Een monument is meer dan een samenkomst van stenen en een architectonisch ontwerp: het is een bron van verhalen. Verhalen die verbonden zijn met mensen die soms generaties lang werkten of woonden op een plek en het erfgoed betekenis geven. Wanneer BOEi aan de slag gaat met een gebouw of gebied, is dat immateriële erfgoed minstens zo belangrijk als het gebouwde erfgoed en daarom gaan we er actief naar op zoek in het project ‘Mensen vertellen over Monumenten’. In dit artikel lichten we een aantal van dit soort verhalen toe.
Ook in de Dongecentrale in Geertruidenberg gingen we op zoek. Bij een organisatie als de Provinciale Noord-Brabantse Elektriciteits Maatschappij (PNEM) is dat niet zo moeilijk, want de meesten die de ‘oude PNEM’ nog uit eerste hand kennen, zijn er laaiend trots op. De Dongecentrale was de plek waar het voor de PNEM allemaal begon in 1919. Een oproepje in de lokale krant in Geertruidenberg leverde direct reacties op. Het oud-personeel woont vaak nog steeds in de voormalige PNEM wijken in de stad. De technici kwamen maar al te graag langs op de centrale om hun zegje te doen.
Want de liefde voor de techniek is er nog steeds. Frank van Nieuwburg, gepensioneerd werktuigbouwkundig ingenieur, vloog de stalen trappen van de installatie op alsof hij het nog elke dag doet, links en rechts uitleg gevend bij de verschillende delen van de reusachtige machinerie. Frank wees op de leidingen, blauw en rood gemarkeerd voor in- en uitgaande stromen. “Een blamage als je die kleuren nodig ha”’, stelde Frank scherp. “Een goede technicus kent zijn installatie blind! En daar, die roest op de afstelpin van de turbine, dat had ik in mijn tijd nooit getolereerd!”

Ook een oud-werknemer van de buitendienst wist ons te vinden: Bert Minderman, van de afdeling telecom. “Wat veel mensen niet weten is dat elke verdeelkast in Brabant zijn eigen telefoon had in het eigen PNEM telefonienetwerk. Dat stond los van de PTT. Overal waar je die huisjes zag, was er een toestel met een nummer en het kwam allemaal samen in de Dongecentrale.” Een fraai tijdsbeeld gaf Bert’s koffer met gereedschap uit 1970: “Het eerste wat je deed als nieuweling, was je eigen gereedschap maken, want veel specialistisch materiaal was niet te koop. Bij de PNEM was alles mogelijk en de kwaliteit was hoog. Een deel van dit gereedschap gebruik ik nu nog steeds.” Van de Doe-Meer-Kist tot de Biesboskast, het zijn allemaal uitvindingen van de PNEM. En om de verhalen door te geven, maken we bij BOEi soms ook meteen maar een wikipedia pagina.
En wat heeft het gebouw zelf te vertellen? Een tocht door de centrale is nog steeds een belevenis, je loopt in de Donge zo het verleden in. Toen we met oud-technisch tekenaar Cor Knoop op pad waren, vond Cor in de Storingsmappen zijn eigen tekeningen uit de jaren 70. Zo sprak het monument ook tot ons als onderzoekers. Het vormde de aanleiding voor ons om een heel archeologisch onderzoek op te tuigen. De STEG controlekamer werd door BOEi fotografisch en materieel ‘opgegraven’ en vastgelegd. Hiervan maakten we een video en een rapport, zodat ook dit verhaal van deze plek doorgegeven kan worden aan volgende generaties!

