Het Cobra Museum in Amstelveen bevindt zich momenteel in een ernstige en zorgwekkende financiële toestand, zoals gemeld door burgemeester Tjapko Poppens van Amstelveen in een brief aan de gemeenteraad. De huidige situatie blijkt alarmerender te zijn dan eerder door het museum werd aangegeven, met een verwacht tekort van ongeveer 700.000 euro voor dit jaar.
Onlangs heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de gemeente’s portefeuillehouder kunst en cultuur, de museumdirectie en drie leden van de Raad van Toezicht van het Cobra Museum. Dit gesprek heeft aan het licht gebracht dat het museum voor moderne kunst in een kritieke financiële situatie verkeert. Het museum heeft aangegeven dat tegenvallende bezoekersaantallen van juni tot half juli, samen met aanzienlijk hogere kosten, hebben geleid tot een acuut liquiditeitsprobleem. Gedurende die periode zouden er 30.000 bezoekers minder zijn geweest dan de verwachte 90.000.
Burgemeester Poppens meldt dat er al sinds 2018 bezorgdheid is over de bedrijfsvoering, de resulterende financiële toestand en de toekomst van het museum. “Sinds die tijd is er sprake van een structureel financieel tekort en zijn de algemene reserves steeds verder afgenomen. Ondanks de vele gesprekken is het museum niet met een realistisch verbeterplan gekomen” laat Poppens weten in zijn brief.
In het afgelopen jaar ontving het museum een subsidie van 50.000 euro van de gemeente om de omvangrijke zomertentoonstelling “This is Surrealism” te realiseren. Deze tentoonstelling toonde werken uit de collectie van het Museum Boijmans Van Beuningen, met kunstwerken van onder andere Salvador Dalí, René Magritte en Man Ray.
In april van dit jaar werd duidelijk dat het museum voor 2022 met een tekort van 350.000 euro kampte. Dit gegeven leidde ertoe dat een subsidieaanvraag voor een periode van 4 jaar (1,2 miljoen euro per jaar) door de gemeente niet werd goedgekeurd. Het college van de gemeente is nu bezig met het overwegen van vervolgstappen op basis van de recent verstrekte informatie. Stefan van Raay, die in april 2022 Lillian Bóza als directeur opvolgde, geeft aan te wachten op de uitkomst van deze overwegingen alvorens een reactie te geven.

