Erfgoed is van iedereen. Maar niet iedereen kan een museum, monument of Werelderfgoedlocatie op dezelfde manier bezoeken. Daarom werken Stichting Werelderfgoed Nederland, de Nederlandse UNESCO Commissie, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en Stichting Accessibility samen aan toegankelijker Werelderfgoed. Tijdens de Week van de Toegankelijkheid wordt op woensdag 7 oktober in Droogmakerij de Beemster een volgende concrete stap gezet in de uitvoering van het Actieplan Toegankelijk Werelderfgoed.
Van congres naar concrete actie
De aanpak kreeg eerder dit jaar een belangrijke impuls tijdens het Werelderfgoedcongres in Veenhuizen, waar toegankelijkheid centraal stond. Werelderfgoedprofessionals, experts en ervaringsdeskundigen gingen daar met elkaar in gesprek over wat nodig is om Werelderfgoed voor meer mensen bereikbaar, toegankelijk en beleefbaar te maken.
Stichting Werelderfgoed Nederland werkt samen met Stichting Accessibility aan de vertaling van het actieplan naar een concreet uitvoeringsprogramma voor 2026 en 2027. Daarin is aandacht voor onder meer bezoekersinformatie, digitale toegankelijkheid, sociale bejegening en praktische hulpmiddelen.
Toegankelijkheid betekent daarbij niet dat op iedere Werelderfgoedlocatie alles mogelijk is. De bijzondere en unieke waarden die een locatie tot Werelderfgoed maken, moeten behouden blijven. Juist daarom is goede informatie vooraf belangrijk: bezoekers moeten weten wat zij op een locatie kunnen verwachten, welke voorzieningen aanwezig zijn en waar mogelijk ondersteuning kan worden geboden. Zo gaat toegankelijkheid niet alleen over aanpassingen, maar ook over realistische verwachtingen en een gastvrije ontvangst.
Vera Carasso, directeur van de Museumvereniging en lid van de Nederlandse UNESCO Commissie, benadrukt het belang daarvan:
“Het recht op cultuur betekent dat iedereen toegang moet hebben tot cultuur, eraan moet kunnen deelnemen en ervan moet kunnen genieten. UNESCO beschouwt dit als een fundamenteel recht. Toegankelijkheid is daarom geen extra service, maar een onderdeel van de publieke opdracht van musea, monumenten en bezoekerscentra.”
Begin met wat wél kan
Op 7 oktober wordt die aanpak zichtbaar met de overhandiging van de eerste prikkelarme tassen. De tassen bevatten praktische hulpmiddelen voor bezoekers die gevoelig zijn voor prikkels, waaronder oordoppen, een zonnebril en een fidget toy. Binnen het uitvoeringsprogramma is daarnaast aandacht voor andere voorzieningen, zoals het zonnebloemkoord en een drinkbak voor assistentiehonden.
De gedachte daarachter is eenvoudig: toegankelijkheid hoeft niet altijd te beginnen met een grote of kostbare ingreep. Goede informatie, een gastvrije ontvangst en relatief eenvoudige hulpmiddelen kunnen al verschil maken voor bezoekers.
Ook binnen Droogmakerij de Beemster wordt gekeken naar mogelijkheden om de toegankelijkheid verder te verbeteren. Wethouder Rianne de Wit-Hoogervorst van de gemeente Purmerend, die onder meer Werelderfgoed, Wmo en toegankelijkheid in haar portefeuille heeft, licht toe:
“Het werelderfgoed Droogmakerij de Beemster is van iedereen. Daarom is het belangrijk om steeds te kijken hoe we de soms fysieke drempels voor bezoekers kunnen verkleinen en deze eeuwenoude plekken zo toegankelijk mogelijk kunnen maken. De lift die nu dankzij talloze vrijwilligers is toegevoegd aan de rijksmonumentale stolp uit 1877 waar het Beemster Museum gevestigd is, laat zien dat verbeteringen stap voor stap kunnen zorgen voor een bredere toegankelijkheid voor iedereen”.
Tijdens het persmoment overhandigt Lucille Werner de eerste tassen aan wethouder Rianne de Wit-Hoogervorst, Marjorie Verhoek, afdelingshoofd regio Noord-West van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en Vera Carasso namens de Nederlandse UNESCO Commissie.
Leren van de praktijk
Voorafgaand aan de overhandiging vindt de training ‘Sociaal bejegenen’ plaats. Medewerkers van Werelderfgoedsites gaan samen met een adviseur en ervaringsdeskundigen van Stichting Accessibility aan de slag met situaties uit de dagelijkse praktijk. Hoe ontvang je iemand die blind of slechtziend is? Hoe bied je op een prettige manier hulp aan iemand in een rolstoel? En wat moeten medewerkers weten over blindegeleide- en hulphonden?
Juist het delen van kennis en ervaringen en het gezamenlijk zoeken naar praktische oplossingen vormt een belangrijk onderdeel van de aanpak. Luzette Kroon, voorzitter van Stichting Werelderfgoed Nederland, licht toe:
“We hebben met elkaar onderzocht waar kansen liggen om Werelderfgoed toegankelijker te maken. Nu zetten we die inzichten om in concrete stappen op onze locaties. Daarbij kijken we niet alleen naar wat misschien lastig is, maar vooral naar wat er wél kan. Door kennis, ervaringen en oplossingen met elkaar te delen, kunnen we als Werelderfgoedsites samen vooruitgang boeken.”
Met de training en de eerste prikkelarme tassen krijgt het Actieplan Toegankelijk Werelderfgoed tijdens de Week van de Toegankelijkheid verder vorm in de praktijk.

