Veel Utrechtse gemeenten staan er niet goed voor als het gaat om erfgoedtaken

Paushuize, Utrecht. Foto: STAMU.

Donderdag 29 oktober 2026 worden in Paushuize in Utrecht de resultaten bekendgemaakt van de Monitor Erfgoedbeleid Utrechtse Gemeenten 2026 (MEBUG), uitgevoerd door het STAMU. Gedeputeerde Rob van Muilekom van de Provincie Utrecht doet de aftrap van het programma in aanwezigheid van de gemeentebestuurders en -ambtenaren. Uit het onderzoek komt naar voren dat veel gemeenten er niet goed voor staan als het aankomt op hun (wettelijke) erfgoedtaken.

Cultureel erfgoed speelt bij bijna alle gemeenten in de provincie Utrecht een belangrijke rol in de samen met inwoners opgestelde omgevingsvisies. Het draagt bij aan de lokale identiteit, de beleving en een prettige, kwalitatief goede leefomgeving. De ambities zijn dan ook hoog: erfgoed behouden en versterken, benutten als basis voor ruimtelijke ontwikkelingen en meer mogelijkheden bieden voor de beleving van en deelname aan erfgoed.

Beschikbare capaciteit en budgetten in schril contrast met ambities

De beschikbare gemeentelijke budgetten en ambtelijke capaciteit staan in schril contrast met de ambities voor cultureel erfgoed. Lang niet elke gemeente kan zelfs maar voldoen aan de wettelijk verplichte erfgoedtaken, die veelomvattender zijn geworden en een steeds belangrijkere rol spelen bij de omgang met en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving.

26 gemeenten onderzocht

Het onderzoek brengt in kaart hoe de 26 Utrechtse gemeenten zich sinds de vorige MEBUG in 2022 hebben ontwikkeld. Zijn zij in staat hun (wettelijke) erfgoedtaken te vervullen? Hebben zij voldoende ingezet op beleidsvorming? Konden zij inspelen op de Omgevingswet en de grote ruimtelijke opgaven die raken aan erfgoed? En hebben zij aandacht voor groen erfgoed, cultuurlandschap en participatie?

Nauwelijks tijd voor opstellen erfgoedbeleid

Gemeenten hebben naast hun wettelijke erfgoedtaken nauwelijks tijd om erfgoedbeleid op te stellen. Dat beleid is nodig om richting te geven aan concrete acties voor de langere termijn, ambities waar te maken en erfgoed te verankeren in het gemeentelijke omgevingsplan. Ook is er onvoldoende tijd om in te spelen op de vele opgaven in de fysieke leefomgeving die cultureel erfgoed raken, zoals de energietransitie, woningbouw, klimaatbestendigheid, water en bodem, natuur en biodiversiteit en hervorming van de landbouw.

Ambtelijke capaciteit gedaald

Sinds het vorige MEBUG-onderzoek uit 2022 is de ambtelijke capaciteit voor erfgoed bij de gemeenten, met uitzondering van de twee grote steden, met nog eens 13% gedaald. Dit terwijl in 2022 al de alarmbel werd geluid. Bovendien wordt de erfgoeddeskundigheid binnen gemeenten breder en algemener, waardoor specialistische kennis, bijvoorbeeld over monumentenzorg, inmiddels veelal ontbreekt. De twee grote steden laten een stabieler beeld zien, met zelfs een lichte groei in capaciteit.

Uit het onderzoek blijkt dat slechts zes van de 26 gemeenten adequaat uitvoering geven aan hun wettelijke toezichtstaken voor monumenten en archeologie. De meeste gemeenten missen hiervoor de capaciteit en deskundigheid. Zelfs deze zes gemeenten geven aan dat zij lang niet alles kunnen oppakken en niet toekomen aan het proactieve toezicht, zoals dat wel wenselijk is. Ook de vergunningverlening voor monumenten staat onder druk door een tekort aan specialistische kennis en capaciteit voor voorlichting en begeleiding van eigenaren.

Archeologie vooral benaderd als uitvoerende vergunningstaak

Veel gemeenten benaderen archeologie vooral als een uitvoerende vergunningentaak om archeologische waarden zoveel mogelijk te behouden, of als een af te vinken verplichting. Slechts weinig gemeenten leggen de verbinding met publieksbereik, participatie en gericht onderzoek naar ontbrekende schakels in de lokale ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis.

Grote inzet en betrokkenheid van erfgoedambtenaren

Er zijn ook positieve dingen te melden, zoals de grote inzet en betrokkenheid van de erfgoedambtenaren, die er hard aan trekken om al het cultureel erfgoed in hun gemeente in kaart te brengen en beleid te ontwikkelen voor de omgang daarmee voor in het gemeentelijk omgevingsplan uiterlijk eind 2031. Integraal werken binnen gemeenten is inmiddels de norm in plaats van de uitzondering. Ook is er steeds meer aandacht voor jonger erfgoed, zoals erfgoed uit de wederopbouwperiode en de Post ’65-periode, landschappelijk en groen erfgoed, publieksbereik, beleving en participatie in de geest van het Verdrag van Faro.

Conclusies en aanbevelingen

Door de snelheid en schaal van de ontwikkelingen dreigt steeds meer cultureel erfgoed om ons heen te verdwijnen, stukje bij beetje. Daarmee komen ook de lokale identiteit en de ruimtelijke kwaliteit van onze omgeving onder druk te staan. Binnen het decentrale erfgoedbestel zijn gemeenten verantwoordelijk voor het voorkomen van dit verlies en een zorgvuldige omgang met erfgoed. De vraag is of zij die verantwoordelijkheid voldoende waarmaken en in staat zijn het dreigende verlies te keren door meer in te zetten op erfgoed.

Gemeenten moeten snel meer budget, capaciteit en deskundigheid voor erfgoed vrijmaken om aan hun wettelijke taken te voldoen, in te kunnen spelen op ruimtelijke opgaven en beleid te ontwikkelen dat stuurt op behoud van het cultureel erfgoed. Naar schatting moeten de meeste gemeenten hun erfgoedcapaciteit met minstens 50% uitbreiden voor de wettelijke taken. Voor een adequate uitvoering van het erfgoedbeleid is zelfs een verdubbeling van de personele capaciteit nodig.