Tijdens de verbouwing van het Westfries Museum in Hoorn zijn belangrijke archeologische resten gevonden. Onder het monumentale hoofdgebouw aan de Roode Steen kwamen zware middeleeuwse muren, kelders en zelfs een stenen traptoren tevoorschijn. Volgens archeologen gaat het mogelijk om het oudste stenen huis van Hoorn, dat vermoedelijk uit de 14e eeuw dateert.
De plek waar het museum staat geldt als het oudste bewoonde deel van Hoorn. In archiefstukken waren al aanwijzingen gevonden voor een vroeg stenen huis op deze locatie. De omvangrijke verbouwing van het museumcomplex biedt Archeologie Westfriesland nu de mogelijkheid om uitgebreid onderzoek te doen. Tijdens het funderingsherstel van het hoofdgebouw uit 1632 kwamen meerdere middeleeuwse structuren aan het licht.
De werkzaamheden aan het museum zijn momenteel in volle gang. Bij het funderingsherstel van de panden aan de Roode Steen worden heipalen, stalen balken en betonnen vloeren aangebracht. Daarbij wordt grond uitgegraven, waardoor muren, kelders en andere historische sporen zichtbaar worden. Archeologen van de gemeente Hoorn werken hierbij nauw samen met aannemer Koninklijke Woudenberg en heibedrijf SPS Heicombinatie, zodat de resten zorgvuldig kunnen worden vastgelegd terwijl de verbouwing doorgaat.
Christiaan Schrickx: “De afgelopen weken hebben we met man en macht gewerkt in de kelders onder Roode Steen 1 waarbij we naast de resten van het oudste stenen huis ook een beerput aantroffen.”
Bijzondere vondsten
De opgravingen vonden plaats in de grote kelder van het Statencollege, het monumentale hoofdgebouw van het Westfries Museum, en in de gewelfkelders van het voormalige Proostenhuis.
“De resultaten zijn spectaculair,” aldus de archeoloog. “Onder de betonnen vloeren kwamen de zware muren, kelders en zelfs een stenen traptoren van het oudste bakstenen huis van Hoorn tevoorschijn. Het precieze bouwjaar is nog onbekend, maar het dateert mogelijk uit de 14e eeuw. Dat wordt verder onderzocht met onder andere dendrologie, onderzoek naar de leeftijd van het gebruikte hout. De beerput van het Proostenhuis leverde bovendien een schat aan vondsten op uit de 15de en 16de eeuw. Heel bijzonder voor Hoorn.”


Een jarenlange klus
Archeologen van de gemeente Hoorn zijn al sinds 2021 betrokken bij het project rond het Westfries Museum. Voorafgaand aan de werkzaamheden werd uitgebreid onderzoek gedaan naar wat er in de bodem kon worden verwacht. Daarbij werken archeologie, bouwhistorie en archiefonderzoek nauw samen.
“De bouwhistorie richt zich op de bouwgeschiedenis van de bestaande panden. Met uitgebreid archiefonderzoek hebben we alle eigenaren en gebruikers van de panden vanaf de middeleeuwen tot het heden achterhaald,” aldus de archeoloog. “Maar hoe verder terug in de tijd, hoe minder er uit de geschreven stukken bekend is. De archeologie onderzoekt alles dat in de grond zit. Dankzij dit archeologisch onderzoek onder het Westfries Museum kan en moet er nu veel worden herschreven, want dit levert vele nieuwe gegevens op.”
Het grote stenen huis van Van Nijenrode
Uit historische bronnen was al bekend dat de adellijke familie Van Nijenrode in de middeleeuwen een huis bezat bij de Roode Steen in Hoorn. Deze familie stond in nauwe verbinding met het Hollandse gravenhuis. De oudste vermelding dateert uit 1377, toen het huis in leen werd gegeven aan Jan Claesz, vermoedelijk actief in het Hoornse stadsbestuur. Het huis bleef vervolgens in de familie totdat Hendrik van Nijenrode het pand in 1495 aan de stad Hoorn verkocht.
Christiaan Schrickx: “Interessant is dat het toen als ‘het grote stenen huis’ werd aangeduid. Het stond bij de Roode Steen, maar de precieze locatie is uit de geschreven stukken onduidelijk. Toen het huis in 1495 werd verkocht, stond er aan de Proostensteeg inmiddels nog een ander groot stenen huis: het Proostenhuis. Dit huis zou in 1425 zijn gebouwd en bestaat nog steeds als onderdeel van het Westfries Museum. Het vermoeden bestond dat het grote stenen huis naast het Proostenhuis heeft gestaan en dat de resten hiervan te vinden zouden zijn in de grote kelder onder het in 1632 gebouwde Statencollege.”
Gewelven en kaarsnissen
Bij het verwijderen van de betonnen vloer in de kelder bleek dat deze rechtstreeks op de middeleeuwse bodem was gelegd. Hierdoor kwamen direct de funderingen van het oude stenen huis tevoorschijn.
“Het moet een bijzonder gebouw zijn geweest,” stelt hij. “Toen het werd gebouwd stonden er in de stad vrijwel alleen nog maar eenvoudige houten huizen met meestal rieten daken. Het grote stenen huis had twee kelders met kruisribgewelven en een inpandige stenen wenteltrap. In de kelders van het Westfries Museum stond altijd al een oude muur met twee gemetselde nissen – en dat blijkt nu dus één muur van dit eerste stenen huis te zijn, voorzien van kaarsnissen voor een kandelaar of olielampje. Een hele mooie ontdekking.”
De beerput van het Proostenhuis
Bij een kleinere gewelfkelder in het Proostenhuis werd ook een gemetselde beerput gevonden. De inhoud daarvan wordt volledig uitgezeefd om zoveel mogelijk informatie te verzamelen.
Christiaan Schrickx: “Beerputten uit de middeleeuwen zijn in Hoorn een zeldzaamheid. Op de beerput loosde ooit een wc, maar de put werd ook gebruikt om keukenafval en gebroken huisraad in te gooien. De volledige inhoud van deze beerput is meegenomen om uit te zeven, zodat zelfs de kleinste resten kunnen worden verzameld. Denk daarbij aan botjes van wild, gevogelte of vissen, maar ook aan pitten van vruchten. We komen zo precies te weten wat men in het verleden daar heeft gegeten. De verwachting is dat we bij het zeven ook nog allerlei kleine voorwerpen zullen vinden. Sommige spullen verdwenen nagenoeg compleet in de put zoals we daarin nu al enkele kookpotten en een bierkan van steengoed hebben gevonden. Een hele bijzondere vondst uit de beerput is een zogenoemd langmes met een houten greep, een éénsnijdend wapen met een vergelijkbare functie als een kort steekzwaard.”

Onderzoek gaat verder
Het archeologisch onderzoek gaat de komende weken door. Mogelijk komen nog meer sporen aan het licht van middeleeuwse bebouwing op deze plek. De oudste vondsten dateren tot nu toe rond het jaar 1300, de periode waarin Hoorn ontstond.
“De oorsprong van Hoorn ligt dus letterlijk onder het Westfries Museum,” stelt de archeoloog. “Het streven is dat de vondsten straks op die plek voor iedereen te zien zullen zijn. Maar voorlopig is er voor ons archeologen nog jarenlang werk, want het graafwerk is binnenkort klaar, maar dan begint misschien wel de grootste klus voor ons: het verwerken van alle verzamelde gegevens en vondsten. Alleen al het uitzeven van de inhoud van de beerput en vervolgens het in elkaar puzzelen en plakken van alle voorwerpen zal maanden duren. Gelukkig worden we hierbij ondersteund door vrijwilligers.”
Volgens de archeoloog leiden de nieuwe vondsten tot belangrijke nieuwe inzichten in de vroege geschiedenis van de stad. Uiteindelijk is het doel om de resultaten vast te leggen in een publicatie, aangevuld met 3D-reconstructies van de bebouwing door de tijd heen.
Foto’s: Benno Ellerbroek en Archeologie West-Friesland

