De provincies Drenthe en Groningen gaan niet verder met het plan om de Veenkoloniën op de UNESCO Werelderfgoedlijst te krijgen. Volgens Gedeputeerde Staten van Drenthe is de kans daarop te klein. Het kabinet deelt die inschatting.
Rijk kijkt naar Caribisch gebied voor nominaties
Het Rijk is terughoudend met het voordragen van nieuwe Nederlandse gebieden voor de Werelderfgoedlijst. Als er al een nominatie komt, gaat de voorkeur uit naar het Caribisch gebied. Om überhaupt in aanmerking te komen, moeten de Veenkoloniën eerst op een officiële voorlopige lijst komen. De minister van Cultuur beslist daarover. Een eerdere aanvraag voor de Veenkoloniën werd al afgewezen.
Ook UNESCO zelf geeft momenteel prioriteit aan locaties buiten Europa, omdat het continent al veel werelderfgoederen telt. Nederland wil plaatsnemen in het Werelderfgoedcomité van UNESCO. Zolang dat speelt, nomineert het land geen nieuwe eigen locaties voor de Werelderfgoedlijst.
Gebrek aan gaafheid
Een belangrijke reden voor de afwijzing is het ‘gebrek aan gaafheid’. Daarmee wordt bedoeld dat er te weinig van de oorspronkelijke cultuurhistorie bewaard is gebleven. Veel van de kenmerkende kanalen, die belangrijk waren voor de turfwinning en later voor landbouw, zijn gedempt of veranderd in sloten.
Gedeputeerde Staten wijzen op hun ervaring met de Koloniën van Weldadigheid. Van de zeven koloniën kregen er maar drie een werelderfgoedstatus. Willemsoord en Ommerschans vielen af vanwege hetzelfde ‘gebrek aan gaafheid’. “De kans op plaatsing van de Veenkoloniën op de voorlopige lijst is daarmee uiterst beperkt”, concluderen zij.
Groningen onderzoekt alternatieve vormen van bescherming
In het coalitieakkoord van de provincie Groningen stond nog de wens om van de Veenkoloniën werelderfgoed te maken. Nu gaat de provincie kijken of er andere (inter)nationale manieren zijn om het gebied erkenning en bescherming te geven. Drenthe heeft aangegeven daar eventueel bij aan te willen sluiten.

