Met de anderhalve meter samenleving staat de kermis, heden ten dagen erg onder druk. Ook in het verleden heeft de kermis zware tijden gekend onder andere door maatregelen gericht tegen drankmisbruik, zedeloosheid en ordeverstoringen. Maar ook vanwege de (dreiging van) verschillende besmettelijke ziekten. Gelukkig heeft de Amsterdamse kermis deze zware tijden toen kunnen doorstaan.
Opheffing van de septemberkermis
Amsterdam had tot 1875 zijn septemberkermis welke maar liefst drie weken duurde. Werknemers ontvingen hun kermisfooi van hun baas. De vuilnis- karrenman, asch-karreman en gasopstekers verdienden hun kermiscenten door het aanbieden van kermiswensen. Ook de gegoede burgers lieten zich in deze tijd niet onbetuigd. Zij organiseerde hun eigen ontspanning onder andere in 1842 in Frascatie met een fontein van Eau de Cologne.
In 1871 werd besloten de kermis op termijn op te heffen. Aanleiding was naast het zedelijk verval, de pokken-epidemie in Utrecht, Rotterdam en Den Haag. Burgemeester Den Tex wees de bezwaren van de hand. De markt en de hiermee verbonden kermis lag verspreid door de stad. Er waren dus geen ophopingen van mensenmassa’s en de kramen werden gedesinfecteerd.
Toch besloot de raad van Amsterdam om de kermis in 1875 definitief af te schaffen. Waarschijnlijk was het feit dat de kermis voor de stad nauwelijks nog van economisch nut was de belangrijkste reden. In1865 waren namelijk de gemeentelijke accijnzen op sterke drank verdwenen, de grootste inkomstenbron voor de gemeente tijdens de kermisweken Als redenen werden echter aangegeven de ontwrichting van het openbaar verkeer en het zedelijk verval.

Kermisoproer
Na het besluit inzake afschaffing van de jaarlijkse septemberkermis braken er op 11 september 1876 relletjes uit. Vier dagen lang trok een groep boze kermisliefhebbers gewapend met stokken naar de woning van de burgemeester aan de Herengracht. Uiteindelijk kwam er door de inschakeling van grote aantallen militairen een einde aan dit verzet. Maar de Amsterdammers gaven zich niet gewonnen. De daarop volgende jaren vierden zij kermis zonder kermis. De winkels waren s’avonds helder verlicht “Temidden van al dat licht bewoog zich een dichte menigte, die niet donker was zoals alle volksmassa’s, maar waarin vele heldere plekken voorkwamen van lila en roze, de geliefde kleuren van de dienstboden in heel Nederland. Er was van alles te koop zoals men gewoon was bij de jaarmarkten en er werd gedanst op straat” aldus de Vlaamse schrijver Charles de Coster.
Voorjaarskermis
In 1885 werd in een nieuwe marktverordening de organisatie van de Voorjaarskermis geregeld. Burgemeester en Wethouders wezen elk jaar de pleinen aan voor de markt. Voorstanders van de kermis wezen op het belang van kindervermaak. Door acties van raadsleden vanwege de geluidsoverlast en de angst voor zedelijk verval nam het aantal pleinen, waarop de voorjaarsmarkt werd gehouden, echter gestaag af. In 1894 was er nog markt op veertien pleinen, in 1907 op elf en in 1910 nog maar op acht. Op 25 januari 1911 viel, na bijna twee decennia afkalving en uitholling, het doek voor de kermis en de jaarmarkt in Amsterdam.

Het jubileumfeest van Wilhelmina als aanjager van kermissen
Belangrijk keerpunt in het gemeentebeleid waren de festiviteiten bij het veertigjarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina in 1938. Van 7 tot en met 17 september waren er tien kermispleinen met daarop twee imposante lunaparken* en acht gewone kermissen. Volgens de krant bezochten twee miljoen bezoekers de kermissen. Bij evaluatie concludeerde men dat ‘er in de eisen die de mensen thans aan het vermaak stellen, heel wat, ten goede is veranderd’. Men hoopte daarom op herstel van de jaarlijkse kermis traditie. De oorlogsdreiging en mobilisatie na september 1939 gooide echter roet in het eten. Ook tijdens de bezettingsjaren was er weinig kermisvertier.
Bevrijdingsfeesten
De definitieve terugkeer van de Amsterdamse kermis was te danken aan de grote bevrijdingsfeesten. In 1946 ging de gemeente zich weer direct met de kermis bemoeien. De drie lunaparken in 1946 brachten aanzienlijke financiële voordelen voor de gemeente. De gemeente ontving 137.000 gulden aan pachtgelden en 145.000 gulden aan vermakelijkheidsbelasting. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de raad zonder hoofdelijke stemming akkoord ging met de herintroductie van twee maal per jaar een lunapark in Amsterdam. Met zijn voor-en najaarslunaparken groeide Amsterdam na 1947 snel uit tot een belangrijke kermisstad.
*De naam lunapark is ontleend aan het Berliner Luna-Park am Hallensee (19-04-1934) en het latere pretpark op Coney Island in Amerika
Bron: Kermis, kunstjes en kunnen kermis De wondere wereld van glans en glitter, J. Jacobs Uitgeverij SUN 2002, ISBN 90 5875 0523 blz. 75-104

