Advies Raad voor Cultuur: Draag ‘Pride Amsterdam’ voor bij UNESCO

Pride Amsterdam 2016. Foto: IStock.

De Raad voor Cultuur adviseert om ‘Pride Amsterdam’ voor te dragen ter nominatie voor UNESCO’s ‘Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid’. Dat staat in een advies aan minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Vorige maand maakte de raad al een selectie bekend van vijf kansrijke erfgoedelementen. Daarop vroeg de minister de raad om nader advies over de uiteindelijke keuze voor de voordracht bij UNESCO in 2027.

Update: Minister Letschert (OCW) draagt Pride Amsterdam aan ter nominatie internationale UNESCO-lijst

Minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) neemt het advies aan van de Raad voor Cultuur om ‘Pride Amsterdam’ voor te dragen ter nominatie voor UNESCO’s ‘Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid’.

Van shortlist naar 1 kandidaat

Eerder dit jaar stelde de raad een shortlist samen van vijf mogelijke kandidaten voor UNESCO-erkenning. Naast Pride Amsterdam stonden ook het Leidens Ontzet, heggenvlechten, het fanfareorkest en de woonwagencultuur op die lijst.

Voor ‘Het Fanfareorkest’ overweegt de raad dat een multinationale voordracht samen met België logisch en wenselijk is. Dat vergt afstemming en vanwege de beperkte tijd is al eerder door het ministerie verzocht om geen multinationale dossiers voor te stellen. De raad adviseert daarom ‘Het Fanfareorkest’ niet in deze ronde voor te dragen.  

Waarom Pride?

De Raad voor Cultuur heeft vier erfgoedtradities met elkaar vergeleken om tot een keuze te komen. Daarbij keken ze naar eerder vastgestelde criteria. Sommige tradities vielen af omdat ze al lijken op erfgoed dat al op de UNESCO-lijst staat. Dat geldt bijvoorbeeld voor historische stadsfeesten zoals Leidens Ontzet en voor ambachtelijke tradities zoals heggenvlechten.

Twee kandidaten bleven over: Pride Amsterdam en woonwagencultuur. Deze vormen van erfgoed staan nog niet op de UNESCO-lijst en laten dus iets nieuws zien van de wereldwijde diversiteit.

De raad vindt de erkenning van woonwagencultuur belangrijk. Toch kiezen ze uiteindelijk voor Pride Amsterdam. Dit op basis van het criterium over “de vraag of Nederland zich met een bepaald erfgoedelement internationaal zou willen profileren”. De raad schrijft: “Nederland heeft op het gebied van gendergelijkheid, queer-emancipatie en seksuele vrijheid een rol vervuld als voorloper. Zo’n rol heeft het niet in het geval van Woonwagencultuur”.

Suggestie voor naamswijziging nominatiedossier in ‘Pride’

In het belang van een succesvolle nominatie én om aansluiting door andere lidstaten te zijner tijd te vergemakkelijken, doet de raad de suggestie om de titel van het nominatiedossier te veranderen in ‘Pride’. Nederland kan zo de voortrekkersrol pakken in de nominatieprocedure.

Hoe gaat het verder?

Het is aan Minister Letschert (OCW) om te komen tot een voordracht ter nominatie bij UNESCO. Stichting Pride Amsterdam zal zelf aan de samenstelling van het nominatiedossier werken, hierin bijgestaan door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN). Uiteindelijk besluit het Intergouvernementeel Comité van het UNESCO-verdrag over opname op de Representatieve lijst.

Tijdelijke commissie van deskundigen

Dezelfde tijdelijke commissie van deskundigen die het initiële advies over de selectie voorbereidde, heeft ook het aanvullende raadsadvies over de voordracht voorbereid. De commissie bestaat uit: Sophie Elpers (voorzitter), Peggy Brandon, Hester Dibbits, Nicole van Dijk, Felix Havenith en John Olivieira-Siere, tevens raadslid.