Bijna 2.000 jaar oude wierde ontdekt in Groningen

Onder de oppervlakte liggen verschillende bodemlagen die vertellen hoe het landschap zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld Foto: © RAAP

Onder de toekomstige Gerrit Krolbrug in Groningen ligt een uitzonderlijk goed bewaarde wierde uit de late ijzertijd en vroeg-Romeinse tijd. Archeologen verwachten vondsten aan te treffen die meer kunnen vertellen over het leven langs de Hunze, bijna 2.000 jaar geleden. Voorafgaand aan de bouw van de nieuwe brug vinden de archeologische opgravingen naar verwachting plaats in 2027. 

De wierde kwam in 2020 aan het licht dankzij een oplettende inwoner. Tijdens werkzaamheden bij een flat zag deze bewoner aardewerkscherven in een bouwkuip liggen. Onderzoek wees uit dat het materiaal dateert uit de periode tussen circa 200 voor Christus en 100 na Christus.

De scherven bleken geen losse vondsten. Onder de grond bevindt zich een tot dan toe onbekende wierde, precies op de locatie waar de nieuwe Gerrit Krolbrug wordt gebouwd. Inmiddels heeft archeologisch onderzoeksbureau RAAP het vooronderzoek aan de Ommelanderzijde van de brug afgerond en de vindplaats in kaart gebracht.

Wat is een Wierde?
Een wierde (in de provincie Groningen), elders ook wel terp genoemd, is een door mensen gemaakte ophoging. Deze werden in de periode voor er dijken waren in het kust- en het rivierengebied gemaakt als bescherming tegen overstromingen.

Als de dreiging van het water groter werd, werden wierden verder opgehoogd of verlaten. De oudste wierden dateren van ongeveer 600 jaar voor Christus.

Op een wierde werd meestal een nederzetting gebouwd, variërend van een kleine huiswierde met 1 enkele boerderij, tot grotere dorpswierden. Ze werden gemaakt met (klei)plaggen die in de buurt uit de grond werden gestoken.

Tijdens de bewoning werden ze vaak uitgebreid met huisafval en mest. Daardoor kan een wierde veel (goed bewaard gebleven) vondsten bevatten. De wierde bij de Gerrit Krolbrug ligt 70 tot 110 cm onder de grond.

Meer dan 10.000 vondsten verwacht

Het te onderzoeken terrein beslaat ongeveer 150 bij 75 meter, in totaal circa 11.000 vierkante meter. Op basis van het vooronderzoek verwachten archeologen onder meer circa 11.000 fragmenten dierlijk botmateriaal, ongeveer 5.000 stenen voorwerpen en meer dan 90.000 aardewerkscherven te vinden.

De waarde van het onderzoek zit volgens de betrokken archeologen echter niet zozeer in spectaculaire voorwerpen. Vooral alledaagse vondsten kunnen nieuwe informatie opleveren over de bewoningsgeschiedenis van het gebied.

Leven langs de Hunze

Het landschap zag er 2.000 jaar geleden heel anders uit. De wierde lag in een bocht van de Hunze, in een open landschap met kronkelende waterlopen en regelmatige overstromingen.

Ploegsporen op de smalle oeverwal van de rivier laten zien dat de bewoners het land bewerkten. Door de wisselende waterstanden was akkerbouw waarschijnlijk lastig en leefden de bewoners vermoedelijk voor een belangrijk deel van vee, waaronder koeien en schapen.

Op de wierde stonden waarschijnlijk slechts enkele houten huizen. Naar de maatstaven van de ijzertijd was dat echter al een nederzetting van betekenis. Ook het toenmalige Groningen bestond volgens gemeentelijk archeoloog Erik Akkerman in die periode uit slechts enkele boerderijen.

Tijdens de komende opgraving willen archeologen onder meer vaststellen of er sprake is van één grote wierde of van verschillende kleinere verhogingen die in de loop van de tijd aan elkaar zijn gegroeid. Ook willen zij achterhalen hoe lang de locatie precies bewoond is geweest.

Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar mogelijke sporen uit de periode tussen circa 300 en 600 na Christus. Over de bewoning rond Groningen tijdens de overgang van de Romeinse tijd naar de vroege middeleeuwen is nog relatief weinig bekend. Zelfs een enkele scherf uit die periode kan daarom nieuwe informatie opleveren.

Opgraving voorafgaand aan bouw nieuwe brug

Voordat de bouw van de nieuwe Gerrit Krolbrug begint, wordt de wierde archeologisch onderzocht. De opgraving duurt naar verwachting vier tot zes maanden en staat gepland vanaf het voorjaar van 2027.

De onderzoekers werken daarbij laag voor laag. Hierbij zullen op deze vindplaats ook graafmachines en scheppen worden ingezet. Iedere bodemlaag en vondst wordt zorgvuldig geregistreerd; bij kwetsbare of bijzondere vondsten wordt gedetailleerder handwerk verricht.

Een deel van de geschiedenis van de locatie wordt al vóór de opgraving voor het publiek zichtbaar. In Informatiepunt De Verbinding komt een kleine vitrine met vondsten uit het vooronderzoek. Vondsten uit de uiteindelijke opgraving worden na onderzoek ondergebracht in het archeologisch depot van de gemeente Groningen.

Bron: Rijkswaterstaat