Terugblik Nationaal Monumentencongres 2016

Sinds jaar en dag ontmoeten Nederlandse monumentenmensen (ja, die heb je) elkaar op gezellige jaarlijkse toogdagen, met inleidingen en excursies. De monumentenmens was een oudere heer/dame, hij grijze pantalon en blauw double breasted colbert, zij zilver permanent boven parelkettinkje. In 2012 kwam daar verandering in. Niks gezellig. Het werd mega, een dag, maar dan geconcentreerd met keynotes en fringe meetings, en de bouwwereld was van harte welkom. Dat betekende mannen in pakken uit het vastgoed, en je zag zelfs aannemers. UvA-hoogleraar Barbara Baarsma, ook van Rabo en de SER, deed het monumentenwereldje gelijk de dampen aan. “U moet uw argumentatie voor monumentenbehoud veranderen, want dat extra rendement op overheidsinvesteringen in monumentaal vastgoed, dat klopt dus niet,” zei ze in 2012, het hoogtepunt van de crisis.

Het vijfde Nationaal Monumentencongres was op 10 november in de Rotterdamse Schouwburg. 600 deelnemers (waaronder 10 Reinwardt-mensen), 175 euro entree, mooi gemengd publiek, oud en jong, mannen in pakken en vrolijker types. Ochtend- en middagprogramma, maar twee keynotes met rondom de lunch twee keer een uur keuze uit tien fringe meetings. Centraal stonden veranderende waarden in het erfgoed. Hoezo? Vermaatschappelijking!

In een mooie keynote lichtte WUR-prof. Joks Janssen dit toe. Gebouwd erfgoed, wat vroeger nog gewoon monumenten heette, komt steeds dichter in de samenleving, qua beheer, gebruik, waardering en herbestemming. We hebben meer dan 100.000 wettelijk beschermde gebouwen in ons minilandje, maar de overheid kan en wil dat niet meer aan. Het instorten van de vastgoedmarkt, als gevolg van de crisis, schiep bovendien ruimte voor nieuwe spelers en andersoortige initiatieven. Die krijg je er nu niet meer uit, gelukkig. De overheid kan hoogstens stimuleren door wat af te boeken op de voorheen harde “marktwaarde” van grond. Met toenemende burgerparticipatie, privatisering en nieuwe gemeenschapsvormingen (commons) zie je een “ontstatelijking” van dit voorheen zo door overheid gedomineerde terrein.

De tien fringe meetings gingen op aspecten daarvan in. Bij twee daarvan deden Reinwardters actief mee. Nancy van Asseldonk presenteerde bij het thema “participatieve erfgoedzorg: kennis of emotie?” hoe wij in onze opleiding met het Vrije Ruimte-vak Erfgoed en Ruimte en met de Placemaking-afstudeergroep een nieuw soort erfgoedprofessional opleiden. Ook is ons onderzoeksproject Straatwaarden daarop gericht. Alumna Siënna Veelders, die nu bij STIPO werkt, verzorgde er een mooie inleiding.

Ikzelf zat een andere fringe meeting voor, “Wat is waarde?”, waar twee keer vijftig deelnemers debatteerden over het openen van het erfgoeddiscours voor andere dan expertopinies. Dat het om verhalen ging begreep iedereen wel. Maar welke dan, en is alles goed? En hoe organiseer je het proces om ruimte te geven aan meer dan een betekenisvol en door een grotere groep mensen gedragen verhaal?

RCE’er Tessa Luger presenteerde er nog eens de methode Op de museale weegschaal, dat ook elders in de erfgoedzorg heel bruikbaar lijkt, maar dat nog niemand daar kende. Afijn, alle begin is moeilijk.

Ondertussen gaan wij aan de Reinwardt door met het verkennen van dit terrein in onderwijs en onderzoek.