Zorgen en kort geding over verkoopprocedure bunker Seyss-Inquart in Wassenaar

oSevenoBunker van Seyss-Inquart (Wassenaar) CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons

Stichting WO2 Sporen vraagt opnieuw aandacht voor de toekomst van de voormalige bunker van Arthur Seyss-Inquart in Wassenaar. De stichting vreest dat het rijksmonument via de lopende verkoopprocedure in handen komt van een commerciële partij die onvoldoende ervaring heeft met monumentaal en historisch beladen erfgoed.

De verkoopplannen van de bunker van het Rijksvastgoedbedrijf bestaan al sinds 2013 en vanaf dat moment is er zorg over de verkoop. Ondanks de vele bezwaren is de verkoopprocedure toch doorgezet. Volgens Stichting WO2 Sporen is er inmiddels nog één gegadigde in beeld: een commerciële partij met winstoogmerk. De stichting heeft haar zorgen hierover onder de aandacht gebracht van Tweede Kamerleden en gemeenteraadsleden in Wassenaar.

De gunningsfase van de verkoop ligt momenteel stil vanwege een juridische procedure. Stichting WO2 Sporen ziet daarin aanleiding voor de overheid om de gekozen verkoopprocedure opnieuw tegen het licht te houden.

BOEi spant kort geding aan tegen uitsluiting

De juridische procedure betreft een kort geding dat is aangespannen door BOEi. BOEi was een van de partijen die tijdens de tenderfase een plan heeft ingediend. Volgens Arno Boon, directeur van BOEi, werd de organisatie na een klacht van een andere partij over het betrekken van de buurt bij de planvorming uitgesloten van de procedure. Op 12 oktober dient hierover het kort geding.

Ik roep iedereen in monumentenland op aanwezig te zijn bij het kort geding op 12 oktober om 10.00 uur in Den Haag.

Boon roept iedereen in monumentenland op om bij het kort geding aanwezig te zijn: “Wij hebben niks anders gedaan dan het Faro-beleid uitvoeren en hebben hier niet geheimzinnig over gedaan. Ik roep iedereen in monumentenland op aanwezig te zijn bij het kort geding op 12 oktober om 10.00 uur in Den Haag.”

Zorgen over gestelde eisen

Plannen om het complex te verkopen bestaan al sinds 2013. Vanaf het begin is er discussie over de toekomstige eigenaar en de omgang met de historische betekenis van de plek.

Stichting WO2 Sporen plaatst vooral vraagtekens bij de ervaring die van potentiële kopers wordt verlangd. Volgens de stichting zijn de eisen van het Rijksvastgoedbedrijf beperkt. Een kandidaat hoeft niet op alle relevante terreinen ervaring te hebben, maar kan voldoen wanneer aantoonbare ervaring bestaat met één van vier disciplines: ontwerpen, ontwikkelen, bouwen of financieren. Het gaat daarbij om minimaal twee projecten, waarvan ten minste één betrekking heeft op de herontwikkeling van een monumentencomplex.

Daar komt volgens de stichting bij dat voor deze ervaring een beroep mag worden gedaan op een derde partij. Daardoor hoeft de uiteindelijke eigenaar niet noodzakelijk zelf te beschikken over de monumentenervaring waarmee aan de voorwaarden is voldaan.

Ook specifieke deskundigheid op het gebied van erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog, herinneringserfgoed of dadererfgoed maakt volgens de stichting geen onderdeel uit van de gestelde ervaringseisen.

Nu de verkoopprocedure tijdelijk stilligt, pleit Stichting WO2 Sporen daarom voor een heroverweging. De stichting wil dat de overheid opnieuw kijkt naar de voorwaarden voor verkoop voordat een definitief en moeilijk terug te draaien besluit over de toekomst van het rijksmonument wordt genomen.

Bijzonder oorlogserfgoed

Het imposante bouwwerk werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gebouwd als schuilplaats voor Arthur Seyss-Inquart, de Duitse rijkscommissaris in bezet Nederland. Om het militaire karakter aan het zicht te onttrekken, kreeg de bunker aan de buitenzijde het uiterlijk van een grote boerderij.

Achter die façade gaat een bouwwerk van ongeveer 61 meter lang, 30 meter breed en 20 meter hoog schuil. Ook de constructie maakt duidelijk hoe uitzonderlijk het gebouw is: alleen al de dikke stalen deuren wegen circa 1.500 kilo per stuk.

De bunker is in het verleden slechts enkele keren voor publiek opengesteld. Die openstellingen konden rekenen op grote belangstelling en trokken lange rijen bezoekers.

Bron: Leidsch Dagblad, 23 september.