Hoekse waard: De afbraak is begonnen

door Willy Spaan

‘Met de peefabriek is de sloop van Puttershoek definitief begonnen’, verzekerde een inwoner mij. Hij doelde daarmee niet alleen op de sloop van de monumentale suikerfabriek die honderd jaar geleden door vooruitstrevende Tiengemeetse en Hoeksche Waardse boeren aan de Oude Maas in Puttershoek werd gesticht voor de verwerking van hun suikerbieten; de grootste suikerfabriek in Zuid-Holland die een eeuw lang de economische drager van zijn dorp was.

De man doelde ook op de komende vernieuwing van het historische dorpshart, waarvoor de legendarische herberg De Posthoorn, de (Haabo-)boerderij en een groot aantal dijkhuizen aan het Schouteneinde zullen moeten wijken. Hij voorzag bovendien de teloorgang van het gemaal ’t Hooft van Benthuizen, dat vanaf 1870 op een knooppunt van polders en watergangen het landschappelijke beeld van Puttershoek heeft bepaald.

Niet alleen Puttershoek wordt getroffen door kaalslag van gebouwd erfgoed en verlies van zichtbare uitingen van de streekeigen cultuurhistorie. Kijk naar wat er in het oude centrum van Klaaswaal is aangericht, en huiver van de manier waarop de herinrichting daar gestalte heeft gekregen. Zonder rekening te houden met het karakter en de kleinschaligheid van de oorspronkelijke nederzettingsvorm is het centrum rigoureus op de schop gegaan, en verrees er hoogbouw naast het 16de eeuwse dorpskerkje. Ook de historische kernen van Mijnsheerenland en Numansdorp staan op de nominatie om ‘vernieuwd’ te worden.
‘O schoon Mijnsheerenland o land van zaligheden
O werelds paradijs o zielverrukkend Eden (…)
Bij welks verheven schoon geen steedse pracht kan halen’, dichtte Frederik van Eeden in 1882.

Wat blijft hiervan over als straks diverse karakteristieke panden in het dorpshart – waaronder de imposante en solide Cornelis Hoeve – worden gesloopt, en er een modern dorpscentrum verrijst temidden van het vanouds beboomde boerderij- en villalint? Het huidige Numansdorp biedt aan de haven bij het Hoge Huis en het Schippershuis een uniek dorpsgezicht, waarover men als toerist in het buitenland verrukt zou zijn. Die landelijke kwaliteiten gaan voorgoed verloren, als de Buitensluis zou worden volgebouwd met non-descripte gestapelde nieuwbouw.

Het gemak waarmee in de Hoeksche Waard cultuurhistorisch waardevolle panden worden afgebroken en kwetsbare locaties onherstelbaar worden verwoest, is schokkend. Voor het vernieuwen en tegelijk verbeteren van kenmerkende historische plekken zijn visie, kennis van zaken en daadkracht nodig. Weinig opdrachtgevers en projectontwikkelaars blijken de kunst te verstaan nieuw en oud harmonieus op elkaar af te stemmen en voor de toekomst nieuwe kwaliteiten toe te voegen. Dit doet het ergste voor ons dorpsschoon vrezen.

‘Use them or loose them’, zegt men bij The National Trust, de organisatie die in Groot-Brittannië wonderen verricht met het conserveren en herbestemmen van historische gebouwen, dorpsgezichten, tuinen en landschappen. Aan de succesvolle werkwijze van The National Trust zouden we in de Hoeksche Waard een voorbeeld moeten nemen.

Publicatie als HWL-column in Het Kompas d.d. 9 september 2011 aan de vooravond van de Open
Monumenten Dagen met als thema: ‘Nieuw gebruik – oud gebouw’.

© Willy Spaan, Dorpsstraat 111, 3284 AD Zuid-Beijerland, tel. 0186 – 66 12 44
St. Landelijk Erfgoed Hoeksche Waard
Erfgoedkoepel Hoeksche Waard
lid Intergemeentelijke Commissie Cultureel Erfgoed
bestuurslid Agrarisch Erfgoed Nederland