Vlakbij Muiden, in de oude Zuiderzee, doemt uit de woeste golven een imposant eiland op: Forteiland Pampus. Met zijn enorme geschutskoepels en vier kanonnen verdedigde dit eiland onze hoofdstad Amsterdam tegen vijandige aanvallen via de Zuiderzee. Naast dat het een indrukwekkend fort is, heeft Pampus nog een bijzonder verhaal: het eiland is al sinds het ontstaan, eind 19e eeuw, volledig zelfvoorzienend. Er lopen geen leidingen en kabels naar het vasteland, dus elektriciteit en stromend water moesten vanuit andere bronnen worden opgewekt. Vandaag de dag is het eiland nog steeds zelfvoorzienend en wordt er gezocht naar de meest duurzame oplossingen om het eiland draaiende te houden. Van windmolens tot zonnepanelen, Tom van Nouhuys, directeur van Forteiland Pampus, vertelt over de kansen en uitdagingen van verduurzaming op dit unieke eiland.
Verdediging van de Zuiderzee
Forteiland Pampus is één van de eerste eilanden ter wereld dat door mensenhanden is ontworpen. Het werd aan het einde van de 19e eeuw opgeleverd als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Deze stelling liep voornamelijk over land. In de Zuiderzee, tegenwoordig het IJmeer, was er nog een open zeegat waar de vijand zo door kon varen richting Amsterdam. Om dit te voorkomen werd er een eiland ontworpen dat in de monding van de Zuiderzee moest komen te liggen. “Aan de tekentafel is men het hele eiland gaan ontwerpen. Er werd gekeken naar hoe het moest functioneren met eigen elektriciteit, water en voorraden. Zo werd het regenwater vroeger opgevangen en gefilterd, waardoor er drinkwater was op het eiland. En elektriciteit en stoom werd vroeger opgewekt met behulp van kolen,” legt Tom uit.
In de Zuiderzee was er nog een open zeegat waar de vijand zo door kon varen richting Amsterdam

Verduurzaming door de jaren heen
Door de afsluiting van de Zuiderzee, maken ze op het eiland tegenwoordig gebruik van het zoete water uit het IJmeer voor hun (drink)water. En elektriciteit wordt nu niet meer opgewekt met behulp van kolen, maar dankzij aggregaten en zonnepanelen. Die aggregaten zijn straks verleden tijd. Forteiland Pampus is bezig om volledig over te stappen op duurzame energie, vertelt Tom. “Vanaf volgend jaar maken we alleen nog maar gebruik van duurzame bronnen, waaronder zonne- en windenergie en biovergisting. Alles wat we nodig hebben om het eiland draaiende te houden, moeten we nu zelf opwekken.”
En het kan nog best een uitdaging zijn om een plek met zo’n bijzondere geschiedenis te verduurzamen. Zo duurde het bijna zeven jaar voordat er afgelopen maand toestemming kwam om twee kleine windturbines te plaatsen bij het eiland. “Het was een langdurig proces, met veel hobbels. Provincie Noord-Holland had tot twee jaar geleden eigenlijk niet eens de ruimte in het beleid voor toepassing van windenergie in de provincie. En ook op het gebied van erfgoed zijn we heel lang in gesprek geweest met de gemeente en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Samen hebben we gezocht door welke bril je nou naar dit stukje erfgoed moest kijken: was het puur esthetisch of kijken we ook naar de oorspronkelijke en huidige functie? Het in stand houden van het zelfvoorzienende karakter is daarbij een steeds belangrijkere rol gaan spelen.”
Dit laatste was de doorslaggevende factor om toch de vergunning voor de windmolens te verlenen. Toen het eiland namelijk werd ontworpen, bleken de weersomstandigheden het gehele jaar door ideaal voor een windmolen. “Een Amerikaanse windmotor werd toendertijd ingezet om de gracht rondom het fort droog te pompen, volgens het ontwerp. Wind was dus al vanaf het begin onderdeel van de hele filosofie van Pampus,” aldus Tom.
Dankzij de zonnepanelen brengen we een stukje verdwenen historie weer tot leven
Verhalen vertellen met zonnepanelen
Geschiedenis en verduurzaming gaan hand in hand bij Forteiland Pampus. Niet alleen met de gloednieuwe windmolens, maar ook met behulp van een zonnepanelenveld dat wordt aangelegd.
Toen elektriciteit nog werd opgewekt met kolen, moesten die ergens op het eiland worden opgeslagen. Alhoewel het waarschijnlijk geen mooie aanblik bood, was het kolenveld essentieel voor het functioneren van het eiland. Maar nadat de kolen werden vervangen door een dieselaggregaat, bleef er een leeg stuk gras achter. “In eerste instantie konden we weinig met dit veld,” zegt Tom. “Nu willen we juist het verhaal van dat kolenveld, die ‘lelijke’ plek, weer zichtbaar maken door precies daar zonnepanelen te plaatsen. Als mensen straks tegen het veld aan lopen en zich afvragen waarom hier zonnepanelen liggen, kunnen we laten zien hoe er vroeger, met behulp van al die kolen, energie werd opgewekt. Dankzij de zonnepanelen brengen we een stukje verdwenen historie weer tot leven.”

Circulaire ontvangst
Er wordt nog altijd gezocht naar manieren om met behulp van duurzame oplossingen het verhaal en de geschiedenis van Pampus te vertellen en het eiland zelfvoorzienend te houden. Tom werpt alvast een blik op de volgende stappen. “De verduurzaming van het eiland doen we in twee fasen. De eerste fase is eind dit 2023 klaar en houdt in dat het eiland helemaal duurzaam en weer echt zelfvoorzienend functioneert, dankzij wind, zon en met wederom zijn eigen water.”
Met Pampus als proeftuin kunnen we laten zien hoe een duurzame wereld er straks uit komt te zien
De tweede fase zal zich gedurende de komende drie jaar richten op een volledig nieuw entreegebouw, om het groeiende aantal bezoekers beter te kunnen ontvangen. “Met dit entreegebouw in de haven krijgt de bezoeker gelijk bij aankomst het erfgoedverhaal en het verhaal van duurzaamheid mee.” Het entreegebouw moet uiteindelijk een drijvend bouwwerk worden, op de plek waar de oorspronkelijke entreesteiger zat. “We willen het duurzaam maken, door circulair te bouwen,” gaat Tom verder. “We gaan op zoek naar een gebouw dat gesloopt wordt en die grondstoffen gaan we opnieuw ontwerpen tot de drijvende entree. Zo hoeven we geen nieuwe grondstoffen van de wereld te vragen.”
Een ambitieuze onderneming, maar Tom ziet het als een uitgelezen kans voor nieuwe manieren van verduurzamen: “Zo’n circulair drijvend gebouw is nog vrij nieuw in de bouwwereld en juist met Pampus als proeftuin kunnen we laten zien hoe een duurzame wereld er straks uit komt te zien.”

