Het Nederlandse Immaterieel Erfgoed heeft het afgelopen jaar ineens behoorlijk wat media-aandacht gekregen. Dat komt vooral door de invoering van de zogenaamde ‘Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed’, een soort voorsorteerlijst voor een officiële UNESCO-status.
De één na de andere traditie meldde zich aan en speelde zich daarmee in de spotlights van de immer gretige media. Na het carnaval, de bloemencorso’s in Zundert en Sint-Jansklooster werd onlangs het carbid- schieten als vijftigste traditie aan deze lijst toegevoegd.
Wanneer u naar aanleiding van al dit mediageweld overweegt om ook één van uw lokale tradities te officialiseren, kunt u terecht op de website Immaterieel Erfgoed (er komt nog wel het één en ander bij kijken…).
De Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed
De Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed wil het immaterieel erfgoed in Nederland zichtbaar maken.Een opname in deze inventaris is verplicht om door Nederland genomineerd te kunnen worden voor opname op de UNESCO Representatieve Lijst van het Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid (artikel 16 van de conventie). Ook voor opname op de UNESCO lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed waarvoor dringend maatregelen genomen moeten worden (artikel 17 van de conventie) is opname op de Nederlandse inventaris noodzakelijk.
Kenmerken van de inventaris zijn:
1. Een centrale positie voor de erfgoeddragers (breed opgevat als erfgoedgemeenschappen, groepen, mogelijk ook individuen) bij de totstandkoming en bij de verdere ontwikkeling van de inventaris.
2. Een laagdrempelige, brede inventaris, die in de praktijk een toegevoegde waarde betekent voor instellingen, organisaties, individuen die actief zijn op het terrein van het immaterieel cultureel erfgoed of op enigerlei wijze geïnteresseerd zijn in dit erfgoed.
3. Een inventaris die recht doet aan de diversiteit van het immaterieel cultureel erfgoed en waarin op evenwichtige wijze de door UNESCO onderscheiden domeinen waarin immaterieel erfgoed zich manifesteert, herkenbaar zijn.Criteria voor plaatsing zijn:
1. De voorgedragen traditie voldoet aan de definitie van immaterieel cultureel erfgoed. Het heeft een kortere of langere geschiedenis en wordt doorgegeven van generatie op generatie.
2. Er is sprake van levende cultuur.
3. De betreffende traditie wordt gedragen door een gemeenschap en die gemeenschap draagt de traditie voor.
4. Deze gemeenschap heeft de problemen in de overdracht naar volgende generaties in kaart gebracht en zet zich in om deze knelpunten op te lossen. Dat doet zij door een erfgoedzorgplan op te zetten en uit te voeren.

