangesproken voelde om een aanvraag te doen, omdat er nog veel terughoudendheid heerst richting de overheid vanwege  het verleden.” Het museum, dat zichzelf in de afgelopen jaren heeft herontdekt en gedekoloniseerd, heeft een randprogrammering georganiseerd met dansgroepen uit Nieuw-Guinea, Nederlandse Papoea-artiesten en erfgoeddagen. “Het heeft de Papoeacultuur zichtbaar gemaakt in Nederland en was ook een voorbeeld van hoe traditionele instellingen zichzelf kunnen vernieuwen.”

Missiemuseum Steyl, ceremoniële opening Vogels van God

Cultuursensitieve aanpak

Bij de regeling Houd je erfgoed levend werd sterk ingezet op laagdrempeligheid en herkenbaarheid. Een bijzonder kenmerk was de brede opzet met drie deelregelingen voor stichtingen, zzp’ers en particuliere aanvragers. Daarmee bood de regeling een unieke kans aan vrijwilligers en kleine gemeenschappen. Dunja: “Vooral in de Indische en Molukse gemeenschappen zie je veel vrijwilligersinitiatieven die onder de radar blijven. Deze regeling gaf hen de ruimte om meer te doen dan anders mogelijk was.”

Ook hielp Vfonds aanvragers bij het opzetten van hun projectplan met een cultuursensitieve aanpak. “Mensen konden bij ons langskomen om hun idee in een gesprek toe te lichten. Wij hielpen hen vervolgens om dat op papier te zetten,” legt Dunja uit. “Het feit dat we met hen in gesprek gingen, voelde voor velen al als een vorm van erkenning.” Tegelijkertijd bood deze aanpak het team van Vfonds waardevolle inzichten. “Het hielp ons bij het afstemmen van onze communicatie, van welke woorden en beelden we gebruikten tot hoe we contact legden met gemeenschappen.”

Erfgoedcollectief Malburgen, een Arnhems vrijwilligersinitiatief met Indische en Molukse bewoners, heeft in samenwerking met Bureau Ruimtekoers de audioroute Route Malburgen ontwikkeld. De Indische en Molukse geschiedenis en de tradities hebben hierdoor een blijvende plek in het collectief geheugen van de wijk gekregen.

De impact van erkenning

De regeling Houd je erfgoed levend is inmiddels tot een einde gekomen, maar achter de schermen is Vfonds aan het onderzoeken óf en hóe er een vervolg gegeven kan worden aan de regeling. “We hebben gezien hoe groot de behoefte is en hoeveel prachtige initiatieven zijn ontstaan,” zegt Dunja. “Ik hoop dat de projecten iets in gang zetten – dat er in de erfgoedsector meer begrip komt voor de perspectieven van al deze gemeenschappen.”

De afsluitende presentatie was een feestelijk moment om de resultaten van de regeling te vieren en aanvragers met elkaar in contact te brengen. “Het is hun feestje,” benadrukt Dunja. Ook is er die dag een publicatie gelanceerd waarin de voorlopige impact van de regeling is vastgelegd. “Omdat de regeling maar zo kort heeft gelopen, is het extra belangrijk dat er iets tastbaars achterblijft.”

De grootste les uit dit traject lijkt toch wel het belang van erkenning. “Er is de afgelopen 75-80 jaar heel weinig aandacht geweest voor deze gemeenschappen en mensen voelden zich niet gezien. Door zo’n subsidie, al is het maar een druppel op de gloeiende plaat, kun je mensen toch die erkenning geven.” Bezig zijn met immaterieel erfgoed biedt volgens Dunja tevens een vorm van heling voor deze gemeenschappen. “Erfgoed gaat veel verder dan monumenten of objecten; het zit echt van binnen.” Ze roept daarom overheden en fondsen op om deze lijn voort te zetten. “De verhalen van deze gemeenschappen verdienen net zo’n prominente plek als andere erfgoedprojecten.”

De presentatie van de bijbehorende publicatie tijdens de feestelijke afsluiting

De publicatie van de regeling is online te lezen via www.houdjeerfgoedlevend.nl/publicatie