In het Missiemuseum in Steyl zijn deze week röntgenfoto’s gemaakt van vijf gedecoreerde schedels die ooit door missionarissen zijn meegenomen uit Papoea-Nieuw-Guinea. Het doel van het onderzoek is te achterhalen waaraan deze personen precies zijn overleden. Het museum zou graag zien dat de schedels worden teruggebracht naar hun oorspronkelijke herkomst, maar eerder werd duidelijk dat de inheemse bevolking de schedels niet terug wilde, uit angst voor boze geesten.
Voorouders of vijanden
Conservator Paul Voogt reisde vorig jaar af naar de binnenlanden van Nieuw-Guinea om onderzoek te doen. Hij bezocht verschillende stammen in het oerwoud en sprak met de lokale bevolking. De exacte oorsprong van de schedels wist hij destijds niet vast te stellen.
Het museum in Steyl wil nu meer duidelijkheid krijgen. Er wordt onderzoek gedaan of het gaat om schedels van tegenstanders die om het leven zijn gebracht of voorouders die juist werden vereerd. In het geval van vijanden zouden er vaak sporen van een gewelddadige dood zichtbaar moeten zijn. Mocht blijken dat het om vijanden gaat, dan roept dat volgens Voogt nieuwe ethische vragen op.
Onderzoek met röntgen
De schedels zijn bedekt met een laag leem en klei, waarin gezichtskenmerken zoals ogen, een neus en een mond zijn aangebracht. Dankzij de röntgenstraling kan de botstructuur onder de dikke laag klei zichtbaar worden gemaakt.
Op basis van de eerste bevindingen wordt vermoed dat de schedels niet beschadigd zijn, wat erop kan wijzen dat het om voorouders gaat en niet om vijanden. De komende maanden wordt verder onderzoek gedaan. Ook zal de kleilaag in een laboratorium worden geanalyseerd.
Voorlopig blijven de menselijke resten in het Missiemuseum, maar op termijn zouden ze mogelijk naar een museum in Papoea-Nieuw-Guinea kunnen worden overgebracht.

