Over de verbouwing van het Binnenhof

Vergaderkamer van de Staten van Holland en West-Friesland (nu: Eerste Kamer); gravure uit de vroege achttiende eeuw

Als oud-verantwoordelijke voor de monumenten in beheer bij de Rijksgebouwendienst (voorganger van het Rijksvastgoedbedrijf) huiver ik bij de berichten over de komende ingrijpende verbouwing van het Binnenhof. Een van de coördinerende architecten is vertrokken naar aanleiding van uitgelekte plannen voor het gebouw van de Eerste Kamer. De entreehal zou omgevormd moeten worden tot nieuw trappenhuis en er was ook sprake van een tropische binnentuin.

Gelukkig hebben de voorzitters van Eerste en Tweede Kamer hier op de noodrem getrapt. Mogelijk dat voor dit deel van de Binnenhofgebouwen het risico van onoordeelkundig verprutsen van bijzonder belangrijke historische bouwsubstantie nu van de baan is.  Maar ik vrees dat er nog wel meer plancorrectie nodig is. Uit het gegeven alleen al dat de kosten voor aanpak van dit voor ons land zo bijzondere monumentencomplex uit de pan aan het  rijzen zijn blijkt al enigszins dat het Rijksvastgoedbedrijf hier niet geheel ‘in control’ is.

Functionele aanpassing en herschikking van topmonumenten als deze, vraagt niet om ‘Architectur-wollen’ of grote nieuwe gebaren, maar om geoormerkte kennis van en respect voor het eerder gebouwde en maatwerk dat daar bij past. Het Eerste Kamergebouw is al vele eeuwen de thuisbasis voor onze Democratie, want gebouwd als vergadergebouw voor de Staten van Holland en West-Friesland. In hoofdzaak hebben de interieurs van dat gebouw nog hun authentieke gedaante.

Wie wel eens naar Tussen Kunst en Kitch kijkt weet dat authenticiteit voor antiek de belangrijkste waardebepalende factor is. Bij gebouwd cultuurgoed – en in dit geval gaat het om bijzonder nationaal cultuurgoed met veel verbindingen naar onze landsgeschiedenis! – is dat niet anders. Je kunt een monument tientallen keren aanpassen of verbouwen, maar als dat zonder toereikende eerbied en kennis van zaken gebeurt leggen monumentwaarden snel het loodje: authenticiteit kun je maar één keer verpesten.

Een complex als het Binnenhof moet geen speeltuin zijn voor vormwillige nieuwbouwarchitecten. De bij het project betrokken bouwhistorici en restauratie-architecten beseffen dat ‘van nature’ heel goed. Maar zij zijn waarschijnlijk onvoldoende in positie en misschien ook te beleefd en bescheiden om bij dit project hard tegen dreigend monumentenbederf in te gaan.

Daarom doe ik uit de grond van mijn professionele hart een oproep aan de Leden van de Staten Generaal om vooral goed op te letten wat er met het Binnenhofcomplex kan gaan gebeuren en er voor te waken dat dit unieke stuk stenen geschiedenis van onze Democratie zijn kwetsbare historische oprechtheid behoudt.

ir. Evert Jan Nusselder

architect-adviseur Monumentenzorg