Onlangs stond de burgemeester van Neurenberg voor de keuze om de gebouwen van het Neurenberg-complex, waar Hitler tussen 1933 en 1938 zijn partijbijeenkomsten hield, te slopen of te restaureren. Er werd gekozen voor ‘een beetje’ opknappen. De gebouwen mogen er niet té mooi uit komen te zien. Het is een begrijpelijke gedachtengang dat het restaureren van de gebouwen een soort eerbewijs zou zijn – restauratie hangt samen met zorg en liefde. (…) Maar heeft zo’n halfslachtige houding wel zin?

