Vlak voor Prinsjesdag luidt de kunst- en cultuursector de noodklok. Er wordt gevreesd voor grote financiële problemen als de kabinetsplannen die cultuur raken, worden doorgevoerd. Het voorgenomen cultuurbeleid van het kabinet zou zorgen voor een kaalslag van € 350 miljoen en een negatief domino-effect. Dit blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van private financiers, gemeenten en culturele organisaties, waaronder Kunsten ’92 en het Cultuurfonds.
Kabinetsplannen
Het kabinet wil dat de cultuursector minder afhankelijk wordt van overheidssubsidies. Hoewel cultuur niet expliciet werd genoemd in het coalitieakkoord, bevatten de financiële plannen wel maatregelen die de sector nadelig zullen beïnvloeden. Naast de verhoging van de btw van 9% naar 21% op de meeste culturele goederen en de verhoging van de kansspelbelasting, worden de gemeente- en overheidssubsidies verlaagd en de giftenaftrek aangepast.
Een Kamerbrief van staatssecretaris Idsinga (Fiscaliteit en Belastingdienst) toonde aan dat de overheid geen zogeheten impactanalyse voor de btw-verhoging heeft uitgevoerd. Zo’n analyse kan de (financiële) gevolgen van voorgenomen besluiten toetsen.
Volgens het onderzoek dat nu door de private financiers, gemeenten en culturele organisaties is uitgevoerd, zal de cultuursector jaarlijks tussen de 200 en 350 miljoen euro aan inkomsten mislopen, terwijl er al weinig financiële ruimte is. De analyse toont aan dat de kabinetsmaatregelen niet alleen leiden tot minder subsidie, maar ook tot lagere inkomsten uit kaartverkoop (door de btw-verhoging), minder steun van loterijen (door de verhoogde kansspelbelasting), en minder gemeentelijke subsidies (door lokale begrotingstekorten).
‘Kabinet rekent zich rijk‘
Volgens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Sport (OCW) zou de btw-verhoging leiden tot 5 à 6 procent minder bezoekers. Het onderzoek uit de cultuursector zelf voorspelt een terugloop van 9 tot 12 procent, omdat de volledige impact van de prijsverhoging niet is meegenomen. Hogere loonkosten en andere uitgaven zullen naar verwachting ook de kaartprijzen opdrijven.
Het kabinet zou de inkomsten uit de btw-verhoging té hard nodig te hebben om deze terug te kunnen draaien. Cathelijne Broers, directeur van het Cultuurfonds: “Het kabinet rekent zich onterecht rijk. De btw-maatregel kost de sector meer dan dat het oplevert voor de staatskas. De rekenfout die gemaakt wordt, is dat er in de prijselasticiteit btw-verhoging niet gerekend is met de stijging van de prijzen van entree tickets door de stijgende kosten voor personeel, materiaal en energie. Er wordt uitgegaan van 5-6% minder publieksinkomsten, maar dat is eerder 9-12%.”
Inkomsten- en subsidiebronnen onder druk
Het ministerie van OCW staat voor aanzienlijke bezuinigingen van een miljard euro in de komende jaren, waarvan een deel de cultuursector zal raken. Gemeenten verwachten in het ‘ravijnjaar’ 2026 een tekort van € 1,1 miljard. Aangezien gemeenten zelf mogen bepalen of ze hun geld aan kunst- en cultuur uitgeven, bestaat de kans dat zij ervoor kiezen het beschikbare geld aan andere posten te besteden.
Een bijkomende zorg is de verhoging van de kansspelbelasting. De onderzoekers verwachten dat het bedrag dat de cultuursector krijgt van organisaties zoals de VriendenLoterij zal dalen omdat de belasting omhoog gaat.
Werkgelegenheid en bestaanszekerheid aangetast
Het onderzoek toont ook aan dat de voorgenomen maatregelen zowel de maatschappelijke waarden van cultuur als de werkgelegenheid en bestaanszekerheid aantasten. De kunst- en cultuursector is verantwoordelijk voor een directe bijdrage van € 5,5 miljard aan het Bruto Binnenlands Product (BBP) en biedt werk aan bijna vierhonderdduizend mensen. Broers roept op om de maatschappelijke waarde van kunst en cultuur niet te onderschatten: “Het brengt mensen samen, zet aan tot kritisch denken en heeft een positieve invloed op onze gezondheid. Onze geschiedenis wordt in musea door heel Nederland in leven gehouden, zodat elke generatie kan leren over de Nederlandse kunst en cultuur, gebruiken en innovaties. Dat moeten we toch behouden en juist in investeren in plaats van op bezuinigen?”
De sector luidt de noodklok
Broers geeft aan dat iedereen in de sector erop achteruit gaat. “Dit heeft niets te maken met survival of the fittest”, geeft ze aan. Ze vreest voor een kaalslag, voor zowel gesubsidieerde als niet-gesubsidieerde instellingen.
Ook Jeroen Bartelse, covoorzitter van Kunsten ’92, maakt zich zorgen om de desastreuse gevolgen: “De kunst- en cultuursector voer net de ‘perfect storm’ uit: coronapandemie, energiecrisis en kostenstijgingen deelden flinke klappen uit aan makers en organisaties. Deze analyse laat zien dat de stapeling van maatregelen de sector nog eens midscheeps zal raken. Bij elkaar genomen hebben deze maatregelen een grotere financiële impact dan de draconische bezuinigingen van kabinet Rutte I in de periode 2010-2012.”
Er wordt met klem gevraagd om uitstel van btw-verhoging, zodat er eerst gedegen onderzoek komt naar de daadwerkelijke opbrengsten en gevolgen voor de sector. Nu is het een ongecoördineerde stapel van maatregelen waar niemand zicht op heeft of vanuit het Rijk verantwoordelijkheid voor neemt. Het consortium roept minister Eppo Bruins van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op de regie te pakken.

