Adviesbureau: “Archeologiebeleid botst met wet”

Ontwikkelaars en de gewone burger (of consument) hebben nauwelijks invloed op de omgang met de archeologie. In plaats daarvan bepalen alleen archeologen wat, hoeveel, waar en wanneer er wordt opgegraven.

Die gang  van zaken botst met de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) die in 2007 van kracht werd. Bovendien wordt zo jaarlijks 120 miljoen euro gespendeerd aan wetenschappelijke rapporten waar, behalve de archeologische wetenschappers, weinig mensen baat bij hebben.  Archeologisch adviesbureau The Missing Link constateert dat in verband met de evaluatie van de Wamz. Deze vindt dit jaar plaats; in 2011 verschijnt het  evaluatierapport.

“De wet is een prima wet, maar aan de invulling moeten we nog vorm geven,” zegt Boudewijn Goudswaard, directeur van The Missing Link. “Dat is logisch met zo’n nieuwe wet. In de wet staat  natuurlijk niet  welke archeologische vondsten belangrijk zijn. Dat hoeft ook niet, want dat kunnen we ter plaatse met alle betrokken partijen invullen. In de praktijk komt het daar niet van, omdat de archeologen bepalen wat voor de academische wetenschap belangrijk is en een beslissende invloed hebben op de gang van zaken bij oudheidkundig bodemonderzoek.”

Dit beeld wordt bevestigd door Tjakko Smit van Bouwfonds Ontwikkeling uit Amersfoort.  “De wetenschappelijke wereld overheerst de archeologie maar voegt niets toe aan de ruimtelijke ontwikkeling die wij proberen vorm te geven. Dat is raar omdat daarmee jaarlijks vele miljoenen zijn gemoeid.  Zeker gezien de huidige economische situatie, is het de vraag of we zo moeten doorgaan.  Wij willen er iets voor terug zien. Archeologie moet waarde toevoegen aan de ruimtelijke ontwikkeling.”

Het probleem kan worden opgelost, meent Goudswaard, door het zogeheten proces “Reverse Archaeology” toe te passen.  Hierbij wordt eerst de geschiedenis van het betreffende gebied in kaart gebracht.  Vervolgens worden de doelen van alle spelers in de ruimtelijke ontwikkeling bekeken en gewogen en kiezen we alleen die zaken om te onderzoeken die van belang zijn voor alle partijen. Daarbij wordt kritisch gekeken  of archeologische vondsten een toegevoegde waarde hebben voor de ontwikkeling van het terrein.  Zo kunnen bijvoorbeeld resten van historische gebouwen, zoals funderingen, zichtbaar worden gemaakt binnen de nieuwbouw.  “In dat geval hebben niet alleen wetenschappers een stem, maar ook ontwikkelaars en consumenten. Uiteindelijk betalen zij voor het onderzoek. De overheid kan dit proces van belangenafstemming regisseren en het publieke belang inbrengen.  Zij leggen uiteindelijk de beslissing vast.”

Smit:  “Reverse archeology zou inderdaad een goede oplossing zijn.  Dan worden de discussies over wat belangrijk is vooraf gevoerd en hebben we een gezamenlijk doel. Het archeologisch proces wordt daardoor beter te managen en het geld wordt effectief ingezet. Er gebeurt tenminste iets met de archeologische vondsten. ”  Hij denkt daarbij niet alleen aan  het zichtbaar maken ervan in de nieuwe stedebouwkundige structuur of de bebouwing. “Het kan ook aanleiding zijn voor een goed leesbare publicatie voor de bewoners van een gebied.”