Marinke Steenhuis

Marinke Steenhuis: ‘De vraag is niet óf het Nederlandse landschap gaat veranderen, maar hoé’

Marinke Steenhuis is cultuurhistoricus, expert op het gebied van gebiedsidentiteit en partner van het bureau SteenhuisMeurs. Tijdens het Nationaal Monumenten Congres spreekt Marinke over de opgaven en culturele waarden van de laat 19e-eeuwse stad, en wat dit betekent voor de culturele waarden en opgaven van de hedendaagse steden en landschappen. Hoe kijkt Marinke tegen de huidige ontwikkelingen aan? Ze vertelt er alvast kort over.

Je bent van huis uit cultuurhistoricus. Hoe kijk jij vanuit jouw achtergrond naar de huidige opgaven voor ons rode en groene erfgoed?

“Tot 30 jaar geleden was Landschapsontwerp een vanzelfsprekende taak voor overheden. Snelwegen, spoorwegen, gemeentelijke buitenbaden, dierentuinen en dorpsbossen: overal in ons landschap zijn de ontwerpen van publieke buitenruimtes te herkennen. In onder meer de boeken Maakbaar Landschap (2009), De Deltawerken (2016), De Haven van Rotterdam (2015), De Drentse Aa (2015) en Voorbij de dijken (2017) hebben we die traditie geanalyseerd.

Landschappen veranderen in de tijd. Elke dag weer worden nieuwe elementen ‘gewoon’ gemaakt of ontworpen door een van de vele ontwerpbureaus die ons land kent. In het altijd weer opnieuw gemaakte Nederland verdienen de structuren – groot en klein – aandacht, waarbij kennis en analyse van de ontwerpuitgangspunten voor mij altijd het startpunt zijn voor een traject van doorbestemming.”

Welke rol spelen rood en groen erfgoed bij gebiedsidentiteit? Is er een duidelijk verschil in betekenis tussen deze twee aan te wijzen of juist niet?

“Landschap en beplanting gaan altijd over de factor tijd, over de cyclus van groei, bloei, verval en opnieuw groei. Het spannende van rood en groen samen zijn de ensembles waarin bebouwing en groenontwerp op elkaar zijn afgestemd. We denken dan snel aan buitenplaatsen, maar een dorp in de Flevopolders is net zo goed een samenspel van rood en groen. Of de indrukwekkende collectie land art in diezelfde polders, het gemaakte landschap bij uitstek. Kortom: landschap is onze corporate identity. In Nederland is landschap niet gewoon iets wat er is, zoals de Oostenrijkse bergen. Het is gemaakt, ontworpen.”

Hoe kijk je aan tegen het thema van het congres ‘Natuurlijk monumenten’?

“Het is heel goed om aandacht te besteden aan het aspect landschap en beplanting in de erfgoedzorg, omdat het zoveel aspecten beslaat. Het ontwerp van naoorlogse ruilverkavelingen, tuinen van een buitenplaats of de inmiddels monumentale lanen uit een jaren ’60-woonwijk. Het is ook een thema dat vanuit meerdere invalshoeken te benaderen is: onderzoek, analyse, beheer, sortimentskennis en zeldzame soorten.

Deze integrale opgave verdient wat mij betreft een integrale en liefdevolle aanpak. Wat kan een landschaps- of parkontwerp hebben aan nieuwe ingrepen? Wanneer is het genoeg, en wat zijn de essenties van het oorspronkelijke ontwerp? Hoe was en is het beheer? Is er aanleiding om op grond van de totale analyse andere beslissingen te nemen? Door alle facetten op elkaar te leggen, is een zorgvuldige – en soms ook hele radicale – transformatie mogelijk.”

Kijkend naar de toekomst, voor welke belangrijke opgave staan wij als erfgoedprofessionals?

“Gelukkig neemt het Rijk met de Nationale Omgevingsvisie weer iets van regie in grote ruimtelijke opgaven. In het landelijke gebied komt een ingewikkelde mix van opgaven van bodem en water steeds duidelijker voor het publieke voetlicht. Dat is winst, want zo ontstaat urgentie.

Onze overheidsstructuur en bestuurswijze is gelaagd en getrapt. Iets waar het landschap en een gezonde bodem niet altijd bij gebaat zijn. In de analyses ten behoeve van onze Landschapsbiografie van het Groene Hart en die van de Metropoolregio Amsterdam buitelden de opgaven van bodemdaling, nieuwe energie, verzilting en droogte over elkaar heen. De vraag is niet óf het Nederlandse landschap gaat veranderen, maar hoé. In dat hoe zie ik een grote taak en opdracht voor de erfgoedprofessional, wiens werk en kennis helaas in de publieke sector erg onder druk staat.”