De gemeente Den Haag wil voor vijf luxe woningen met een ondergrondse parkeergarage afwijken van haar eigen bestemmingsplan in een rijksbeschermd 19e-eeuws stadsgezicht. Via de Woo verkregen documenten roepen volgens Stichting Groot Sunny Court fundamentele vragen op over de motivering van dat besluit.
De gemeente Den Haag wil midden in een bouwblok, direct naast het gemeentelijke park Sunny Court en binnen het rijksbeschermde 19e-eeuwse stadsgezicht van de wijk Duinoord, meewerken aan de bouw van vijf luxe woningen met een ondergrondse parkeergarage. Omdat woningbouw daar volgens het geldende bestemmingsplan niet is toegestaan, wil het college afwijken van het bestemmingsplan.
Opmerkelijk is dat in oktober 2020 besloot het toenmalige college van burgemeester en wethouders geen medewerking te verlenen aan het destijds voorliggende woningbouwplan van dezelfde ontwikkelaar op dezelfde locatie. Een belangrijke reden was dat voor het plan onvoldoende draagvlak bestond.
In het huidige ontwerpbesluit stelt het college dat afwijking van het bestemmingsplan alleen mogelijk is wanneer sprake is van breed draagvlak vanuit de omgeving, substantiële vergroening en een goede ruimtelijke ordening. Vervolgens concludeert het college dat aan deze voorwaarden is voldaan.
Maar waarop is die conclusie gebaseerd?
Deze vraag kon pas worden beantwoord nadat Stichting Groot Sunny Court de eerste documenten ontving, één jaar en twee maanden na haar Woo-verzoek. Terwijl de Wet open overheid in beginsel uitgaat van een beslistermijn van zes weken, volgde de eerste openbaarmaking pas ruim een jaar later. Bovendien zijn volgens de stichting nog steeds niet alle gevraagde Woo-documenten verstrekt. De uiteindelijk ontvangen stukken roepen volgens de stichting fundamentele vragen op over de motivering van het ontwerpbesluit.
Een van de meest opvallende bevindingen betreft de bestuurlijke voorgeschiedenis.
Volgens de stichting blijkt uit de Woo-documenten dat het college op 27 oktober 2020 officieel vaststelde dat voor het oorspronkelijke bouwplan onvoldoende draagvlak bestond. Opvallend is dat dit collegebesluit ontbreekt in de latere gemeentelijke beschrijving van de bestuurlijke voorgeschiedenis. Daardoor blijft volgens de stichting onduidelijk hoe het college enkele jaren later tot de tegenovergestelde conclusie komt dat sprake zou zijn van ‘breed draagvlak vanuit de omgeving’. Uit de beschikbare stukken blijkt volgens de stichting niet op welke objectief vastgestelde en controleerbare feiten die omslag is gebaseerd.
Volgens de stichting schetsen de gemeentelijke stukken ook op andere essentiële punten een feitelijk onjuist of onvolledig beeld. Zo ontbreekt essentiële context over de rol en achterban van Stichting Groot Sunny Court. De stichting is opgericht naar aanleiding van de voorgenomen woningbouw en behartigt de belangen van omwonenden en buurtbewoners die zich tegen dit bouwplan verzetten. Inmiddels vertegenwoordigt zij 1.404 omwonenden en buurtbewoners. Volgens de stichting ontstaat daardoor een onjuist beeld van de aanleiding, doelstelling en maatschappelijke betekenis van de stichting.
Ook de gemeentelijke beschrijving van de informatiebijeenkomst van oktober 2022 geeft volgens de stichting een feitelijk onjuist en onvolledig beeld. Terwijl de gemeente concludeert dat de algemene tendens was dat bewoners het aangepaste plan sterk verbeterd vonden, blijkt volgens het tijdens de bijeenkomst door aanwezige bewoners opgestelde schriftelijke verslag juist het tegenovergestelde: bewoners kondigden protest aan, voelden zich niet gehoord en ervoeren de bijeenkomst niet als participatie, maar als een informatieavond over een reeds uitgewerkt plan. Volgens de stichting kan deze bijeenkomst daarom niet dienen als onderbouwing voor de conclusie dat sprake is van ‘breed draagvlak vanuit de omgeving’, maar wijst het verslag juist op aanhoudend verzet tegen het bouwplan.
Ook de conclusie dat sprake zou zijn van substantiële vergroening roept volgens de stichting vragen op. Juist omdat het college deze vergroening zelf als voorwaarde voor medewerking aan het bouwplan heeft geformuleerd, mag worden verwacht dat ook deze conclusie controleerbaar wordt onderbouwd. Volgens de stichting blijkt die onderbouwing niet uit de beschikbare stukken.
Deze kwestie gaat volgens Stichting Groot Sunny Court over meer dan een bouwproject in Den Haag. Zij raakt een bredere vraag die overal in Nederland relevant is: hoe zorgvuldig motiveert een overheid haar besluiten wanneer zij afwijkt van haar eigen bestemmingsplan en daarvoor zelf voorwaarden stelt?
Een overheid die haar eigen voorwaarden formuleert, moet ook inzichtelijk maken waarop zij concludeert dat aan die voorwaarden is voldaan. Volgens Stichting Groot Sunny Court roepen de via de Woo openbaar gemaakte documenten juist daarover fundamentele vragen op.
Door: Stichting Groot Sunny Court

