Transformatie-opgave kantoorgebouwen is ook een kwaliteitsopgave

De Reus in Arnhem
De Reus in Arnhem Foto: Evert-Jan Krouwel

In onze cursus “transformeren en herbestemmen” (start 26 november!) zien we een trend, die we ook in de transformatiemarkt herkennen: de ombouw van grootschalige kantoorgebouwen uit de jaren ’60 en ’70 naar woningen vormt sinds enkele jaren een substantieel marktaandeel. Aanvankelijk kozen de cursisten case-studies van vooral panden met een monumentale status, waaronder voornamelijk kerken, kloosters, fabrieken en militaire objecten. In de laatste drie lichtingen kiezen steeds meer cursisten voor het transformeren van kantoorgebouwen naar voornamelijk wonen met soms in de plint commerciële functies.  

We zijn blij dat de we de actualiteit in die zin op de voet volgen, maar de eerlijkheid gebiedt ons ook kritisch te kijken naar deze maatschappelijk trend. Is deze niet te veel gericht op kwantiteit en dan met name op de bouw van dure huurwoningen voor starters op de woningmarkt? Zo er al geen sprake is van monumentale waarde, is die er dan wel nog qua beeldkwaliteit en/of historische waarde in de zin van “drager van verhalen”? Is er wel sprake van voldoende leefomgevingskwaliteit, als dergelijke panden aan drukke hoofdwegen staan?

Deze kwaliteitsaspecten verdienen zonder meer de aandacht. De Bond Heemschut vraagt al in 2018   aandacht voor deze “toekomstige monumenten” (zie o.a. Dirk Baalman: Nederland aan het einde van een millenium, bouwen en ordenen 1965-2000). Het voormalige kantoor van de Postbank aan de Velperweg in Arnhem is een mooi voorbeeld. Het kolossale gebouw met 55.000 m2 BVO –in de wandeling ook wel “de Reus” genoemd wordt momenteel omgezet in circa 400 appartementen met mogelijk ook winkelfuncties in de plint en een supermarkt. Het uit 1967 daterende gebouw is representatief voor het “brutalisme” en het werk van het bureau Van den Broek en Bakema. Net zoals bij andere herbestemmingen vaak het geval is, is ook hier het gevelbeeld ingrijpend gewijzigd. De toevoeging van de aan de woonfunctie gekoppelde balkons is hier relatief onopvallend. Bij de verbouwing zijn op grote schaal “aanbouwsels” gesloopt, die wel een essentieel onderdeel vormden van de visie van de ontwerpers op “het gebouw als stad”. Maar de keerzijde is, dat daarmee het maaiveld onder (de Reus staat op hoge poten) en rondom het gebouw weer schoon wordt gemaakt en heldere doorkijken biedt op de helling waar het aan de voet van staat. Met de leefomgevingskwaliteit op de begane grond en op hoogte zit het hier waarschijnlijk dus wel goed. En verhalen zijn er zeker ook te vinden: er werkten hier in de hoogtijdagen o.a. 3000 mensen aan de verwerking van girokaarten. Kort voor de verbouwing was er al even een museum in het gebouw gevestigd met o.a. apparaten die daarvoor gebruikt werden voor de verwerking van girokaarten.

Maar hoe zit het met gebouwen die niet beschikken over zo’n unieke buitenruimte en die veel dichter op drukke doorgaande wegen staan met alle consequenties van dien qua geluid en (fijn)stof? Denk b.v. –om in Arnhem te blijven- aan de drukke singels. Beschikken dergelijke woningen ook over een collectieve binnenruimte met overmaat en kwaliteit die als compensatie kan dienen voor het gemis aan kwalitatieve buitenruimte? Kwaliteit kost op deze manier ruimte en geld.

Zo werkt in één van de laatste lichtingen een cursist aan de transformatie van een voormalig rijkskantoor van ca. 20 bouwlagen in de Haagse regio in een overigens stedelijke woonomgeving.  En 2 andere cursisten hebben casestudies aangeleverd van de kantoren naar woonfuncties aan invalswegen in de Utrechtse regio, die aan de achterzijde grenzen aan woonwijken.

Onze cursisten bijten hun tanden meestal echter niet stuk op grootschalige transformaties. Bij hun transformatieplannen spelen dergelijke kwaliteitsaspecten zeker een rol, naast een realistische marktverkenning naar geschikte functies en de eis om met een financieel haalbaar plan te komen. Daarom werken de cursisten met een breed scala van docenten, die hen ondersteunen op vakgebieden als cultuurhistorie, architectuur, markt en financiën. Veel cursisten kiezen voor de transformatie van schoolgebouwen, kerken en solitaire gebouwen. Ook hier heeft de transformatie voornamelijk wonen als bestemming, soms gecombineerd met een maatschappelijke functie. 

Een laatste opvallende trend is verduurzaming. Kwam dat aanvankelijk soms als een “extra thema”   erbij, nu wordt het meer en meer de standaard en onderdeel van de financiële onderbouwing . In de nabije toekomst  zal ongetwijfeld circulair bouwen ook een vast gegeven worden. Uiteraard wordt de begeleiding hier op aangepast.

De start van de eerstvolgende editie van de cursus “transformeren en herbestemmen” is gepland op 26 november en er is nog plaats voor extra deelnemers. Deelnemers zijn afkomstig van o.a. ontwikkelbedrijven, woningbouwverenigingen, gemeenten, provincies en niet in de laatste plaats van (interieur)architectenbureaus. Het kiezen van een casus is maatwerk en gebeurt in nauwe samenspraak met de cursusleider, die ook de slaagkans op realisatie beoordeelt. Maar liefst 1/3 van de deelnemers is uiteindelijk ook betrokken bij de daadwerkelijke transformatie van hun gekozen object.

Lees meer over de cursus “transformeren en herbestemmen” op https://www.han.nl/opleidingen/cursus/transformeren-en-herbestemmen/

Evert Jan Krouwel, cursusleider

Eric Zinger, opleidingsmanager post hbo Built Environment