Momenteel is in de Rotterdamse Kunsthal de tentoonstelling ‘Herkennen – Herbouwen. Wonderkamers van het Rotterdams Koloniaal Verleden’ te bezoeken. Deze tentoonstelling is in samenwerking met Museum Boijmans van Beuningen opgezet.
Naast een brochure voor volwassen is er ook een begeleidende ‘gids voor kids vanaf 8 jaar, om samen te lezen’ beschikbaar. In deze brochures worden verbindingen gelegd met slavenarbeid, goedkope inkoop van koffiebonen, de groei van het bedrijf Van Nelle, de Van Nellefabriek en het groeiend aantal arbeiders dat daar ging werken met als conclusie: “En zo verdienden steeds meer mensen aan de populariteit van koffie”.
Boven een affiche van ‘stoom-koffiebranderij De Rijzende Hoop’ is te lezen: “Maar achter de objecten schuilen thema’s zoals oorlog, armoede, racisme, mensenhandel en dwangarbeid”.
Om even bij de feiten te blijven: in de periode 1863-1873 werd slavernij afgeschaft. De firma ‘De erven de Wed. J. Van Nelle’ was vanaf begin negentiende eeuw tot aan begin twintigste eeuw één van de vele regionaal bekende winkels met werkplaatsen voor het voorbereiden voor de groeiende verkoop van koloniale waren.
Aandacht voor de arbeider
De firma staat bekend vanwege de zorg voor hun werknemers, waarvan het overgrote deel vrouwelijke arbeiders zijn. Het is niet zo maar, dat een van de eerste gediplomeerde maatschappelijk werksters van ons land door Van Nelle in dienst wordt genomen.
Ook de oprichting van een pensioenfonds – mede door een schenking van miljoenen guldens als startkapitaal – trekt de aandacht. Zo schrijft de NRC: “… Echter, niet alleen op zakengebied, doch ook als sociaalvoelend werkgever heeft deze firma een reputatie die, door hetgeen zij reeds voor haar personeel deed, zeer gunstig afsteekt bij het groote deel der grootwerkgevers. Met ingang van 1 januari 1926 heeft zij weer een daad gesteld, die vooral in dezen tijd een unicum is en wel de aandacht moet trekken.”
De bouw van De Van Nellefabriek vond plaats van 1926-1931 en staat bij uitstek symbool voor inspanningen om voor arbeiders een veilige en hygiënische werkplek in te richten. Licht. Lucht. Ruimte. Uitgangspunten, vastgelegd door de geestelijk vader van de Van Nelle Fabriek Kees van der Leeuw: “… Bij het ontwerpen dient aan het menschelijke element minstens dezelfde aandacht te worden geschonken als aan het mechanische” … “Extra kosten aan afwerking besteed kunnen zonder een onmiddellijk aanwijsbaar voordeel aan te toonen, toch verantwoord zijn”.
Wat uiteraard niet wegneemt, mocht er een op feiten gebaseerd dubieus verleden aangetoond kunnen worden, hieraan objectief aandacht aan besteed wordt. Zoals in bijvoorbeeld in de bezoekerscentra van Duitse werelderfgoederen als de Völklinger Hütte of het Fagus Werk inzake dwangarbeid gedurende de Tweede Wereldoorlog op integere wijze gebeurd is.
Gemeentelijk beleid
De toonzetting van de tentoonstelling ‘Herkennen – Herbouwen. Wonderkamers van het Rotterdams Koloniaal Verleden’ mag verbazing wekken, maar is in Rotterdam een verschijningsvorm van sinds 2017 ingezet beleid. Door de Rotterdamse Raad voor Kunst & Cultuur vastgelegd in meer dan zeshonderd pagina’s ‘Cultuurplanadvies 2017-2020’ en ‘Cultuurplanadvies 2021-2024’. Als basis gelden de beleidsuitgangspunten van het College: Inclusiviteit, Interconnectiviteit en Innovatie, met name in relatie tot “de uitzonderlijk grote diversiteit in de stad”. De voor dit artikel meest relevante uitgangspunten in deze cultuurplanadviezen betreffen ‘de discipline Musea en Erfgoed’.
De RRKC stelt onder meer vast, dat deze functie zich in een crisis bevindt en concludeert “Het Rotterdamse historische erfgoed verdient een nieuw concept waarin verschillende partijen het erfgoed ontsluiten en tonen”. Hoe dat in zijn werk gaat, toont het lot van Museum Rotterdam: zij krijgen voorlopig alleen nog maar subsidie voor het beheer van de omvangrijke collectie. Met als reden: “Zij geven slechts vrijblijvend invulling aan de ‘extra’ opdracht van het College” is deze instelling dus de facto gesloten.
Hieruit voortvloeiend geldt de Van Nellefabriek met die niet door feiten onderbouwde achtergrond van ‘oorlog, armoede, racisme, mensenhandel en dwangarbeid’ in de nieuwe context kennelijk als onaanraakbaar.
En daar schuilt, analoog aan de recente ontwikkelingen rond Werelderfgoed ‘Waddenzee’ (2009) en Werelderfgoed ‘Koloniën van Weldadigheid’ (2022), een fundamenteel probleem. Want ook de opname van de Van Nellefabriek in de UNESCO-lijst van culturele werelderfgoederen bracht een aantal verplichtingen met zich mee. Naast een goede zichtbaarheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van het complex, educatieve activiteiten in het kader van de UNESCO-uitgangspunten ook aspecten als bescherming, authenticiteit en integriteit.
Veranderende houding
Vanaf 21 juni 2014 werden door de toenmalige eigenaar, samen met diverse betrokkenen – waaronder de Gemeente Rotterdam – drie jaar lang tal van initiatieven ontplooid om hieraan te voldoen. Rond de wisseling van eigenaar van de Van Nellefabriek per 1 februari 2018, is de houding van de gemeente tegenover de verbleven betrokkenen compleet veranderd.
Het is de Nederlandse Regering die potentieel werelderfgoed nomineert. Dit betekent dat een gemeente kan niet zomaar kan besluiten de zaak op slot te doen. De UNESCO-status is om die reden als het ware ‘toegedekt’ door de gemeente. Overigens net als de convenanten die het bestuurlijk kader vormden voor de implementatie van de UNESCO-status. Populair gezegd: ‘de gemeente heeft tijdens de wedstrijd eenzijdig de spelregels veranderd, zonder andere partijen daarvan op de hoogte te stellen’.
Er is geen openbaar bezoekerscentrum. Er vinden geen educatieve activiteiten plaats. Het gebouwencomplex is niet toegankelijk voor publiek, anders dan met beperkte rondleidingen. Deze worden – uitsluitend in de weekenden – georganiseerd door een ander, eveneens door de gemeente gesubsidieerd, museum elders in de stad. Een museum dat niets met de Van Nellefabriek te maken heeft, noch heeft gehad.
Duidelijkheid Unesco status
Het Werelderfgoed wordt in Rotterdam verzwegen in alle publicitaire en visuele uitingen, zoals op het gebied van Citymarketing en is voor toeristen onzichtbaar in de stad. En is, ondanks alle beloften uit het verleden, moeilijk bereikbaar vanuit de stad.
De nieuwe eigenaar vindt het allemaal prima. Deze projectontwikkelaar wilde – in tegenstelling tot zijn voorganger – van meet af aan liever géén ‘UNESCO-gedoe’ in zijn nieuwe investering. Vanuit zijn gezichtspunt een verklaarbaar standpunt, zodat deze stakeholders hier een gemeenschappelijk belang hebben.
Het is echter met deze ontwikkelingen in Rotterdam als met de gaswinning in de Waddenzee en onder de Koloniën van Weldadigheid in Drenthe: zet je nieuw beleid door, dat in strijd is met de letter en de geest van de status als UNESCO-werelderfgoed, dan moet je er rekening mee houden, dat UNESCO die status intrekt. Zoals in het verleden gebeurde in Oman, in Dresden en in Liverpool.
Maar enerzijds namens het Koninkrijk der Nederlanden de Van Nellefabriek nomineren als ‘erfgoed van uitzonderlijke en universele waarde voor de mensheid dat bewaard moet blijven voor toekomstige generaties’ en anderzijds op gemeentelijk niveau suggereren dat de Van Nellefabriek gebouwd is met geld dat stamt uit slavernij en het bedrijf als opdrachtgever onterecht neerzetten als gerelateerd aan ‘oorlog, armoede, racisme, mensenhandel en dwangarbeid’ kan niet.
Dan moet de gemeente Rotterdam kleur bekennen en officieel aan de regering verklaren, dat ze met zo’n, in hun ogen, besmet, gebouw niets te maken willen hebben. En zeker niet in UNESCO-verband. Pas dan kan er op fatsoenlijke wijze een openbare discussie over plaatsvinden en bestuurlijke besluitvorming vastgelegd worden.
Leonard Kooy
Stichting Werelderfgoed Van Nellefabriek
Rotterdam, oktober 2023

