Eind mei 2015 werd bekend dat in het plangebied Oosterdalfsen van de gemeente Dalfsen een grafveld uit de tijd van de Trechterbekercultuur was gevonden. De minister van OCW wees echter het verzoek tot financiële ondersteuning af, omdat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de zorg voor het bodemarchief. Dit antwoord roept bij het gemeentebestuur en in het archeologische veld onbegrip op. De archeoloog Van Ginkel stelt dat de verstoorder moet betalen, “maar zóveel?”. En het betreft hier, zo Van Ginkel, ook nog eens een onverwachte en belangrijke vondst.
Omdat de bekostiging van het onderzoek van de vondst publicitair en politiek veel stof deed opwaaien is het goed om nog eens stil te staan bij de vraag of er inderdaad sprake was van een onevenredig zware last voor de gemeente en of er sprake was van een verrassing. Van groter belang is de vraag in hoeverre de casus Dalfsen inzicht geeft in de relatie tussen de vormgeving en bekostiging van archeologisch onderzoek en gemeentelijke gebiedsontwikkeling, nu en – vooral – in de toekomst.
Lees verder op de site van Jos Bazelmans.

