In Frederiksoord, het hart van de Koloniën van Weldadigheid, staat een bijzonder monument: de historische G.A. van Swieten Tuinbouwschool. Ooit het centrum van agrarisch onderwijs, nu een gebouw met een rijke historie dat wacht op een nieuwe toekomst. Binnenkort start de restauratie en herbestemming van dit monumentale pand. Minne Wiersma, directeur-bestuurder van de Maatschappij van Weldadigheid, neemt ons mee in het verhaal van dit stukje Unesco Werelderfgoed en vertelt over de plannen en uitdagingen.
Minne is inmiddels acht jaar werkzaam bij de Maatschappij van Weldadigheid. Na dertig jaar in het bankwezen te hebben gewerkt, heeft hij zich vastgebeten in de grote opgave die bij de Maatschappij ligt te wachten. De organisatie bezit namelijk circa 1.300 hectare grond en 55 panden, waarvan meer dan de helft rijksmonument is.
Werelderfgoedwaardige koloniën
De historische tuinbouwschool is niet toevallig in Frederiksoord gevestigd. De oprichting kent een lange voorgeschiedenis die alles te maken heeft met de armoedebestrijding in Nederland.
Generaal Johannes van den Bosch wilde aan het begin van de negentiende eeuw een einde maken aan de armoede in Nederland. De oplossing van deze visionaire idealist bestond uit het aanbieden van huisvesting, werk, scholing en zorg binnen de nieuw op te richten landbouwkoloniën in Drenthe.

“Hij kocht de goedkoopste grond van Nederland,” vertelt Minne. “Vanaf 1818 werden daar 439 kolonieboerderijen gesticht waar gezinnen uit stedelijke gebieden een nieuw bestaan konden opbouwen.”
In Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord werden de eerste Koloniën van Weldadigheid opgericht. Later kwamen daar de onvrije koloniën bij, onder meer in Veenhuizen en België. De combinatie van het unieke landschap met deze sociale voorzieningen leverde in 2021 de Unesco Werelderfgoedstatus op voor vier van deze koloniën.
Innovatief onderwijs op een historische plek
Het meest bijzondere aan de Koloniën van Weldadigheid: kinderen moesten naar school. “Dat was nergens anders in Nederland het geval op dat moment,” legt Minne uit. Dankzij majoor Van Swieten werd in 1884 een tuinbouwschool opgericht in de kolonie Frederiksoord, ter nagedachtenis aan zijn overleden zoon. “Het was bedoeld om kinderen van 15 jaar uit arme gezinnen op te leiden tot degelijke vaklieden voor de koloniën,” vertelt Minne. “Toen was hier dus al sprake van voortgezet onderwijs, nog voordat die term überhaupt bestond in Nederland.”
De school bleek uiterst succesvol. “De tuinbouwschool had een goede naam. Studenten kwamen van heinde en verre. Dat bracht veel levendigheid in het gebied en stimuleerde de lokale economie.” Naast de tuinbouwschool werden ook een landbouwschool en een bosbouwschool opgericht. “Onderwijs was binnen de koloniën van cruciaal belang: mensen moesten zich kunnen ontwikkelen om sterker terug te keren naar waar ze vandaan kwamen.”
Dankzij het succes werd de school al in 1888 uitgebreid met een extra etage, en in 1969 werd zelfs een geheel nieuw schoolgebouw achter het historische pand opgericht.
Toch viel in 2005 het doek voor de tuinbouwschool als gevolg van de centralisatie in het agrarisch onderwijs. “Daar voelt dit gebied nog steeds de pijn van.”

Drents Archief, nr. DA1860602026
Zoektocht naar een nieuwe bestemming
De afgelopen jaren had het historische pand een woonbestemming. “De vader van het gezin had er zelfs een tijdje een klokkenmuseum,” vertelt Minne. In samenspraak met de bewoners heeft de Maatschappij van Weldadigheid het pand eind 2022 weer in eigendom verkregen.
De organisatie ging op zoek naar een nieuwe bestemming die recht doet aan de rijke geschiedenis. “We wilden iets doen dat van betekenis zou zijn voor het gebied.” Er werd gekeken naar mogelijkheden voor een zorglocatie of de terugkeer van onderwijs, maar uiteindelijk is besloten om hotelkamers in het pand te realiseren. “Die behoefte is er, zeker nu er meer reuring is ontstaan door de Unesco Werelderfgoedstatus.”

Opmerkelijk is dat één kamer in de historische tuinbouwschool niet wordt omgebouwd tot hotelkamer.
“De voormalige bestuurskamer van de Maatschappij van Weldadigheid proberen we in de huidige staat te behouden. De buitenschil wordt uiteraard geïsoleerd, maar het interieur willen we zoveel mogelijk intact laten.”
Een monumentale opgave
Minne spreekt zijn waardering uit voor de deskundige bedrijven die meewerken aan de restauratie van de tuinbouwschool. Dit is namelijk niet vanzelfsprekend. “Restaureren is een vak,” benadrukt hij. “En het is een zorg of er op de lange termijn voldoende vakmensen met liefde voor restauratie zijn. We hopen dat dit project anderen inspireert en helpt om nieuw talent aan te trekken. Die instroom is cruciaal om ons erfgoed te behouden.”
De historische tuinbouwschool is namelijk slechts het topje van de ijsberg als het gaat om restauratief onderhoud. “Binnen de Maatschappij van Weldadigheid ligt een gezamenlijke opgave van meer dan 50 miljoen euro. Dat kunnen wij niet alleen dragen.” Minne geeft aan dat de stichting met sobere bedrijfsvoering, slim acteren en het aantrekken van forse leningen hard aan de weg timmert om dit te bekostigen. Ook ziet hij dat de provincie zich enorm inspant.
Toch is er grotere inzet nodig om het onderhoud te garanderen. “De overheid zal hierin haar verantwoordelijkheid moeten nemen,” stelt Minne. “Anders gaat ons monumentale vastgoed verloren. Niet alleen hier, maar in heel Nederland. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om dit erfgoed in stand te houden. Wij nemen onze verantwoordelijkheid, nu de overheid nog.”

