De Rijnlandse Molenstichting roept de gemeente Leiden op om meer werk te maken van de verbetering van de omgeving van monumenten en in het bijzonder de molens. Dit doet de stichting in een reactie op het Beoordelingskader omgeving monumenten van deze gemeente dat onlangs in de inspraak was.
Een belangrijk kritiekpunt is het feit dat er geen ambitie is om de omgeving van monumenten daadwerkelijk te verbeteren, terwijl dat wel voortkomt uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving van het rijk. De nota van toelichting stelt dat naast het voorkomen van achteruitgang ook het opwaarderen van de directe omgeving van een monument een positieve invloed heeft op de waardering en beleving ervan. Artikel 7 van het verdrag van Granada verplicht daarom tot maatregelen om de kwaliteit van de openbare ruimte rond beschermde monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen te verbeteren.
Secretaris Bart Vermeulen: “Het beoordelingskader gaat erg uit van de norm dat Leiden een levendige stad is, maar een verantwoordelijkheid die juist voortkomt uit dit gegeven ten aanzien van de kwetsbare positie van monumenten zou verder moeten reiken dan alleen het behouden van wat we al hebben. Richtlijnen of regels ter verbetering van de omgeving van monumenten zouden er dus in moeten worden opgenomen.”
Ten aanzien van de molenbiotopen staan er ook een aantal verkeerde aannames in die de molenstichting rechtgezet wil zien. In de zienswijze wijst de stichting er ook nog op dat ten aanzien van de molenbiotoop er in een aantal bestemmingsplannen niet de juiste verplichte instructieregels van de provincie Zuid-Holland zijn opgenomen, terwijl die al heel lang bestaan.
“We hopen echter dat er snel een correcte toepassing van deze regels volgt en dat er meer ambitie komt om de omgeving van de vele prachtige monumenten die Leiden rijk is te verbeteren en niet alleen te behouden wat er al is. Want als het levendig houden van de stad de norm is, dan delft het erfgoed als snel het onderspit” aldus Vermeulen.

