Molen in Wilnis, gemeente De Ronde Venen. Foto: Melanie Dalebout

Het fameuze experiment van De Ronde Venen

“Iedereen praat er over, maar doen we het ook?”, vraagt Gertjan (rechter foto) zich hardop af. Terwijl in de meeste gemeenten nog volop aan de vergadertafel (of achter de computer op het moment) vergaderd wordt over de vraag hoe burgers meer betrokken kunnen worden bij erfgoed, heeft Gertjan, beleidsmedewerker Cultuurhistorie bij gemeente De Ronde Venen, met zijn fameuze experiment een eerste stap gezet. “Ik dacht: we zien wel hoe het loopt.”

Het experiment

Zijn project in het kort: in vrijwel alle gemeenten bepaalt een team van architectuurhistorici welke gebouwen een  beschermde status krijgen. In gemeente De Ronde Venen geeft Gertjan deze rol aan de inwoners. De Ronde Venen wil 30 nieuwe gemeentelijke monumenten aanwijzen en onder leiding van Gertjan wordt dit op twee manieren gedaan: een groep van vier kenners (dit zijn inwoners uit verschillende dorpen van de gemeente die een grote interesse hebben in erfgoed, maar zonder professionele achtergrond) verzamelt een waardeert monumenten. Daarnaast heeft Gertjan via radio, tv en lokale kranten een oproep gedaan aan alle inwoners: Welk gebouw zou ú willen bewaren? De komende tijd mogen de inwoners gebouwen indienen, waarvan zij denken dat het een monumentale status verdient.  Het groepje kenners gaat de inzendingen beoordelen. Het ‘veilige experiment’, zoals Gertjan zijn project noemt,  zit nog in de beginfase.  Afhankelijk van de reacties en publiciteit gaat hij bedenken hoe alles verder in zijn werk zal gaan.  

Molen in Wilnis, gemeente De Ronde Venen. Foto: Melanie Dalebout

Een subjectieve discussie

 “Op dit moment leggen we soms nog te veel nadruk op het verschil tussen experts en niet-experts”,  begint Gertjan.  “Nu kiezen vaak de experts de monumenten, want zij hebben er verstand van. Maar op deze manier verlies je de binding met de niet-experts. Erfgoed wordt voor de leek een ‘ver-van-mijn-bed-show’. Maar erfgoed is geen bètawetenschap, monumenten aanwijzen is niet hetzelfde als formules oplossen.  Over de omgang met en waardering voor erfgoed is altijd al discussie geweest en daardoor is het juist subjectief.”

En die subjectieve discussie, díe heeft hij nu. “Soms duurt het wel erg lang”, lacht Gertjan, “maar het is heel interessant om naar te luisteren.” Hij coördineert de groep van vier kenners uit de gemeente, die op dit moment een selectie maken uit de zelf gekozen gebouwen, en straks ook de inzendingen van inwoners gaan beoordelen.  Gertjan: “De kenners kijken er op een gevoelsmatige manier naar, het raakt ze persoonlijk.” Daar kan Wiesje Dijkxhoorn (bovenste foto links), die 25 jaar voor de klas heeft gestaan en nu één van de vier kenners is, mee in stemmen.  Wiesje: “Oude gebouwen stralen iets warms uit, ze beroeren me enorm.”  Het valt Gertjan op dat de kenners, maar ook de inwoners die een inzending hebben gedaan, vooral gebouwen uit hun eigen dorp naar voren schuiven. Voor Wiesje is dat logisch: “Mensen zijn pas écht geïnteresseerd in erfgoed, als het om hun eigen dorp of stad gaat.”

En hoe beoordelen de kenners de potentiële gebouwen? Wiesje: “We kijken vooral naar wat we mooi vinden. Want schoonheid, dat zie je als inwoner metéén.  Ik heb grote bewondering voor hoe ze vroeger al zulke schitterende gebouwen konden maken.” Waar de kenners een streepje op voor hebben bij de gemeenteambtenaren, is de persoonlijke band met de omgeving. Wiesje: “Ik maak vaak fietstochtjes en wanneer ik een mooi gebouw zie, bel ik aan en vraag ik of de eigenaren me er iets over kunnen vertellen. Een ambtenaar schrikt soms af,  dan denken ze dat hij met nieuwe regels gaat komen. Ik ben alleen maar heel erg geïnteresseerd.”

Toch geeft Gertjan niet de volledige macht aan de kenners . Twee experts waken vanaf de zijlijn. “Zij moeten er op letten dat de voorstellen juridisch haalbaar zijn. Dat een gebouw ‘mooi’ is, is niet voldoende voor de redengevende beschrijving. Zeker wanneer er bezwaar is tegen een monumentale status.  Daarnaast zijn ze er ook om de kenners te prikkelen. Dan vragen ze: ‘Wat is hier nu zo bijzonder aan?’”

Gertjan krijgt veel reacties op zijn project. Dat verbaast hem wel , zó radicaal is hij toch niet? Hij volgt gewoon de trend. “Over het betrekken van inwoners bij erfgoed wordt veel gepraat, ik voer dat in de praktijk uit. Maar ik sla niet door. Het idee dat erfgoed van iedereen is en dat de professional geen enkele rol meer speelt, daar ben ik het niet mee eens. Ik laat de buurt meebeslissen, maar ze mogen echt niet ineens een rijksmonument gaan slopen.”

Brug in Wilnis, gemeente De Ronde Venen
Brug in Wilnis, gemeente De Ronde Venen. Foto: Melanie Dalebout

Bewustwording

Maar participatie is eigenlijk niet het hoofddoel van Gertjans project. Op de  eerste plaats wil hij vooral de bewustwording vergroten. “De Ronde Venen is een gebied waar een grote ruimteclaim op ligt. Door de vele nieuwbouwplannen ontstaat de kans dat je de karakters van de oude dorpen verliest. Mensen hebben veel meer gevoel bij historische gebouwen dan ze denken, ik wil ze daar bewust van maken. Koester wat je hebt, zie hoe bijzonder je dorp is, voordat je het kwijt bent. Mijn project gaat zeker niet alleen over monumenten aanwijzen. Uiteindelijk is mijn doel de liefde voor erfgoed vergroten.”

En met die bewustwording gaat het al aardig goed. Hoewel Gertjan nog niet bedolven wordt onder de inzendingen, krijgt hij wel enorm veel reacties op zijn project.  “Het maakt niet uit hoeveel inzendingen ik binnen krijg, als de aandacht voor het erfgoed er maar is.”

The following two tabs change content below.

Alma Hoekstra

Alma Hoekstra is een 23-jarige liefhebster van alles wat oud is. Momenteel werkt zij als hoofdredacteur van de Erfgoedstem en studeert zij Architectuurgeschiedenis aan de VU. Vaak vraagt zij zich af of vroeger inderdaad alles beter was, op het gebied van kunst dan. Oude muziek, oude architectuur en oude beeldende kunst behoren allemaal tot haar passies. Haar nostalgische ziel wordt uitgedaagd in de erfgoedwereld. Want niets is voor altijd, zelfs erfgoed gaat met de tijd mee.