Op woensdag 16 september heeft minister Verburg van LNV aan de Stichting Particuliere Historische Buitenplaatsen (PHB) te Heerde schriftelijk bevestigt dat het Ministerie van LNV nog een jaar de subsidie van € 2.250.000,- toekent voor de instandhouding van historische tuinen en groen rond buitenplaatsen van particulieren. Deze regeling, die dateert uit 1983 en die wordt uitgevoerd door de Stichting PHB, is voor veel eigenaren van buitenplaatsen een noodzaak in het veelkostende en arbeidsintensieve onderhoud van historische tuinen, parken en bossen.
Even dreigde een stop per eind 2009 maar door een Tweede Kamermeerderheid bewogen, heeft de minister aldus geoordeeld. Hiermee heeft de Stichting ruim een jaar extra de tijd om haar bezigheden op meer verantwoorde wijze te staken. De PHB zal trachten haar circa 40 hoveniers over geplaatst te krijgen naar commercieel werkende hoveniersbedrijven. Voor het planbureau, de wetenschappelijke en administratieve staf worden oplossingen gezocht.
Wel heeft de Minister een bedrag toegekend om te komen tot de oprichting van een nieuw kennis/servicecentrum voor de belangen van de beschermde historische buitenplaatsen in ons land. Alhoewel het spijtig is dat er aan de LNV-regelingen zoals die lange tijd zijn gehanteerd, nu een einde komt , biedt dit extra bedrag een nieuwe maar andersoortige toekomst voor het behoud van de kwetsbare historische buitenplaatsen in ons land. Zeer binnenkort start een gericht onderzoek naar relevante uitgangspunten van het nieuwe instituut. Dan ook zal ten behoeve van het behoud van de historische ensembles worden onderzocht wat kerntaken van het nieuwe instituut dienen te zijn. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek zal de nieuwe organisatie in de loop van 2010 van start gaan. Hierbij is het uitdrukkelijk de bedoeling onderdelen uit de ervaringen en kennis van de Stichting PHB te incorporeren in dit nieuwe initiatief waarmee een kennisoverdracht vanuit het verleden is gewaarborgd.
Tegelijkertijd zal worden omgezien meer partners te motiveren zich bij dit LNV initiatief aan te sluiten. Immers, buitenplaatsen hebben niet enkel een band met het ministerie van LNV. Ook de Ministeries van VROM, OCW en EZ hebben belang bij goed onderhouden en toegankelijke historische buitenplaatsen. De buitenplaats is vanouds een harmonieus samengaan van groene, rode en gouden elementen. Tuin, monumentale bebouwing en het interieur zijn traditioneel een onlosmakelijk geheel dat samen de buitenplaats vormt. Daarnaast zijn ook de Nederlandse provincies en meerdere gemeenten belanghebbend bij de instandhouding. Het streven is er op gericht vanuit een interdisciplinair denken en hopelijk met steun van interdisciplinair denkende overheden veel meer te gaan doen aan de bekendheid en de belangen van de ons nog resterende buitenplaatsen. Telde ons land ooit vele duizenden van deze doorgaans prachtige complexen, die veelal aan de rand van grote steden ontstonden, nu resten ons slecht enige honderden exemplaren. Deze te behouden voor verder verval, is de uitdaging van het nieuwe instituut dat voor alle belanghebbenden bij buitenplaatsen (particulieren, overheden en bedrijven) dienstbaar te zijn en zal meerdere kwaliteiten in zich moeten verenigen. Daarnaast zal ook het publieksbelang bij de (her)ontdekking van deze haast onbekende schatten een grote rol moeten gaan spelen.
René W.Chr. Dessing

