In het Mauritshuis in Den Haag worden voor een bijzondere tentoonstelling ruim 120 objecten bijeengebracht uit het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden dat tussen 1822 en 1875 was gevestigd op de benedenverdieping van het Mauritshuis. Het was een museum met duizenden objecten van over de hele wereld. De zalen stonden er bomvol. Bezoekers ontdekken in de tentoonstelling allerlei voorwerpen, waaronder sieraden, poppen, vazen, reukflessen, harnassen, wapens, adellijke haarvlechten en zelfs een ‘echte’ zeemeermin. De tentoonstelling Het verdwenen museum (12 september 2024 – 5 januari 2025) biedt ook een andere blik op de rijke, maar vaak complexe geschiedenis en de invloed daarvan op het heden.
Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden
Hoe zag het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden eruit? Vitrinekasten vol objecten rondom thema’s als Nederlandse geschiedenis, China, Japan, herkomst en volkenkunde geven een indruk van van wat er zoal werd getoond. Naast de voorwerpen uit andere landen en culturen, kreeg ook de vaderlandse geschiedenis een prominente plek. De Nederlandse cultuur en geschiedenis werden opgehemeld, vooral in vergelijking met andere culturen. Verhalen werden aangedikt en als ‘fake news’ ingezet om nationale trots aan te wakkeren. Haarvlechten die werden opgegraven op het Binnenhof waren opeens van Jacoba van Beieren, gravin van Holland (1401-1436). Terwijl nooit werd bewezen dat haar graf daar lag.



Van een beruchte hoed met kogel tot aan zeemeermin
Onder de bijzondere objecten die bij elkaar worden gebracht, zit onder meer een hoed van Ernst Casimir, een lid van de Friese tak van de Oranjes. Tijdens het beleg van Roermond in 1632 werd hij fataal getroffen door een kogel terwijl hij de loopgraven inspecteerde. De vilten regenhoed die hij toen droeg, werd als kostbare herinnering binnen de familie doorgegeven. Koning Willem I schonk deze kort na de oprichting aan het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden. Daar kreeg de hoed plots een andere betekenis. Het was toen niet meer de hoed van Ernst Casimir uit 1632, maar het hoofddeksel van Willem van Oranje, dat hij droeg toen hij in 1584 in het Prinsenhof te Delft werd neergeschoten.
Een ander opmerkelijk object in de tentoonstelling is de zeemeermin. Dit monsterachtige wezentje is een ningyo – letterlijk ‘mens-vis’, ofwel een zeemeermin. Het bestaat uit onder andere de staart van een zalm, apenhuid en een hondenkaak. Meerminnen komen al eeuwen voor in de Japanse cultuur en er werden bijzondere krachten aan toegeschreven, zoals het brengen van geluk of onsterfelijkheid. In zowel Japan als in Europa werden ze gretig verzameld en tentoongesteld als bijzonderheden. Door de eeuwen heen hebben Europeanen enorme bedragen betaald voor zogenaamd ‘echte’ zeemeerminnen.
Toen en nu
Na meer dan 60 jaar sloot het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden in 1883 definitief zijn deuren. Deze sluiting volgde op kritiek over de ‘rommelige uitstraling’ en de ‘onderbelichting van het Nederlandse verhaal’. Hoewel de objecten het Mauritshuis verlieten, bleef de 19de-eeuwse wereldvisie, beïnvloed door kolonialisme en nationalisme, bestaan. In de tentoonstelling reflecteert het Mauritshuis van nu op dit verleden: is het verdwenen museum écht verdwenen?

