Het landschap beschermen met behulp van cultuurhistorie: ‘Natuurkracht’ doet het

Volmolen in Epen tijdens de overstromingen

In juli 2021 vonden er hevige overstromingen plaats in het zuiden van Nederland. Limburg stond onder water als gevolg van hevige regenval en de schade liep op tot miljoenen euro’s. Ook het Geul- en Gulpdal kwamen onder water te staan. Met het programma Natuurkracht probeert onder andere Natuurmonumenten nieuwe wateroverlast te voorkomen. We praten vandaag met André Hassink, programmamanager bij Natuurmonumenten, over het belang van dit project.

Het Geul- en Gulpdal zijn unieke natuurgebieden in Nederland, met dichtbegroeide bossen, snelstromende rivieren en groene graslanden. “Het is eigenlijk het buitenland van Nederland. In België en Duitsland heb je wel vergelijkbare landschappen, maar hier in Nederland is het heel bijzonder,” vertelt André.  Maar niet alleen het landschap maakt het Geul- en Gulpdal zo bijzonder, ook kent de natuur daar een lange geschiedenis van bezettingen. “Het is bezet geweest door de Romeinen, Spanjaarden, Fransen en de Duitsers. Dit uit zich onder andere in de diverse bodemlagen met restanten van gebruik, getekend door de verschillende manieren waarop deze bezetters met het landschap omgingen.”

Roeien met de riemen die je hebt

Na de overstromingen van 2021, waar binnen een week zo’n 140 millimeter regen viel, moesten er oplossingen worden bedacht om te voorkomen dat dit zich niet zou herhalen. Dankzij de innovatieve manieren die Nederland rijk is om het water te meten en tegen te houden, kon de hoeveelheid regen in het Geul- en Gulpdal worden geëvalueerd. Daar kwam een aantal lessen uit: de hoogwatergolf, die ontstaat voor de piek van de overstromingen, kwam voornamelijk vanuit het stedelijke gebied in België. Eenmaal in de Nederlandse natuurgebieden zakte 80 procent van het regenwater de grond in. “Uiteindelijk is maar 20 procent van de regen in Nederland terechtgekomen in de beek. Een van de eerste lessen was dan ook om het landschap zo aan te passen dat het meeste water in de grond verdwijnt en niet in de beek terechtkomt.”

Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door het landschap verder te verruwen. In plaats van (water-)wegen aan te leggen of te verbreden, wordt er meer ruimte gemaakt voor nieuwe bomen, planten en struiken, die het water kunnen opvangen.

“De tweede les was om heel goed te kijken hoe we om gaan met het landschap. Het bleek namelijk dat de natuur en de cultuurhistorische objecten, zoals watermolens en kastelen, heel veel water konden tegenhouden of vertragen en op strategische plekken gelegen waren, waardoor er op die plekken geen wateroverlast was.”

Daaruit kwam de gedachte naar voren om met behulp van de natuur, het landschap en de kennis van de lokale cultuurhistorie een project op te starten om de bewoners van het Geul- en Gulpdal bewust te maken van de mogelijkheden om wateroverlast te voorkomen op hun eigen terrein. Zo ontstond het project Natuurkracht, in samenwerking met onder andere het Wereldnatuurfonds, de Natuur en Milieu Federatie, Stichting Ark en Limburgs Landschap en Natuurmonumenten. “Ook willen we met dit project de overheden, provincies en waterschappen laten zien dat grote technische ingrepen niet altijd de oplossing zijn. Als het landschap en de natuur zelf al veel mogelijkheden bieden om overlast te voorkomen, moeten we met z’n allen de focus wat verleggen en meer gaan samenwerken met de mensen die al in de omgeving wonen en werken en er bekend mee zijn.”

Leren van het landschap

Het gebruik van de cultuurhistorische objecten in het Geul- en Gulpdal speelt daarbij een belangrijke rol. Watermolens worden al eeuwenlang ingezet bij hoog water en kastelen staan op strategische plekken in het gebied. “Aan de hand van dit soort objecten leggen we uit dat mensen 400 jaar geleden niet hun kastelen op willekeurige plekken bouwden. Ze wisten precies op welke plekken ze geen last hadden van hoog water, terwijl we nu veel te dicht bij de Geul zijn gaan bouwen. Dan krijg je op een gegeven moment te maken met overstromingen.”

Een van deze cultuurhistorische objecten is de Volmolen in Epen. “Jaarlijks trekt deze molen zo’n 500.000 bezoekers. De mensen die bij deze molen hebben gewoond hebben jarenlang te maken gehad met hoog water. Het is een ideale plek om te vertellen hoe er met het hoge water werd omgegaan.” Zo zijn er nog haken in de muren te zien, waar men de meubels aan hing als het hoog water werd, vertelt André. “Het water stroomde door de molen en als het weg was haalde je je zwabber, maakte je de vloer schoon en konden de meubels zo weer van de haken worden gehaald. Zo simpel waren de oplossingen soms.”

Bezoekers worden met thematische wandelingen en interactieve tentoonstellingen over klimaatverandering aangemoedigd om in en rondom de Volmolen te kijken naar hoe er vroeger met het water werd omgegaan en wat voor actie ze zelf kunnen ondernemen. Zo maken ze op een laagdrempelige manier kennis met kleinschalige en soms eeuwenoude oplossingen voor wateroverlast en klimaatverandering.

Eigen steentje bijdragen

De watermolen is dus nog steeds een belangrijk onderdeel van het Geuldal, niet alleen vanwege zijn functie tijdens wateroverlast, maar ook om mensen bewust te maken dat de oplossing voor droge voeten soms ook simpel kan zijn. “Dat de molen functionerend blijft is uiteraard heel belangrijk, maar voor mij zit de meerwaarde in het feit dat je aan de hand van deze molen en de andere cultuurhistorische objecten in de omgeving kan uitleggen waarom mensen op een bepaalde manier omgingen met hoog water en hoe we dat in onze huidige samenleving nog weer kunnen toepassen.”

En dat is ook het doel van Natuurkracht, volgens André: “Het project zou voor mij geslaagd zijn als we met de kennis van het landschap mensen doen beseffen dat ze allemaal een steentje kunnen bijdragen.”

Meer weten over het project? Kijk dan op natuurkracht.org