De afgelopen jaren deed de Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) onderzoek naar warmtetransitie in beschermde historische binnensteden en dorpsgezichten. Als Adviseur Erfgoed en ruimte bij de RCE is Els Romeijn betrokken bij dit onderwerp. Tijdens de Week van het Duurzaam Erfgoed blikt ze terug op de opbrengsten en kijkt vooruit naar wat er nu nodig is.
In 2021 kregen alle Nederlandse gemeenten een grote opdracht: maak een plan om voor 2050 van het aardgas af te gaan. Logischerwijs kozen de meeste gemeenten voor een aanpak van makkelijk naar moeilijk. De uniform gebouwde naoorlogse buurten kwamen als eerste aan de beurt. Beschermde historische binnensteden en dorpsgezichten werden naar achteren geschoven. Romeijn en haar collega’s zagen het gebeuren en sloegen alarm. “Beschermde gezichten werden min of meer als een restpost behandeld. Terwijl dat nu juist de wijken zijn waar je vroeg over moet nadenken. Als je dat niet doet, houd je straks misschien helemaal geen opties meer over.”
Daarom startte de RCE in 2023 een reeks onderzoeken, in samenwerking met gemeenten en adviesbureaus. Het doel: gemeenten een concreet houvast bieden bij het verduurzamen van hun historische gebieden.
Van grote paarse vlek naar kleurrijk kaartje
Wie de eerste warmteplannen van gemeenten bekeek, zag historische binnensteden vaak als één grote paarse vlek. Paars stond voor: wachten op hernieuwbaar gas, biogas of waterstof. Een noodoplossing voor gebieden die te complex leken voor concrete keuzes.
“Maar die aanname klopt niet,” zegt Romeijn. “Als je echt inzoomt op zo’n binnenstad, zie je al snel dat die lang niet overal hetzelfde is. Kerken, kantoren, winkels, nieuwbouw en monumentale woningen zitten er door elkaar. Die hebben allemaal een andere warmtebehoefte en andere mogelijkheden.”
De RCE liet onderzoek doen in Middelburg en Amersfoort, daarna in vijf andere gemeenten met een historische kern: Hoorn, Kampen, Leeuwarden, Voorburg en Bergen op Zoom. Het resultaat was een 7-stappenaanpak die gemeenten helpt om een historische binnenstad systematisch in beeld te brengen. Wat zijn de bouwtypes? Hoe breed zijn de straten? Zijn er warmtebronnen beschikbaar? Is er perceelsruimte voor een individuele warmtepomp? “Die eerste stappen zijn net even anders dan bij een gewone woonwijk,” legt Romeijn uit. “Maar stap 4 tot en met 7 zijn eigenlijk niet zo anders. Het is die beginfase die het verschil maakt.”
Warmte en elektriciteit zijn communicerende vaten
Eén van de meest verrassende lessen had weinig te maken met erfgoed zelf, maar alles met de samenhang tussen energiesystemen. “Warmte en elektriciteit beïnvloeden elkaar direct,” zegt Romeijn. “Als in een wijk iedereen een individuele warmtepomp kiest, vraagt dat veel elektriciteit. Als dat netwerk vervolgens overbelast raakt, is er voor een collectief warmtenet in bijvoorbeeld de historische kern misschien geen ruimte meer. Je maakt de ene keuze en sluit daarmee onbewust de andere uit.”
Dat inzicht maakt de urgentie concreet. Wie monumentenwijken steeds naar achteren schuift, loopt het risico dat bepaalde oplossingen technisch of financieel niet meer haalbaar zijn. “Het argument om deze wijken juist naar voren te halen, is dus niet alleen erfgoedsentiment. Het is een nuchter planologisch argument.”
Kleine dorpsgezichten vragen om een andere aanpak
Naast de grote historische binnensteden keek de RCE ook naar kleinere beschermde dorpsgezichten, via twee casussen in de gemeente De Ronde Venen. De vraagstelling bleek fundamenteel anders. “In een klein dorp gaat het bijna alleen om wonen. Daarnaast zijn er wat winkels en misschien een kerk,” zegt Romeijn. “De warmtevraagdichtheid is ook heel anders. Voor een warmtenet heb je al snel meer dan 500 woningen nodig. Dat heb je in zo’n kleine kern gewoon niet.”
Toch levert ook de analyse van dorpsgezichten nuttige inzichten op. Juist omdat de bebouwing er vaak compact en aaneengesloten is, kan de warmtevraag per straat hoog zijn. Dat opent andere mogelijkheden dan je op het eerste gezicht zou denken.
Amersfoort als voorbeeld: clusters zoeken, samen optrekken
Een gemeente die al concrete stappen zet, is Amersfoort. Mede dankzij een Erfgoed Deal heeft de gemeente twee clusters aangewezen waar eigenaren, gemeente en erfgoedpartijen samen warmteoplossingen zoeken. De Erfgoed Deal is een samenwerkingsverband en stimuleringsregeling om erfgoed te verbinden met grote maatschappelijke en ruimtelijke opgaven. Eén cluster ligt rondom de Koppelpoort en museum Amersfoort, het andere langs de Zuidsingel, bij de historische muurhuizen. “Wat je daar ziet, is wat je altijd nodig hebt,” zegt Romeijn. “Een actieve erfgoedambtenaar, een actieve duurzaamheidsambtenaar en een bestuur dat het omarmt. Dan bewonersbijeenkomsten, maatwerk, en steeds opnieuw in gesprek blijven. Het is geen snelle oplossing, maar het werkt wel.”
De urgentie is nu
De deadline voor gemeenten om hun warmteprogramma’s gereed te hebben, is verschoven naar eind 2027. Romeijn ziet dat sommige gemeenten die extra tijd gebruiken om even adem te halen. “Maar de bedoeling is dat je beter nadenkt, niet dat je het onderop de stapel legt.”
De RCE werkt momenteel aan een overzichtelijk afweegkader voor erfgoedambtenaren: een hulpmiddel om vroeg in gesprek te gaan met collega’s die over energie en duurzaamheid gaan. “Want uiteindelijk is dat de essentie: dat je als erfgoedambtenaar vroeg aan tafel zit, en niet pas als de graafmachine al staat.”
‘De monumentensector kan niet zeggen: wij doen niet mee’
Heeft dit onderzoek de kijk op verduurzaming van erfgoed veranderd? Romeijn is eerlijk: “Voor ons als dienst niet zozeer, want we zijn als RCE al jaren met dit proces bezig. Maar het helpt wél om anderen te laten zien dat het kan.”
Monumenten hebben door de eeuwen heen al veel veranderingen ondergaan: radiatoren, elektrisch licht of kraanwater. “Dit is gewoon de volgende stap”, besluit Romeijn. “Je kunt als monumentensector niet zeggen dat je niet meedoet. Maar als je er vroeg bij bent, hoeft erfgoed echt geen belemmerende factor te zijn. Het vraagt meer denkwerk, soms iets meer geld. Maar de oplossingen zijn er.”

