Het monument en zijn verhaal

Erfgoedbehoud gaat om objecten. Objecten die ons iets belangrijks vertellen over ons verleden en die daarmee ons huidige bestaan een basis geven. Als het om meubels, kunstvoorwerpen of andere verplaatsbare objecten gaat is het doel meestal: conserveren zoals het oorspronkelijk gemaakt is. Als het echter om gebouwen gaat ligt dat ingewikkelder. Zelden is een gebouw nog in zijn oorspronkelijke staat tegen de tijd dat het op de monumentenlijst komt. Het is meestal talloze malen op grotere of kleinere schaal gewijzigd door de opeenvolgende eigenaren en gebruikers. Is het eigenlijk wel logisch om dat gebouw te bevriezen in de toestand die het heeft als het op de lijst komt?

U zult zeggen: “Nee, dat is niet logisch en dat is dan ook niet wat we doen. Een monument mag wel degelijk gewijzigd worden, mits het maar met respect gebeurt.”

banner-nmc-2
Het gebouw als uitgangspunt
Het traditionele sectorale en objectgerichte erfgoedbeleid wordt al decennialang fors verrijkt met vernieuwende inzichten en initiatieven. Toch constateer ik dat de dagelijkse praktijk van erfgoedzorg nog steeds sterk leunt op een sectoraal en beschermend instrumentarium. De basis van de erfgoedzorg is onveranderd. Nog steeds is sprake van het diep gewortelde traditionele uitgangspunt: behoud van het object.

Behoud is een passief woord dat stilstand impliceert. Het betekent: alles laten zoals het is. Elke wijziging wordt daarmee per definitie gezien als aantasting en daarmee als verlies. De erfgoedsector gaat weliswaar mee in nieuwe ontwikkelingen, maar vecht daarbij voortdurend tegen zijn eigen instincten. Ik denk dat het tijd is dat we daar eens over gaan nadenken. En ik heb een voorstel.

De ontwikkeling als uitgangspunt
Een zijsprong. Het vakgebied van de Ruimtelijke Ordening heeft zichzelf omgedoopt tot Ruimtelijke Ontwikkeling. Een veelzeggende naamswijziging waar wij als erfgoedsector iets van kunnen leren. Ordening betekent rangschikken: objecten op een juiste plaats leggen. Is dat eenmaal gebeurd, dan zijn we klaar. Dit denken in eindbeelden met een finale toestand heeft afgedaan om de doodeenvoudige reden dat alles altijd verandert en dat uiteindelijk elk eindbeeld tijdelijk is. Het heeft nogal lang geduurd totdat we dit erkenden, maar nu is het dan zover. Hoe dan ook, dit heeft geleid tot de omdoping in Ruimtelijke Ontwikkeling. Ontwikkeling impliceert voortdurende verandering. Niets ligt definitief vast. De naam doet de daadwerkelijke situatie veel meer recht.

Wat moeten wij als erfgoedsector met deze constatering? Wij gaan nog steeds uit van een eindbeeld dat we willen vasthouden: meestal gewoon het gebouw zoals het er op dit moment bij staat, of zoals het er bij stond toen het op de monumentenlijst kwam. Onderhoud mag, kleine ingrepen in verband met verval zijn toegestaan, maar grote ingrepen worden al gauw te drastisch gevonden. Maar waarom mag de hele wereld veranderen en ons monument niet? Omdat de monumentenstatus juist bedoeld is om het gebouw te behouden, zult u zeggen. En ja, dat is natuurlijk waar. Wij willen het gebouw behouden, dat bestrijd ik niet. Alleen is de vraag: wat willen we dan precies behouden? Elke steen, elk kozijnonderdeel, elk gebint en elke dakpan?

Voordat het gebouw de monumentenstatus verwierf werd er naar hartenlust aan getimmerd en verbouwd. In veel gevallen zijn daardoor ongelooflijk interessante gebouwen ontstaan. In ieder geval gebouwen die het verhaal van hun leven vertellen aan de hand van alle achtergebleven sporen die nauwkeurig kunnen worden geduid door een deskundige. Ik denk dat dat verhaal de sleutel is van de meerwaarde die elk monument voor zijn omgeving heeft. De geschiedenis van het gebouw is verbonden met de geschiedenis van de plek, het dorp, de stad waarin het zich bevindt. We moeten het verhaal van het gebouw niet stil zetten.

Het verhaal als uitgangspunt
Ik stel voor om het verhaal van het gebouw centraal te stellen bij zijn bescherming. We beschermen dus niet een specifieke toestand, maar de geschiedenis van het gebouw. Daarmee laten we dynamiek toe. Dat neemt risico’s met zich mee, maar geeft ook ruimte voor vernieuwing. Het verhaal vertelt hoe het gebouw geworden is zoals het nu is. Het vertelt van de bouwer, de eerste gebruiker, maar ook van zijn latere eigenaars en gebruikers. Het vertelt van de bouwtechniek, de handelsbetrekkingen, de rijke en de arme periodes, kortom de geschiedenis van de samenleving waarin het gebouw zich bevindt. Nieuwe materialen kwamen op de markt en werden toegepast, nieuwe maatschappelijke inzichten en comforteisen deden hun invloed gelden: het is allemaal terug te vinden. Ik stel dan ook voor dat de hedendaagse mogelijkheden, wensen en eisen eveneens hun invloed mogen uitoefenen. Het gebouw moet dus kunnen veranderen. We moeten daar voorwaarden aan verbinden. Dat is evident, anders hadden we gewoon de monumentenstatus kunnen laten vervallen. Dat is niet mijn bedoeling.

De voorwaarden zijn is dat het verhaal van het gebouw behouden dient te blijven. Je moet de ontwikkelingen dus kunnen blijven terugvinden. Daarmee wordt de materie van het object wel degelijk in hoge mate beschermd. Het gaat alleen niet meer primair om het behoud van de materie, dus we hoeven niet meer om elke centimeter te vechten. Daarmee lichten we het anker van het traditionele objectgerichte behoud en kiezen het ruime sop van de ontwikkelingsgerichte bescherming.
We behouden en beschermen nog wel degelijk, maar met doel een hoogwaardige stap aan de geschiedenis van het gebouw toe te kunnen voegen. De monumentenstatus geeft de overheid immers het recht om hoge eisen te stellen aan de kwaliteit van de voorgenomen ingrepen. Er dient een zorgvuldig plan te worden opgesteld dat recht doet aan het gebouw en zijn verhaal, dat aan dat verhaal een nieuw hoofdstuk toevoegt en dat kwaliteit toevoegt ten behoeve van de hedendaagse samenleving als geheel.

The following two tabs change content below.

Frank Van Unen

Frank van Unen is opgeleid tot architect aan de TU Delft. Na enkele jaren op architectenbureaus te hebben gewerkt trad hij in dienst bij Het Oversticht in Zwolle als adviseur ruimtelijke kwaliteit. In deze functie adviseerde hij gemeenten en andere partijen in Overijssel en Flevoland op het gebied van Welstand, Monumentenzorg en ruimtelijk beleid. Sinds 2016 werkt hij als zelfstandig adviseur omgevingskwaliteit. Meer informatie vindt u op https://nl.linkedin.com/in/frankvanunen

Laatste berichten van Frank Van Unen (toon alles)