Na minimaal een halve eeuw verdwenen te zijn geweest, werd de dakruiter vorige week teruggeplaatst.
De voormalige tramremise aan de Koninginneweg in Amsterdam Oud-Zuid heeft haar torentje weer terug. Nedstede Monumenten, eigenaar van het karakteristieke pand in de bocht van de Koninginneweg, wilde het rijksmonument graag in zijn oorspronkelijke staat terugbrengen. Het markante torentje werd blijkens archiefbeeld ergens tussen 1933 en 1971 van het dak gehaald, vermoedelijk om onderhoud te vermijden.
Nedstede Monumenten stelt zich tot doel alle monumentale gebouwen die het verwerft zo veel mogelijk hun oorspronkelijke staat te herstellen. Dit doet het bedrijf vanuit de visie dat gebouwen niet alleen waarde toevoegen voor de eigenaar, zijn gebruikers en zijn bezoekers, maar als cultureel erfgoed ook een waarde hebben voor de omgeving en de samenleving als geheel.
Michael van de Kuit, ceo van Nedstede Groep: “Het eerste wat ik altijd doe wanneer ik een monument aankoop, is in de archieven duiken om te zien of het exterieur van het gebouw nog identiek is aan het oorspronkelijke ontwerp. Bij dit bijzondere gebouw viel direct op dat de toren ontbrak. Ik heb toen meteen Gietermans & Van Dijk Architecten benaderd om een plan te maken voor de reconstructie.”
Architect Wim Gietermans: “Er waren alleen aanzichten van het torentje en geen detailtekeningen, dus ben ik oude boeken over kerktorens gaan bestuderen. Zo kon ik een redelijk gedetailleerd ontwerp gemaakt, waarmee ik naar Bureau Monumenten en Archeologie van de gemeente Amsterdam ben gegaan. Die waren enthousiast. Zij suggereerden ook om eens met een molenbouwer te gaan praten over de technische uitwerking van de houtconstructie, omdat dit hun specialisme is.”
Zo kwam Gietermans bij molenbouwer J.K. Poland terecht. Die zagen deze mooie opdracht wel zitten en hadden inderdaad veel kennis in huis. Omdat ze het torentje volledig in de werkplaats konden prefabriceren, paste het bouwen van de dakruiter perfect in hun planning. Bij slecht weer kan een molenbouwer buiten namelijk niet veel aan molens werken.
In maart 2019 begon Poland in zijn werkplaats aan de houtconstructie van de dakruiter. Dit gebeurde helemaal op de oude manier. Daarna werd de toren naar de werkplaats van de loodgieter/leidekker vervoerd om met lood bekleed te worden. Een smederij maakte de spits op basis van oude foto’s. Om de dakruiter helemaal af te maken, zijn ook nog onderdelen verguld, zoals het halvemaantje in de windvaan.
Op 8 november jl. werd de dakruiter teruggeplaatst. Alles paste perfect. Michael van de Kuit is erg tevreden met het resultaat: “Deze week wordt er op een steiger nog aan de waterdichte aansluitingen op het bestaande dak gewerkt. Daarna kan iedereen het torentje weer in zijn volle glorie bewonderen.”
Over het gebouw
Het gebouw aan de Koninginneweg 29-31 dateert van 1893 en werd gebouwd als remise voor de paardentrams van de Amsterdamsche Omnibus Maatschappij (AOM). Het heeft een neo-renaissancistische stijl. De architect was Dolf van Gendt, onder meer bekend van het Concertgebouw (1888), de Hollandsche Manege (1880), de IJsbreker (1885) en de winkelgalerij in de Raadhuisstraat (1899).
Het gebouw had aan de achterkant een remise en paardenstallen. De wagons werden gestald in de remise en de stal bood plaats aan 81 paarden. Paarden die iets mankeerden, werden verzorgd in de ziekenstal. Ook was er een smidse aanwezig. Het hoofdgebouw, aan de voorkant, bestond op de begane grond uit een koetshuis, een kantoor voor de stalbaas en bergingen. Op de eerste verdieping bevond zich een woning, een afrekenkamer en een kamer voor de hoofdconducteur.
Als paardentramremise is het pand niet erg lang in gebruik geweest. Zeven jaar na de oplevering kreeg Amsterdam een elektrisch tramnet en werden de paardentrams langzaam verleden tijd. De laatste paardentram werd in 1916 uit de roulatie gehaald. In 1933 werd de remise verbouwd tot werf voor de stadsreiniging, later werd het een politiebureau. Tegenwoordig huurt fitnessketen Trainmore het pand, dat een oppervlakte heeft van circa 1498 m2.
Over de dakruiter
Kleine torens op een nok of op een snijding van nokken worden ook wel dakruiters genoemd. Veelal hadden deze dakruiters een esthetische meerwaarde, ook werd er wel eens een luidklokje ingehangen. Op de oude foto’s en tekeningen is te zien dat het kleine dak aan de westzijde van het gebouw gesierd was door zo’n dakruiter, die een esthetische functie had. Uit onderzoek in de archieven van regionale kranten blijkt dat er ook na zware stormen geen artikelen zijn verschenen over het bezwijken van het torentje. Daarom kan ervan uit worden gegaan dat de dakruiter preventief werd verwijderd.

