Een museum dat alle zintuigen op scherp stelt

Foto: Joep Jacobs

Al eeuwenlang bekijken we kunst uitsluitend met onze ogen. We zien kleuren, vormen, landschappen en mensen afgebeeld op doek, we proberen te bedenken wat voor geluiden de scene zou maken, hoe het zou ruiken. En zou je niet graag eens de replica van dat houten kunstwerk of die 3D-installatie willen voelen? In het Van Abbemuseum in Eindhoven kan dat. Met de tentoonstelling ‘Dwarsverbanden’ worden bezoekers uitgenodigd om kunst op een andere manier te ervaren, door te ruiken, voelen of horen. Met deze aanpak wordt de kunst ook toegankelijk voor bijvoorbeeld slechtziende of dove bezoekers. Steven ten Thije, hoofd van de afdeling collecties, leidt ons rond door de tentoonstelling terwijl hij vertelt over de toegankelijkheid in het Van Abbemuseum.

Het Van Abbemuseum is een museum voor hedendaagse kunst, met een collectie van ruim 3400 werken. Het museum opende haar deuren in 1936 en werd vernoemd naar de sigarenfabrikant H.J. van Abbe, die de bouw van het museum financierde en in de beginperiode een groot bedrag doneerde voor aankopen en exploitatie. Vandaag de dag is het Van Abbemuseum een van de belangrijkste musea voor hedendaagse kunst in Europa.

Zaal met portret van Henri van Abbe. Foto: Peter Cox

Een ander perspectief

We staan in de entree van de tentoonstelling Dwarsverbanden. De muren zijn felgekleurd en er hangen kleurige poncho’s aan een haakje. Op een van de muren zijn vijf borden bevestigd. Steven legt uit dat het multimediatours zijn voor de tentoonstelling, met allemaal een andere insteek. De een is een laagdrempelige kennismaking met de tentoonstelling, met de ander word je rondgeleid door cultuurprofessionals met een handicap. Zo kunnen de bezoekers vanuit verschillende perspectieven de tentoonstelling ervaren.

De eerste zaal is een kleine ruimte die van plint tot plafond is bekleed met een tapijt. Er hangen een aantal kunstwerken, waar de naam Pablo Picasso meteen opvalt. Maar dat is niet het aandachtspunt van deze ruimte, vertelt Steven. “Wat je hier tegenkomt zijn werken van Wilfredo Lam, Picasso en nog een aantal andere kunstenaars. Hier zie je eigenlijk al de basis van de tentoonstelling: tussen de tentoongestelde kunstenaars zijn hele evidente verbanden. Lam en Picasso waren goede vrienden en waardeerden elkaars werk enorm.”

Daarnaast biedt de ruimte ook plek voor discussie rondom Picasso. “Hij was toch wel het summum van een witte, mannelijke kunstenaar die erg vrouwonvriendelijk was. Maar we willen hier aantonen dat er ook nog een complexer verhaal achter zit, namelijk Picasso’s vriendschap met Lam en zijn bewondering voor Aimé Césaire, een van de grootste stemmen in de dekolonisatiebeweging na de Tweede Wereldoorlog.”

Isaac Israëls en Raden Mas Jodjana

We lopen weer verder en komen terecht in een grotere ruimte, waar verschillende portretten uit de vroege 20e eeuw hangen. “Deze portretten zijn onderdeel van de vaste collectie van het Van Abbemuseum. We hebben hier allemaal personen gekozen die op bijzondere plekken in de samenleving stonden.”

Steven wijst naar een portret van een jonge man in kleermakerszit, gehuld in kleurige Indonesische klederdracht. Op het tekstbordje staat: Javaanse Danser, Raden Mas Jodjana. “Hij was een Indonesische student die zich in Nederland ontwikkeld heeft als danser van traditionele Indonesische dans. Het portret is geschilderd door Isaac Israëls, een van de belangrijkste impressionisten uit de Nederlandse kunstgeschiedenis.”

Maar in plaats van Israëls op de voorgrond te zetten, wordt er in de tentoonstelling gekozen om het verhaal van de danser te vertellen. En op deze manier krijgt ieder geportretteerd persoon in de zaal de ruimte om zijn of haar verhaal te vertellen.

Kijken zonder ogen

De bezoekers krijgen niet alleen te maken met nieuwe perspectieven op bekende onderwerpen, ook kunnen ze de kunst op andere manieren ervaren, door verschillende zintuigen te gebruiken. Want kunst hoeft niet alleen met de ogen te worden bekeken. Door de hele tentoonstelling hangen en staan voel-objecten van schilderijen en beelden. “In eerste instantie zijn deze bedoeld voor mensen die slechtziend zijn, maar uiteraard kan iedereen er gebruik van maken. Bij het maken van de voel-objecten werken we nauw samen met mensen die zelf ook blind zijn, om een zo nauwkeurig mogelijke vertaling te maken van de kunstwerken,” legt Steven uit.

Een ander zintuig dat geprikkeld wordt tijdens de tentoonstelling is reuk. Steven loopt naar een schilderij toe en haalt een blauw kaartje uit een bak. Vervolgens wrijft hij over de letters van het kaartje. “Het werkt een beetje zoals een tijdschrift waar parfum samples in zitten. De geur zit in de inkt en is ontwikkeld voor een bepaald schilderij.”

Het schilderij waar we voor staan is van Charley Toorop, genaamd Volkslogement. Op het schilderij staan een aantal personen afgebeeld, een heeft een baby in de armen. In het midden staat een houtkachel. De kleuren van het schilderij zijn donker en grauw en de geur weerspiegelt dat. “Al deze geuren zijn gemaakt door kunsthistorica Caro Verbeek, die tegelijkertijd ook geurhistorica is. Zij heeft passende geuren bij de schilderijen bedacht, die vervolgens zijn uitgewerkt door een parfumier. Op de kaartjes staat de geur beschreven en in enkele ruimtes verspreiden we ook een ambiance geur.”

Foto: Peter Cox

Van buiten naar binnen

Het Van Abbemuseum is al langere tijd bezig om toegankelijk te worden voor een breder publiek. “Vijf á zes jaar geleden startte het programma Special Guests, waarin we voor het eerst keken naar lichamelijke diversiteit in het museum en waar we met voel-replica’s gingen werken. Al het werk wat we tijdens dit programma en daarvoor hebben gedaan is vertaald naar ‘Dwarsverbanden’. Voorheen waren het met name afgebakende projecten voor verschillende typen bezoekers, maar bij deze tentoonstelling hebben we dit als kern voor de programmering gebruikt,” aldus Steven.

Voor Steven is de volgende stap om weer naar binnen te kijken, naar de eigen collectie van het museum. “Ik denk dat we, heel voorzichtig, het gesprek moeten voeren over hoe een collectie kan leven. Museale collecties zijn vrij statisch, waar veel erfgoed aan wordt toegevoegd maar weinig van af wordt gehaald. Depots staan vaak overvol door de hoeveelheid kunst die door de jaren heen verzameld is.”

Daarbij moet worden gepraat over de diversiteit van de collecties, wat bewaard blijft en op welke manier. “En dat betekent uiteraard niet dat we rigoureus allemaal kunstwerken in de Dommel gaan gooien! Maar we kunnen bijvoorbeeld het leven meer centraal gaan stellen en experimenteren met verschillende generaties kunstwerken en bezoekers. Hoe zich dat allemaal gaat vertalen in het museum zullen we pas over een aantal jaar zien,” sluit Steven af.