Hernieuwd onderzoek naar Romeinse kampen na recente ontdekkingen

Studenten en vrijwilligers zeven grond op vondsten. Foto: RCE

Begin september voerden de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Universiteit Leiden archeologisch onderzoek uit bij het Romeinse kamp van Leuvenum (Ermelo). Dit kamp maakt deel uit van een groter archeologisch rijksmonument, waar ook 33 grafheuvels uit het neolithicum en de bronstijd liggen. Het doel was met nieuwe methoden en technieken meer te weten te komen over de datering en gebruiksfasen van het kamp, en de invloed van bosbeheer op de conservering van het monument. De resultaten moeten leiden tot aanbevelingen voor toekomstig beheer en behoud.

Samenwerking en werkwijze

Archeologen groeven een sleuf over de wal en gracht van het kamp om bodemprofielen te bemonsteren voor dateringsonderzoek, micromorfologie en pollenanalyse. Ook werd een Romeinse oven onderzocht en zijn kleine putten gegraven om bodemverstoring in kaart te brengen. Het veldwerk werd uitgevoerd samen met studenten van de Universiteit Leiden en Saxion Hogeschool Deventer, en vrijwilligers van de historische verenigingen Herderewich, Historisch Ermeloo en Arent thoe Boecop. Eerder dit jaar vond al geofysisch en booronderzoek plaats waarbij de oven werd ontdekt. Met metaaldetectie is ook gezocht naar metaalvondsten in de bovengrond. Dit heeft helaas geen Romeinse vondsten, maar wel recenter materiaal opgeleverd zoals conservenblikjes en munitie uit de Tweede Wereldoorlog.

Ik vond het een leerzame ervaring; aan de slag met profielen tekenen, fysiek graven en zeven. Maar ook luisteren naar verschillende specialisten die hun monsters namen en tijdens koffie vragen stellen om te begrijpen wat ze exact doen. De afgelopen weken waren een balans van nieuwe skills leren en oude verbeteren.” (Isaiah Claeys – Universiteit Leiden)

Achtergrond van het kamp

Het Romeinse kamp is eerder onderzocht in 1922 en 1987. Daarbij zijn kenmerkende elementen aangetroffen, zoals een drie meter brede v-vormige greppel (fossa fastigata), een zes meter brede wal en vier ingangen (tituli). Het kamp, met een omvang van 310 bij 370 meter, toont nog resten van de gracht en wal op de Ermelose heide ten zuiden van de N302. Binnen het kamp zijn haardkuilen en ovens gevonden, maar geen gebouwen – typerend voor tijdelijke Romeinse kampen, die dienden voor verkenning of oefeningen. Op basis van aardewerkfragmenten en 14C-dateringen van verkoold graan wordt het kamp gedateerd in de tweede helft van de tweede eeuw. Het huidige onderzoek moet deze datering verder verfijnen.

Nieuwe vondsten en bredere context

De hernieuwde aandacht voor tijdelijke Romeinse kampen komt voort uit recente ontdekkingen. Na de eerste vondst in 1922 bij Leuvenum was dit lange tijd het enige bekende tijdelijke kamp in Nederland. Nieuw onderzoek van de Universiteit Leiden en Saxion Hogeschool Deventer bracht echter kampen aan het licht in Ermelo-Indianenbos en Hoog Buurlo. Opvallend is dat deze kampen ten noorden van de toenmalige grens van het Romeinse Rijk (de Neder-Germaanse Limes) lagen. Belangrijke vragen zijn hoe deze kampen zich tot elkaar verhouden qua datering en functie, en welke rol zij speelden in de militaire infrastructuur en de relaties tussen Romeins Nederland en het gebied ten noorden van het Rijk.

Vervolgonderzoek

De komende maanden worden de bodemmonsters en onderzoeksresultaten geanalyseerd. Begin volgend jaar worden de uitkomsten verwacht. Uiteindelijk volgt een rapportage in de publicatiereeks van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.